Ethiopian farmers ploughing his potato field, with two oxes

Nieuws

CASCAPE wijst Ethiopië richting voedselzekerheid

Gepubliceerd op
27 september 2013

In Ethiopië werkt Wageningen UR samen met maar liefst zes universiteiten, zes regionale ‘Bureaus of Agriculture’ en 18.000 boeren in het CASCAPE-project aan het verhogen van de voedselzekerheid in dat land. “Een goed begin, maar hoe zorgen jullie dat die kennis ook de miljoenen andere boeren in Ethiopië bereikt?”, vroeg een kritische Frits van der Wal, themadeskundige duurzame economische ontwikkeling bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, op 26 september bij een CASCAPE-bijeenkomst in Den Haag.

Agriculture Growth Programme de weg wijzen

CASCAPE, waar het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking miljoenen euro’s in investeert, is bedoeld om Ethiopië te helpen haar landbouwbeleid te verbeteren. In zes regio’s, die geologisch, meteorologisch en cultureel enorm van elkaar verschillen, bekijkt het CASCAPE-team welke maatregelen wel werken om de agrarische productie te verhogen, en welke niet. Die kennis wordt gedocumenteerd en gedeeld met de overheid. De Ethiopische overheid heeft tot nu toe altijd landbouwbeleid gehad dat van toepassing was op het hele land. Maar de diversiteit in Ethiopië is zo groot, dat specifiek beleid per regio nodig is, zeggen deskundigen. CASCAPE speelt daarin een belangrijke rol. “CASCAPE is een speedboot die verkent in welke richting het beleid zich het beste kan ontwikkelen. Die speedboot wijst de grote olietanker, het Ethiopische Agricultural Growth Programme (AGP), de weg”, legde Christy van Beek uit. Van Beek, wetenschapper bij Wageningen UR Alterra, is één van de coördinatoren van CASCAPE.

Enorme verhoging landbouwopbrengst mogelijk

De resultaten die geboekt zijn in de amper twee jaar dat het project draait, liegen er niet om. Afgevaardigden van de zes Ethiopische universiteiten presenteerden in Den Haag veelzeggende cijfers. De bij CASCAPE aangesloten boeren wisten allemaal veel hogere landbouwopbrengsten te behalen. De aardappeloogst kon in sommige gevallen bijvoorbeeld wel vervijfvoudigd worden. Dat is met name bereikt door toegang tot goed zaad en door bemestingsadviezen per locatie af te stemmen op de omstandigheden, zoals bodemkwaliteit. In Ethiopië worden landbouwadviezen niet afgestemd op de lokale omstandigheden. Er zijn alleen algemene adviezen, die in het hele land gelden.

Bewezen technologie breed implementeren

In één zin maakte Eyasu Elias, de nationale coördinator in Ethiopië, duidelijk wat het belang is van dit project dat de koers van het Agriculture Growth Programme mede bepaalt: “Kleine boeren kunnen het zich niet veroorloven risico’s te nemen en te experimenteren, daarom verzamelen we binnen CASCAPE de ‘best practices’ en delen we met boeren alleen de methoden en technologieën die zichzelf al bewezen hebben.”

Waarde toevoegen

Zo’n 85 procent van de bevolking in Ethiopië is boer. Vaak verbouwen ze net genoeg om zelf van te leven. Als zij hun opbrengst kunnen verdrievoudigen, is het echter wel van belang dat ze ook toegang krijgen tot de markt, zodat ze hun waar kunnen verkopen. “De markt is de grootste uitdaging voor de toekomst”, zei Girmay Tesfay van Mekelle University. “In iedere regio werken we aan het opzetten van ketens die waarde toevoegen aan de agrarische grondstoffen. In de regio rond Mekelle University richten wij ons op melk, aardappelen, fruit en granen. We bekijken tot welke eindproducten die grondstoffen bewerkt kunnen worden en hoe we daar ketens voor opzetten.” Firew Tegegne, van Bahir Dar University, voegde daar aan toe: “De overheid helpt kleine boeren die een eigen bedrijf willen opzetten waarmee ze waarde toevoegen aan voedsel. Voor veel boeren is het verbouwen van groenten of het houden van dieren niet hun ambitie. Ze doen het om in hun levensonderhoud te voorzien. Maar als ze de kans krijgen, dan zie je dat ze bijvoorbeeld een bedrijfje openen dat sesamolie perst of dat granen verwerkt tot bakmeel.”

Opschalen

Frits van der Wal van het ministerie van Buitenlandse Zaken maakte de Ethiopiërs in Den Haag duidelijk dat hij CASCAPE een warm hart toedraagt: “We kunnen veel leren van de aanpak in Ethiopië.” Maar hij plaatste ook kanttekeningen. “Hoe zorgen we ervoor dat het niet bij die 18.000 boeren blijft die direct betrokken zijn bij het project, maar dat de kennis ook terechtkomt bij die andere miljoenen boeren die Ethiopië telt?” De Ethiopische delegatie legde uit dat er naast de direct betrokken boeren, die proeven uitvoeren, er een veelvoud aan boeren bereikt wordt tijdens de veelvuldig georganiseerde velddagen. Verdere opschaling zal moeten gebeuren binnen het Agriculture Growth Programme, zo gaf het CASCAPE-team aan. Er is namelijk meer nodig dan kennis overdragen over het verbeteren van de landbouwpraktijk. Boeren moeten die kennis ook kunnen toepassen. Dat vraagt om systematische aanpassingen, zoals het regelen van toegang tot krediet, markten, kennis, arbeid en land. Dat zijn niet direct zaken die CASCAPE kan veranderen, maar de zeer deskundige wetenschappers in dit project zouden die boodschap wel met verve kunnen uitdragen, zo gaf Van der Wal de Ethiopische delegatie mee.