Contagieuze bovine pleuropneumonie (CBPP)

Contagieuze bovine pleuropneumonie (CBPP)

Contagieuze bovine pleuropneumonie (BPP) of besmettelijke longziekte bij runderen is een ziekte die veroorzaakt wordt door de bacterie Mycoplasma mycoides subspecies mycoides SC (Small Colonny variant).

Mycoplasma’s zijn, samen met de ureaplasma’s, de kleinste bacteriën die zichzelf nog kunnen vermenigvuldigen. Deze bacteriesoorten hebben geen celwand maar worden omgeven door een flexibele membraan waardoor ze makkelijk van vorm kunnen veranderen. De Mycoplamsa mycoides subspecies mycoides bestaat uit twee varianten: de small colony variant (SC, kleine kolonievorm) die voorkomt bij runderen en de large colony variant (LC, grote kolonievorm) die bij geiten voorkomt.

De ziekte CBPP

CBPP is een zeer besmettelijke ziekte die de longen en longvlies ernstig aantast. In acute gevallen is er sprake van een heftige ontsteking met weefselverval en kan er zeer veel vocht in de borstkas komen. In chronische gevallen raken de longen en het longvlies vergroeid en is het vervallen longweefsel afgekapseld. In deze afgekapselde gebieden kan de mycoplasmabacterie lang overleven waardoor runderen met een chronische CBPP-besmetting drager kunnen worden van de bacterie. Deze dragers vormen weer een bron voor nieuwe besmettingen. Runderen infecteren elkaar via inhalatie van uitgehoeste besmette luchtdeeltjes. M. mycoides ssp mycoides kan niet buiten het rund overleven. Geiten en schapen spelen geen rol in de verspreiding van de ziekte.

Symptomen

In acute gevallen, waarbij koeien voor de eerste keer in aanraking komen met de bacterie, ontstaat een heftige longonsteking: hoge koorts (tot 41,5° C), geen eetlust, pijnlijke, moeilijke ademhaling  en neusuitvloeiing. De ademhaling is pijnlijk, snel en oppervlakkig. De ziekte verergert snel waarbij de dieren vermageren, steeds moeilijker gaan ademhalen en tenslotte aan de ziekte bezwijken. Dit gebeurt meestal na een tot drie weken. Als de dieren overleven, ontstaat een chronische infectie waarbij de symptomen minder heftig zijn. Op den duur worden de symptomen steeds minder duidelijk en herstellen de dieren min of meer. Deze herstelde dieren kunnen dragers worden van de bacterie en de bacterie weer overbrengen op andere dieren.

Als de bacterie in een CBPP-vrije veestapel wordt geïntroduceerd zullen na drie tot acht weken de eerste symptomen waargenomen worden. Tot 100% van de dieren kunnen symptomen gaan vertonen en tot 50% van de dieren kan aan de ziekte dood gaan. Ongeveer 25% van de dieren wordt drager. In een veestapel waar CBPP voorkomt, is het aantal acuut zieke dieren veel minder. Een groter aantal dieren is chronisch drager en de ziekte heeft een sluimerend verloop.

Diagnostiek

De eerste verdenking van CBPP wordt gedaan op grond van de klinische verschijnselen. Bevestiging vindt plaats door middel van serologie met behulp van de complementbindingsreactie (CBR) en door sectie op gestorven dieren. Bij het vervolgonderzoek vindt kweek plaats van mycoplasma uit de aangetaste longen. Mycoplasma mycoides ssp mycoides SC wordt aangetoond door middel van PCR.

Behandeling en maatregelen

Nederland is vrij van CBPP. CBPP is een aangifteplichtige dierziekte en verdenkingen moeten gemeld worden aan de NVWA. Behandeling met antibiotica kan alleen worden toegepast in endemische gebieden. Toepassing van antibiotica kan voor individuele dieren effectief zijn; in een koppel dieren echter ontstaan dragers dier ervoor zorgen dat de infectie in stand gehouden wordt.

Verspreiding

De ziekte kwam in de 19e eeuw op uitgebreide schaal voor in Nederland. De ziekte bracht grote schade toe aan veestapels. Na 1850 is men in Nederland begonnen met de systematische bestrijding van CBPP door enting met longmateriaal van besmette dieren en door het afvoeren van zieke dieren. In 1870 werd de wet tot regeling van het Veeartsenijkundig Staatstoezicht en de Veeartsenijkundige Politie ingevoerd. Door dit toezicht nam het aantal gevallen van ‘longziekte’ vrij snel af. Nederland is sinds 1886 vrij van CBPP. Europa is sinds 1999 vrij van CBPP, maar in grote delen van Afrika komt de ziekte volop voor.

Verdenking of uitbraak?

In Nederland komt sinds 1886 geen CBPP meer voor. Introductie via import van een drager vormt het grootste risico. Als een besmet dier in een vrije populatie geïntroduceerd wordt zal een groot deel van het koppel symptomen als longontsteking gaan vertonen en zal een groot aantal dieren aan de ziekte dood gaan. Bij sectie van deze dode dieren vertonen de longen het typische beeld van long- en longvliesontsteking. Hieruit is de bacterie Mycoplasma mycoides ssp mycoides SC te kweken.

Nationaal referentie-instituut

Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) is het nationaal referentie-instituut voor deze dierziekte. Bij WBVR vindt de laboratoriumdiagnostiek plaats van de bacterie. Na het kweken van de bacterie op specifieke media heeft WBVR heeft twee soorten PCR’s beschikbaar om de bacterie aan te tonen en te bevestigen.

Ook speelt WBVR een belangrijke rol in de advisering van de overheid in het geval deze ziekte optreedt in Nederland. WBVR heeft goede contacten met het mycoplasma-laboratorium van het referentie-instituut VLA in Groot-Brittannië. Tevens neemt WBVR deel aan rondzendoefeningen om de kwaliteit van laboratoriumtesten te waarborgen.