Nieuws

Dalende trend antibioticumgebruik in de veehouderij

Gepubliceerd op
5 april 2011

Na een periode van voortdurende toename van het therapeutisch antibioticagebruik bij landbouwhuisdieren in Nederland, is de totale hoeveelheid verkochte antibiotica in 2008 en 2009 gedaald. Recente gegevens wijzen op een verdere afname in 2010. Het rapport laat zien dat de gezamenlijke inspanningen van de Task Force Antibioticumresistentie Veehouderij om het antibioticumgebruik te reduceren hun vruchten lijken af te werpen.

Dit blijkt uit de nieuwste versie van het jaarlijkse MARAN-rapport (MARAN-2009) dat op 5 april 2011 is verschenen. Het rapport beschrijft het verloop in het antibioticumgebruik en het voorkomen van resistentie in de dierhouderij tot en met 2009.

Het niveau van antibioticumresistentie in bacteriën uit de belangrijkste Nederlandse voedselproducerende dieren vertoonde in 2009 in het algemeen nog een stijgende tendens. Net als in voorgaande jaren werden in vleeskuikens de hoogste resistentieniveaus waargenomen. Bij deze dieren komen Extended Spectrum Beta-lactamase (ESBL) producerende E. coli-bacteriën vaak voor in de ontlasting en op pluimveevlees, wat kan bijdragen aan besmettingen van de mens. ESBL-producerende E. coli-bacteriën zijn aangetroffen in alle niveaus van de pluimveeproductiepiramide, wat duidt op verspreiding tussen de verschillende lagen van deze piramide en introductie door invoer van eendagskuikens. Ook in alle andere diersoorten werden incidenteel ESBL-producerende E. coli-bacteriën waargenomen.

Opvallend was een daling in ciprofloxacine resistentie onder Campylobacter jejuni uit vleeskuikens ten opzichte van 2008, terwijl humane isolaten een verdere stijging lieten zien ten opzichte van voorgaande jaren.

Dit rapport is tot stand gebracht in een nauwe samenwerking tussen het Central Veterinary Institute en het LEI, beide onderdeel van Wageningen UR (University & Research centre), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit en de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Het rapport kan worden gedownload van de website van het CVI of van de MARAN-website.