Promotie

De ecologie en psychologie achter agrarisch natuurbeheer

Agrarisch natuurbeheer is een van de belangrijkste beleidsinstrumenten in Europa om de soortenrijkdom in het agrarisch gebied te herstellen. Maar in de effectiviteit van agrarisch natuurbeheer beperkt is tot nu toe beperkt geweest. Voor een succesvolle implementatie van effectieve maatregelen is zowel een stevige ecologische basis als de bereidheid van boeren nodig om deze maatregelen op grote schaal uit te voeren. Ik heb vanuit zowel een ecologisch als een psychologisch perspectief onderzocht welke factoren in de afgelopen tien jaar het resultaat van agrarisch natuurbeheer in slootkanten hebben beperkt.

Promovendus van Dijk
Promotor prof.dr. GR (Geert) de Snoo
prof.dr. F (Frank) Berendse
Copromotor dr. AM (Anne Marike) Lokhorst
dr. J (Jasper) van Ruijven
Organisatie Wageningen University
Datum

di 16 september 2014 13:30 tot 15:00

Locatie Aula, gebouwnummer 362
Generaal Foulkesweg 1
362
6703 BG Wageningen
0317-483592

Mijn resultaten tonen een lichte toename in de soortenrijkdom over de afgelopen tien jaar aan, die kan worden toegeschreven aan soorten van voedselrijke milieus die zich via water verspreiden. Maar ik heb geen verschil gevonden in de toename tussen slootkanten met en zonder gesubsidieerd slootkantbeheer. Vanuit een psychologisch perspectief heb ik onderzocht welke factoren ten grondslag liggen aan de bereidheid van boeren om verdere gesubsidieerde en ongesubsideerde maatregelen ten behoeve van de biodiversiteit uit te voeren. Ik vond dat voor gesubsidieerd natuurbeheer attitude, de verwachte uitkomsten van slootkantbeheer, bepalend is, terwijl voor ongesubsidieerde maatregelen de perceptie van boeren in hoeverre deze maatregelen correspondeerden met hun zelf-identiteit, de belangrijkste bepalende factor is voor de bereidwilligheid van boeren om deze maatregelen uit te voeren.

Mijn resultaten tonen aan dat er uitgebreidere maatregelen op gunstige locaties in het landschap nodig zijn om de resultaten van slootkantbeheer te verbeteren. Om dit in de praktijk te implementeren zijn er twee mogelijke benaderingen: het uitbreiden van de huidige maatregelen van agrarisch natuurbeheer, waarbij de attitude ten op zichte van het beheer de psychologische variabele is die geadresseerd wordt in interventies of overheidscampagnes. De tweede mogelijkheid is om de zelf-identiteit te adresseren om boeren te motiveren om extra ongesubsidieerde maatregelen uit te voeren.