Klantverhaal

Dierenhuid als bron van hoogwaardige eiwitten en vetten

Bijna alle Nederlandse leerlooierijen hebben in de loop der tijd het loodje gelegd. Maar de leerlooierij van de familie Hulshof staat al vijf generaties fier overeind midden in Lichtenvoorde. Hulshof Royal Dutch Tanneries is tegenwoordig de naam van het bedrijf, wiens dierenhuiden onder andere worden verwerkt in autobekledingen voor peperdure Ferrari’s en exclusieve Gucci-tassen. Binnenkort hoopt Hulshof ook bekend te staan als producent van hoogwaardige, biobased vetten en eiwitten. Afkomstig uit onderhuiden, organen en andere dierlijke reststromen.

Reststromen beter benutten is voor ons interessant; zowel economisch als vanuit duurzaamheidsoogpunt.

‘Het winnen van vetten en eiwitten uit dierlijke reststromen is een logisch gevolg van de ontwikkeling die het bedrijf doormaakt’, legt Peter Verstrate uit. Verstrate geeft leiding aan dochterbedrijf Hulshof Protein Technologies, waarin restmateriaal - de tussenhuid - wordt verwerkt tot hoogwaardige eiwitten. ‘Reststromen beter benutten is economisch interessant, maar er zit ook een groene drijfveer achter. Er lopen al vervolgproeven om ook waarde te halen uit huidvlees en vet. Het leer van Hulshof vind je terug in producten van Spyker, Mercedes, Montis, Gucci en Louis Vuitton. Het zijn bedrijven die van hun leveranciers verwachten dat zij er alles aan doen om het milieu zo min mogelijk te belasten.’

Milde en schone methode

Hulshof Protein Technologies wint al sinds 1999 eiwitten uit de eiwitrijke onderhuiden van runderen. De volgende stap is, hoogwaardige eiwitten, vetten en oliën te winnen uit andere dierlijke reststromen, zoals varkenshuid, kippenhuid en dierlijke organen. Die stap wordt samen met partners gezet in een innovatieprogramma dat door de provincies Gelderland en Overijssel met EFRO-gelden wordt ondersteund. Hulshof maakt daarbij gebruik van de DeMythe®-technologie die Akzo Nobel oorspronkelijk heeft ontwikkeld voor de leerindustrie om water en vet uit dierenhuiden te verwijderen. ‘Om de restvetten eruit te halen, gebruiken we het gas dimethylether, kortweg DME, en brengen het onder hoge druk, waardoor het vloeibaar wordt. Het voordeel is dat het een veel mildere en schonere methode is dan de traditionele zuiveringsmethoden.’

‘Wereld aan kansen’

Kennispartners in het programma zijn Wageningen UR Food & Biobased Research en het NIZO. Na eerst te hebben geïnventariseerd welke reststromen geschikt zijn voor de winning van vetten en eiwitten, zijn beide onderzoeksinstituten nu bezig met een analyse van de eerste experimenten met eiwit- en vetextractie, die plaatsvinden in een fabriek in Barcelona. Tegelijkertijd staat Verstrate op het punt een gloednieuwe proeffabriek te openen in Groenlo. ‘Daar gaan we werken aan specifieke toepassingen met vetten en eiwitten die op grond van de analyses interessant zijn. Denk aan collageen, een eiwit dat veel in de cosmetische industrie en de plastische chirurgie wordt gebruikt. In Groenlo kunnen we dit eiwit straks uit varkenshuid halen. Maar het is een zoektocht naar mogelijkheden waarvan we nog niet weten welke de grootste zijn. Er ligt een wereld aan kansen voor ons open.’

Minder dieren nodig

Verstrate heeft zijn hele carrière in de vleesverwerkende industrie gewerkt. De kennismaking met de biobased economy bevalt hem. ‘We kunnen leer produceren doordat mensen vlees eten. En die vleesconsumptie loopt door de stijging van de welvaart wereldwijd tegen grenzen aan. Dat is geen moreel standpunt, maar een feit. Een klein deel van het probleem is te verhelpen door de keten effectiever te laten werken. Dit project is daar een voorbeeld van. Door reststromen beter te benutten, hebben we minder dieren nodig voor dezelfde hoeveelheid eindproduct. Samen met onze kennispartners kunnen we daar een kleine, maar wezenlijke bijdrage aan leveren.’

Hij is blij met Food & Biobased Research als samenwerkingspartner. ‘Ze beschikken in Wageningen over veel fundamentele kennis. Maar ze hebben ook veel mogelijkheden om analyses te doen en weten welke toepassingsmogelijkheden er in de markt zijn. Daardoor zijn ze niet alleen voor de ontwikkeling van kennis, maar ook voor de commerciële ontwikkeling van het project van grote waarde.’

‘Potentieel is enorm’

Het onderzoek naar eiwit- en vetextractie uit dierlijke reststromen is in september 2011 van start gegaan en kent een looptijd van drie jaar. De deelnemende partijen hebben volgens onderzoeker en eiwittenspecialist Wim Mulder van Food & Biobased Research duidelijke werkafspraken gemaakt. ‘Zo richt het NIZO zich op onderzoek naar toepassingsmogelijkheden in voedselproducten, terwijl wij kijken naar kansen in non-foodtoepassingen. Denk aan biocoatings, oppervlakte-actieve stoffen of chemische bouwstenen voor bioplastics. Het potentieel is enorm. Volgens berekeningen van Hulshof bevindt 10% van het rundereiwit zich in de onderhuid. Gaan we dat gebruiken, dan hebben we wereldwijd 10% minder runderen nodig voor de eiwitproductie.’

Alternatieven voor aardolie

Collega-onderzoeker Rolf Blaauw richt zich op de toepassingsmogelijkheden van oliën en vetten. ‘We onderzoeken nu hoe we het DME-proces moeten inrichten om zo efficiënt mogelijk zuivere grondstoffen te winnen. Vervolgens kijken we of ze qua samenstelling geschikt zijn voor de productie van bijvoorbeeld biogebaseerde diesel of smeermiddelen, producten die nu nog uit aardolie worden gemaakt. De behoefte aan alternatieven voor fossiele grondstoffen is een van de redenen waarom dit project belangrijk is. Een tweede is dat we ‘het dier’ beter benutten. De derde reden is dat het voor bedrijven economisch erg interessant is: zij kunnen waarde halen uit reststromen die vroeger werden weggegooid.’

Verstrate schat in dat er wel eens een wereldwijde doorbraak aan kan komen. ‘Gaat het écht draaien in onze fabriek in Groenlo, dan gaan meer bedrijven in de wereld met dierlijke reststromen aan de slag.’

Deelnemers aan het project zijn: Hulshof Protein Technologies, Wageningen UR Food & Biobased Research, NIZO, Akzo Nobel, Noblesse en Smit & Zoon.