ESBL antibioticumresistentie antibioticaresistentie

Project

ESBL attributie (op zoek naar de bronnen voor antibiotica resistentie bij de mens)

Om de juiste maatregelen te kunnen treffen die ervoor zorgen dat mensen in Nederland goed behandeld kunnen blijven met antibiotica tegen bacteriële infecties is veel informatie nodig. Het zijn niet de bacteriën zelf die er verantwoordelijk voor zijn dat antibiotica niet meer werken, maar bepaalde enzymen die door de bacteriën geproduceerd worden. De zogeheten ESBL’s (extended spectrum bata-lactamasen) breken antibiotica af. De ESBL’s komen niet alleen veelvuldig in de Nederlandse veehouderij voor, ook mensen zijn dragers van deze enzymen én vermoedelijk komen deze enzymen ook in het milieu voor.

ESBL’s komen in nog steeds toenemende mate voor bij mensen en bij dieren. Bij de mens is dat het geval in én buiten de verschillende lagen van de gezondheidszorg sinds 2004. In landbouwhuisdieren wordt een snelle toename gezien die synchroon verloopt in tijd. Vanuit de genetische relaties tussen isolaten bij de mens, bij dieren en dierlijke producten wordt verder onderzoek gedaan naar de mogelijke bronnen van de ESBL’s. De bijdrage vanuit de dierhouderij en dieren in het algemeen aan dit volksgezondheidsprobleem is nog onbekend, noch is bekend wat de belangrijkste transmissieroutes zijn naar de mens.

Beoogde resultaten:

  • Vaststelling van de bijdragen van verschillende dierlijke productieketens (varken, pluimvee, rundvee, kalveren) en schakels binnen deze ketens, aan de blootstelling van mensen aan ESBL’s.
  • Vaststelling van de bijdrage aan de bloostelling van de mens uit deze ketens in volgorde van prioriteit. De blootstelling via andere bronnen (mens-menscontacten, huisdieren, ziekenhuis, reizen, import van voedsel, etc.) wordt hierin ook meegenomen.

    • direct (bijvoorbeeld via voedsel van dierlijke en plantaardige oorsprong)
    • indirect (door contact met dieren, producten, milieu)
  • Bepaling van het effect van reducties (prevalenties of aantallen) van ESBL’s in deze schakels op belasting van het product en daarmee op de blootstelling en gezondheidseffecten van de humane populatie.
  • Voor de toekomst is te voorzien dat de activiteiten zich zullen uitstrekken tot het verkrijgen van breed inzicht in de moleculaire epidemiologie van antibioticaresistentie in het algemeen, ontwikkelen van specifieke interventiemogelijkheden en normstelling.

Uit de diverse analyses wordt vastgesteld welke mate van besmetting van de verschillende bronnen acceptabel is zonder dat de mens gezondheidsrisico’s loopt.


Betrokken partners:

  • Wageningen Bioveterinary Research;
  • Universiteit Utrecht - Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS);
  • Universiteit Utrecht – Faculteit Diergeneeskunde, Departement Infectieziekten en Immunologie;
  • Universiteit Utrecht – Bètafaculteit, Departement Informatica;
  • Universiteit Utrecht – Universitair Medisch Centrum Utrecht;
  • Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM, Centrum Infectieziektebestrijding (CIb);
  • Gezondheidsdienst voor Dieren;
  • Vion Food Groep; 
  • Productschappen Vee, Vlees en Eieren