bloemenveld

Effect van klimaatverandering op genetische variatie binnen een soort

Wilde planten- en diersoorten lijken de klimaatverandering niet bij te kunnen houden. De soorten trekken wel met de hogere temperaturen mee naar het noorden, maar veel van de genetische variatie blijft achter in het oorspronkelijke leefgebied. Dit hebben onderzoekers van Plant Research International aangetoond. Nu zoeken ze uit hoe die genetische variatie toch behouden kan blijven. Het PRI-onderzoek speelt daarmee in op de gevolgen van klimaatverandering.

De genetische variatie binnen een soort, plant of dier, in het wild is belangrijk voor de overleving van die soort op lange termijn. Een grote variatie betekent dat er altijd wel individuen in een populatie zijn die zich kunnen aanpassen aan nieuwe omstandigheden, zoals droogte of een nieuwe ziekte of plaag.

Ook voor de landbouw is een grote genenvariatie in wilde plantensoorten van groot belang. Daardoor zitten er altijd planten tussen die van nature resistent zijn tegen bepaalde ziekten en plagen. Dat benutten veredelaars vervolgens om het cultuurgewas resistent te maken tegen die ziekte of plaag.

Tijd nodig voor opbouw populatie

De vraag is nu of die genetische variatie in stand blijft als soorten zich verplaatsen als gevolg van klimaatverandering. Daartoe voeren onze onderzoekers modelberekeningen uit. Ze berekenen hoe snel het voor de soorten geschikte klimaat door de temperatuurverhoging per jaar opschuift naar het noorden. Dan rekenen ze uit of de betreffende soort zich mee naar het noorden kan verplaatsen en hoeveel genetische variatie er is binnen die ‘vooruitgeschoven posten’. De eerste resultaten wijzen erop dat slechts een klein deel van de oorspronkelijke genetische variatie mee schuift naar het noorden. In de nieuwe, noordelijke leefgebieden heeft de soort dan veel minder genetische variatie dan in de zuidelijke leefgebieden.

Een soort heeft veel tijd nodig om opnieuw een grote genetische variatie te krijgen. Die tijd krijgen de soorten niet omdat het klimaat snel verandert. Dat betekent dat soorten zich minder makkelijk aan nieuwe bedreigingen kunnen aanpassen. Bij bijvoorbeeld extreme neerslag, droogte of een nog verdere stijging van de temperatuur zijn er dan minder individuen die dat overleven. Uiteindelijk sterven soorten daardoor sneller uit.
De onderzoekers kijken nu hoe je de soort in het oorspronkelijke leefgebied kunt beschermen zodat de genetische variatie behouden blijft. Dat kan bijvoorbeeld door gebieden in te stellen waar de soort een veilig heenkomen heeft. Een andere mogelijkheid is om soorten te helpen bij de migratie.