Uitgave

Effecten van Extremen - Consumptieaardappel

De aardappelteelt is gevoelig voor een aantal ziekten die in belangrijke mate gestuurd worden door klimatologische omstandigheden zoals Phytophthora, Erwinia, aaltjes en aantal virussen.

Beschrijving van ziekten en plagen (die een relatie hebben met het klimaat)

Phytophthora infestans is een zeer gevaarlijke ziekte voor de aardappel omdat deze onder omstandigheden met veel vocht en warmte in zeer korte tijd blad en knol kan aantasten. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen om dit te voorkomen is groot. De bestrijding Fythophthora kan verhinderd worden door natte omstandigheden omdat de ziekte door de trekker met spuit verspreid wordt. De bacterieziekte Erwinia is toenemende mate een probleem bij een warmer en natter wordend klimaat. Aaltjes en luizen zullen onder invloed van hogere temperaturen meer cycli krijgen en zo ziekten kunnen overdragen en het gewas aantasten.

Net als bij andere knolgewassen is het aan te bevelen om ze in rotatie te plaatsen met graangewassen om op deze manier de structuur te verbeteren en om de ziektedruk door aaltjes te verminderen. Consumptie/zetmeelaard­appelen hebben niet het voordeel dat ze eerder geoogst worden zoals pootaardappelen. Hierdoor is het mogelijk dat natte weersomstandigheden zorgen voor een late oogst en daardoor het tijdig ploegen en zaaien van andere gewassen kan verhinderen. In 1998 is ongeveer 40% van de aardappeloogst verloren gegaan en in 2000 10% als gevolg van hevige regenval. Daarnaast is het onvoorspelbare gedrag van Fythophthora een grote schadeveroorzaker.

Teeltmomenten

Teeltmomenten voor consumptieaardappelen per maand en mogelijke beperkingen door weersomstandigheden.

Klimaatfactoren, impact op gewas en schade

Klimaatfactoren en de impact op de teelt van consumptieaardappelen

Frequentie in huidige situatie

In onderstaande tabel is per klimaatfactor aangegeven hoe vaak deze per maand voorkomt in een periode van 30 jaar. Onder de huidige klimatologische omstandigheden zijn hevige regenval, hittegolven, aanhoudend nat weer en warme winters de meest voorkomende klimaatfactoren.

Frequentie van voorkomen van klimaatfactoren in Eelde gemeten door het KNMI in de periode 1976-2005 en weergave indicatieve kostenaspecten.

Frequentie in 2040

Als gevolg van klimaatverandering zal het aantal hittegolven verder toenemen (zie onderstaande tabel). Hierdoor zal doorwas vaker een probleem zijn. Naast het aantal hittegolven zal er een toename plaatsvinden van warme winters (problemen met bewaring). Ten opzichte van de huidige situatie zullen natte- en warme perioden in de maanden juli en september vaker voor gaan komen, waardoor de bacterieziekte Erwinia mogelijk een groter probleem wordt.

Verandering in de frequentie van het voorkomen van klimaatfactoren in Eelde zoals berekend door het KNMI in de periode 2026-2055 voor respectievelijk de G+ (witte kolom per maand) en W+ (grijze kolom per maand) scenario’s en weergave indicatieve kostenaspecten.

Bron

De Wit, J., Swart, D., Luijendijk, E., 2009. Klimaat en landbouw Noord-Nederland: nu, in 2040 en 2100. Fase 2: overzicht relevante klimaatfactoren, impact schade van 15 landbouwgewassen en 2 diersoorten en mogelijke adaptatiemaatregelen, Houten.

Schaap, B., Blom-Zandstra, G., Geijzendorffer, I., Hermans, T., Smidt, R., Verhagen, A., 2009. Klimaat en landbouw Noord-Nederland. Rapportage van fase 2. Plant Research International & Alterra, Wageningen UR, Wageningen.