Project

Effecten van klimaatverandering op de watervraag in de groene ruimte

Om vroegtijdig te kunnen inspelen op de verwachte klimaatverandering is inzicht van belang in de effecten van klimaatverandering op de waterbeschikbaarheid en de daarmee samenhangende watervraag.

De verwachte veranderingen in de watervraag kunnen sturend zijn voor maatregelen die nodig zijn om de effecten van klimaatverandering op te kunnen vangen. Doel van dit project is inzicht geven in de veranderingen in de waterbeschikbaarheid en de watervraag als gevolg van klimaatverandering. Daarnaast wordt in het kader van dit project gekeken welke (extra) claims de veranderingen in de watervraag leggen op het ruimtegebruik.

Werkwijze

De mogelijke gevolgen van klimaatverandering op abiotische randvoorwaarden voor zowel landbouw als natuur zijn onderzocht en zo goed mogelijk gekwantificeerd. Door het gebruik van Fysische Tijdreeks Modellen (FTM) was het mogelijk om – uitgaande van klimaatscenario’s – de te verwachten effecten van klimaatverandering op het grondwaterregime (TGOR) te kwantificeren.

Deze informatie is doorvertaald naar landsdekkende informatie over de waterbeschikbaarheid voor de plant. Hierbij is rekening gehouden met de beschikbare berging in de wortelzone en de mogelijkheden voor capillaire nalevering vanuit het grondwater. Voor zowel de berging als de capillaire nalevering zijn de bodemfysische eigenschappen zeer bepalend. De informatie is gebruikt om de veranderingen te bepalen in de beschikbare hoeveelheid bodemvocht voor de vegetatie als gevolg van klimaatverandering.

Resultaten

Meer effect op bodemvocht dan op grondwaterregime
Het onderzoek geeft aan dat de watervraag toeneemt en de waterbeschikbaarheid voor vegetatie afneemt. Dit is vooral een gevolg van de veranderingen in de neerslag(verdeling) en de verdamping. Hierdoor neemt door klimaatverandering zowel de grondwaterafhankelijkheid van de natuur toe als de watervraag voor bijvoorbeeld beregening vanuit de landbouw. Deze veranderingen geven ook aan dat klimaatverandering niet zozeer effect heeft op het grondwaterregime (GR) maar veel meer op het bodemvochtregime (BR) en het daarmee samenhangende vochtleverend vermogen van de bodem aan de vegetatie.

Consequenties

Effecten van klimaatverandering hebben tot gevolg dat evaluatiesystemen voor landbouw en natuur niet meer toereikend zijn ter bepaling van effecten op landbouw en natuur. Deze instrumenten zijn afgeleid uit bepalingen en modelberekeningen onder historische en huidige klimatologische omstandigheden. Verandering van de bodemvochtvoorraad leidt ertoe dat men niet zozeer moet kijken naar het grondwaterregime maar veel meer naar het vochtleverend vermogen van een bodem. Het verdient aanbeveling om hier binnen het GGOR-traject rekening mee te houden.