De eikenprachtkever heeft het voorzien op verzwakte levende bomen. De slingerende larvengangen onderbreken de sapstroom waardoor de boom doodgaat. De kevers verlaten de boom via D-vormige uitvlieggaatjes (foto's: Leen Moraal).

Eiken verzwakt door rupsenvraat

In het hele land is in 2013 opnieuw kaalvraat bij eiken opgetreden. De eiken worden nu al enkele jaren achtereen belaagd.

Naast het bekende voorjaarstrio van kleine wintervlinder, grote wintervlinder en groene eikenbladroller, was er ook veel vraat door de najaarsspanner, kleine voorjaarsspanner en drie soorten voorjaarsuilen. Alle genoemde soorten zijn polyfaag en zitten zowel op eik als op andere boomsoorten. Alleen de groene eikenbladroller is monofaag en strikt gebonden aan eik. Op sommige plaatsen zitten de bomen - zelfs na de ontwikkeling van het Sint-Janslot - slecht in het blad. Op de stammen is vaak waterlot te zien, een teken dat de bomen erg te lijden hebben. Hoeveel kunnen ze verdragen voordat er sterfte optreedt?

De eiken kregen het de laatste jaren zwaar te verduren met extreme bladvraat door een cocktail van rupsensoorten waaronder de kleine wintervlinder.
De eiken kregen het de laatste jaren zwaar te verduren met extreme bladvraat door een cocktail van rupsensoorten waaronder de kleine wintervlinder.

In de grafiek van de kleine wintervlinder is te zien dat de vraat in 2009 en 2010 zeer hoog is te noemen.

De vorige pieken in bladvraat waren in 1996 en 1997 die de eiken indertijd hebben verzwakt. We kregen te maken met het nieuwe fenomeen van aantastingen door de eikenprachtkever. De voorheen weinig algemene kever kreeg z’n kansen omdat hij afhankelijk is van verzwakte bomen.

De eikenprachtkever heeft het voorzien op verzwakte levende bomen. De slingerende larvengangen onderbreken de sapstroom waardoor de boom doodgaat. De kevers verlaten de boom via D-vormige uitvlieggaatjes (foto's: Leen Moraal).

De eikensterfte die toen optrad, was voor Alterra reden om een grote steekproef in 122 eikenbossen uit te voeren (Vakblad Natuurbeheer 5, 2001). Hieruit bleek dat, landelijk gezien, de sterfte van 1% nogal meeviel, maar dat er ook opstanden waren met een sterfte van 4-10%. Bij maar liefst 39% van de dode bomen werden larvengangen van de eikenprachtkever vastgesteld. De grootste sterfte deed zich voor op natte gronden zoals percelen met ondoorlatende keileemlagen. Op dit soort bodems heeft de extreme neerslag in 1993, 1994 en 1998 tot hoge grondwaterstanden met wortelschade in het groeiseizoen geleid.

Tot nu toe hebben we geen berichten ontvangen over eikensterfte, maar als zich alsnog problemen voordoen dan vernemen we dat graag.