Eikenprocessierups

Eikenprocessierups

De plaag van de Eikenprocessierups Thaumetopoea processionea, blijft zich nog steeds uitbreiden. In Nederland werden de eerste nesten in 1991 bij Hilvarenbeek waargenomen. Na de instorting in 1997, werd verwacht dat de populaties verder zouden dalen. Maar dat is niet gebeurd.

grafiek eikenprocessierups

In 2004, het veertiende jaar van de plaag, zijn de populaties van de Eikenprocessierups weer verder naar het noordoosten verschoven. De rupsen zijn waargenomen op nieuwe lokaties in het oostelijk deel van de provincie Utrecht onder de lijn De Bilt, Zeist, Renswoude. In Gelderland liep de noordlijn grofweg van Ede, Rheden, Doesburg, Zelhem, naar Aalten. Nooit eerder waren zo noordelijk nesten waargenomen. Ook in de zuidelijke provincies is een toename van aantastingen geconstateerd. Al met al heeft het aantal meldingen in 2004 een nieuw record bereikt -zie grafiek hieronder. In 2007 werd opnieuw een piek in het aantal meldingen en een verdere noordwaartse verspreiding vastgesteld.

grafiekeikenprocessierups

Zo'n langdurige plaag is vreemd voor een insect dat in Zuid- en Oost-Europa thuishoort en waar de plagen gemiddeld 2 tot 4 jaar duren. De soort is in Nederland ingeburgerd en lijkt niet meer verdwijnen.

Op sommige plaatsen zoals hier op een parkeerplaats langs de snelweg wordt gewaarschuwd voor de Eikenprocessierups (foto: Hugh Jansman)

Aantastingsbeelden

Levenscyclus, herkennen, te verwarren met...

De levenscyclus van de Eikenprocessierups verloopt via de volgende stadia:
vlinder -» eitje -» rups -» pop -» vlinder -» eitje etc.

De eikenprocessierups is de larve van een nachtvlinder. In de periode juli tot september komen de onopvallende nachtvlinders uit de poppen. De vrouwtjesvlinderskunnen zich verplaatsen over een afstand van 5 tot 20 km, maar veel vrouwtjes zullen hun eieren afzetten in de directe omgeving van de plek waar ze uit de pop gekropen zijn. De vrouwtjes leggen hun eitjes in eipakketten van 30 tot 300 eieren op 1-2 jarige takken van alle soorten eiken, met een voorkeur voor de inlandse eik.

De eipakketjes overwinteren op dunne twijgen. Omstreeks april komen de rupsjes uit (foto: Leen Moraal)
De eipakketjes overwinteren op dunne twijgen. Omstreeks april komen de rupsjes uit (foto: Leen Moraal)

In april komen de oranjekleurige rupsen van het eerste stadium uit de eipakketten. De kleur van de rupsen verandert later in grijsgroen met een lichte streep aan de zijden. Pas vanaf het derde stadium worden de eerste brandharen gevormd. De lange haren (tot wel 10 mm) zijn niet irriterend - de korte 0,2 mm lange haren wel.

Vanaf half mei tot juli kan men eikenprocessierups aantreffen in de vorm van plakkaten op de stammen en later in de specifieke nesten gemaakt van dichte spinsels met vervellinghuidjes, uitwerpselen en brandharen, hangend aan takken. ’s Nachts gaan de eikenprocessierupsen in optocht (in processie) naar de kroon om het blad te bevreten. De rups doorloopt in totaal zes stadia, waarna zij - omstreeks juni/juli in de nesten verpoppen. De poppen hebben een roodbruine kleur. De lichtbruine vlinders verschijnen van begin juli tot begin september. De eitjes worden in pakketjes op de takken afgezet waar ze overwinteren. Gunstige weersomstandigheden kunnen de ontwikkeling van de rupsen tot vlinder versnellen. Bij zachte winters en hoge temperaturen in het voorjaar kunnen de rupsen eerder in het seizoen verschijnen.

processierups.jpg
Boven - in de beginfase maken de rupsen nog geen nesten maar zonnen ze in plakkaten op de stam. 's Nachts gaan ze in processie naar de kroon om van het blad te eten (foto's Leen Moraal)
Boven - in de beginfase maken de rupsen nog geen nesten maar zonnen ze in plakkaten op de stam. 's Nachts gaan ze in processie naar de kroon om van het blad te eten (foto's Leen Moraal)
processierupsnest1.jpg
In een later stadium worden rupsennesten gevormd, vaak in een takoksel of aan de stamvoet. De vervelling en de verpopping vindt plaats in het nest. Deze nesten zitten vol met lege vervellingshuidjes (met brandharen), uitwerpselen en poppen of lege pophuidjes (foto's Leen Moraal).
In een later stadium worden rupsennesten gevormd, vaak in een takoksel of aan de stamvoet. De vervelling en de verpopping vindt plaats in het nest. Deze nesten zitten vol met lege vervellingshuidjes (met brandharen), uitwerpselen en poppen of lege pophuidjes (foto's Leen Moraal).

Verwarring mogelijk met  . . . Bastaardsatijnvlinder en Spinselmot

bastaardsatijnnestrupsklein1.jpg
De Bastaardsatijnvlinder Euproctis chryssorhoea heeft ook irriterende haren en leeft op eik, duindoorn en meidoorn. Deze soort vormt winternesten waarin de jonge rupsen overwinteren. Deze nesten worden niet op de stam maar in de kroon gevormd (foto's Alterra).
De Bastaardsatijnvlinder Euproctis chryssorhoea heeft ook irriterende haren en leeft op eik, duindoorn en meidoorn. Deze soort vormt winternesten waarin de jonge rupsen overwinteren. Deze nesten worden niet op de stam maar in de kroon gevormd (foto's Alterra).
Spinselmotten (of stippelmotten) maken uitgebreide spinsels (foto Alterra)
Spinselmotten (of stippelmotten) maken uitgebreide spinsels (foto Alterra)

De rupsen van de verschillende soorten spinselmotten Yponomeuta spp. leven op wilg, kardinaalsmuts, meidoorn, sleedoorn en inheemse vogelkers. De rupsen kunnen omvangrijke spinsels maken waarbij gehele bomen en struiken kunnen worden "ingepakt". 

Bestrijding

Een verantwoorde bestrijding

De beheersing van de Eikenprocessierups is geen eenvoudige opgave. Het blijkt in de praktijk niet eenvoudig een juiste mix te vinden tussen het voorkómen van gezondheidsklachten, het vermijden van ongewenste ecologische effecten en het opzetten van een adequate monitoring en bestrijding van deze plaag.

Om tot een eenvormige en verantwoorde bestrijding te komen heeft Alterra samen met Plantenziektenkundige Dienst, Vlinderstichting, GGD en betrokken provincies een Leidraad geschreven voor de bestrijding van de Eikenprocessierups. Met deze leidraad worden voor de professionele beheerders bouwstenen aangereikt om goede beheerkeuzen te maken.

Op bepaalde plekken kan men bij overlast volstaan met niets doen, branden of zuigen. In andere situaties is de rups onder voorwaarden goed te bestrijden met een bacteriepreparaat (foto: Leen Moraal).
Op bepaalde plekken kan men bij overlast volstaan met niets doen, branden of zuigen. In andere situaties is de rups onder voorwaarden goed te bestrijden met een bacteriepreparaat (foto: Leen Moraal).
In de leidraad wordt aanbevolen om rekening te houden met zeldzame vlindersoorten, zoals de Eikenpage, die eveneens worden aangetast door het preparaat (foto: Alterra).
In de leidraad wordt aanbevolen om rekening te houden met zeldzame vlindersoorten, zoals de Eikenpage, die eveneens worden aangetast door het preparaat (foto: Alterra).
Voor verdere informatie wordt verwezen naar de websites van de betrokken provincies en het Ministerie van LNV (zie bij Links). Voor de 'Leidraad beheersing eikenprocessierups' lees als pdf