Geen spinselmot maar spindraden van de groene eikenbladroller op een eikenstam (foto: A.J. Dijkstra).

Enorme bladvraat in eiken

Uit het hele land komen meldingen over enorme vraat door rupsen in eiken maar ook in beuk, populier, es, iep en es. Het gaat vooral om rupsen van de Kleine wintervlinder, Grote wintervlinder en Groene eikenbladroller (de laatste is specifiek voor eik).

In laanbeplantingen in Overijssel zijn eikenstammen van veel eiken met een spinsel overtrokken. Het gaat hier niet om een spinselmot (die zit nooit op eik) maar om spindraden van de Groene eikenbladroller. Bij overbevolking treden er voedseltekorten op en verlaten de rupsen - op zoek naar alternatieve voedselbronnen - de bomen via spindraden. Daarnaast waaien door de harde wind van de laatste dagen veel rupsen uit de boom die ze al spinnend weer inklimmen en de stam bekleden.

Lichte kleurvariant rups van de Najaarsspanner (foto: J. De Constant Rebecque).
Lichte kleurvariant rups van de Najaarsspanner (foto: J. De Constant Rebecque).
Donkere kleurvariant van de Najaarsspanner (foto: Alterra / A. van Frankenhuijzen).
Donkere kleurvariant van de Najaarsspanner (foto: Alterra / A. van Frankenhuijzen).

Nieuw dit jaar is de zware vraat van de Najaarsspanner, Agriopis aurantiaria. Het is een spanrups met een lichtbruine kop en lichtbruin lichaam met aan weerszijden een donkere lengtestreep (linksboven). Afhankelijk van de locatie, voedselplant en stadium van de rups zijn er ook donkere kleurvarianten (rechtsboven). De tot 35 mm lange rupsen zijn aanwezig van april tot juni. Ze voeden zich met het blad van verschillende boomsoorten maar ze hebben een voorkeur voor eik en berk. De Najaarsspanner is een gewone soort in Nederland maar veroorzaakte plagen in de jaren tachtig in Drenthe in beuk, eik en lariks. Op dit moment zien we de Najaarsspanner merkwaardig genoeg op vele plaatsen in Nederland optreden.

Door een combinatie van alle genoemde rupsensoorten kan een zodanige kaalvraat optreden dat er een winters tafereel met compleet kale bomen ontstaat. In 1996 en 1997 was er zo'n landelijke situatie. Hoe erg het ook lijkt - de bomen kunnen kaalvraat heel goed verdragen. Wanneer de rupsen volgroeid zijn gaan ze verpoppen en stopt de vraat. De bomen lopen daarna gewoon uit en komen weer in het blad te staan alsof er niets gebeurd is. Alleen bij herhaalde kaalvraat met tegelijkertijd extreme droogte of juist vernatting kan er hier en daar boomsterfte optreden.