Project

Faagtherapie ter verbetering van voedselveiligheid en diergezondheid

Faagtherapie is een aanpak waarbij virussen (bacteriofagen of fagen) specifiek ziekteverwekkende (pathogene) bacteriën bestrijden, terwijl ze onschadelijke bacteriën, mensen, dieren en planten ongedeerd laten.

Een faag bestrijdt een bacterie door zich er specifiek aan te hechten en zijn erfelijk materiaal in de bacterie cel te brengen. Deze raakt hierdoor ontregeld en gaat vervolgens heel veel nieuwe fagen produceren. Doordat de fagen van binnenuit gaten in de celwand van de bacterie maken (lysis) gaat deze dood. De fagen die dan vrijkomen, hechten weer aan een nieuwe prooi en deze cyclus blijft zich herhalen. Naast faagtherapie is het ook mogelijk de enzymen die deze lysis veroorzaken te gebruiken voor specifieke bestrijding van bacteriën, dit wordt lysinetherapie genoemd.

Bacteriële infecties

Faagtherapie bestaat al sinds het begin van de vorige eeuw. In de westerse wereld verloor deze methode aan belangstelling onder meer doordat antibiotica beschikbaar kwamen voor de behandeling van bacteriële infecties. In de loop der jaren is echter steeds meer resistentie tegen antibiotica ontstaan. De vraag naar andere vormen van bestrijding van ziekteverwekkers (zoals faagtherapie) is daardoor toegenomen.

Bestrijding van ziekteverwekkers

Het Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR verricht onderzoek naar diverse toepassingen van faag- en lysinetherapie ter verbetering van voedselveiligheid en diergezondheid. In Nederland raken jaarlijks zo’n 130.000 mensen geïnfecteerd met Campylobacter en Salmonella, voornamelijk via besmet voedsel. Het onderzoek op het gebied van faagtherapie richt zich op dit moment op het bestrijden van ziekteverwekkers zoals Campylobacter.

Salmonella en Campylobacter

Faagtherapie wordt voor de bestrijding van Salmonella en Campylobacter nog niet in de praktijk toegepast. Niet omdat er getwijfeld wordt aan de veiligheid, maar omdat er nog praktische hindernissen zijn die kosteneffectieve toepassing op grote schaal in de weg staan. Het onderzoek richt zich onder meer op het bepalen van het meest geschikte ‘product’ (levende dieren, karkassen, eindproducten) om met een lage dosering van fagen een zo groot mogelijke humane gezondheidswinst te krijgen (minder ziektegevallen). Ook worden studies verricht naar het risico op ontstaan van resistentie die ook bij faagtherapie kan optreden. En voor Campylobacter moet een combinatie van fagen gebruikt worden om alle Campylobacter stammen aan te pakken. De effectiviteit van een combinatiebehandeling wordt bestudeerd.

Diergezondheid

Dit onderzoek richt zich met name op de ontwikkeling van faag- en lysinetherapie ter  bestrijding van Streptococcus suis infecties bij varkens. S. suis is één van de belangrijkste bacteriële infecties in de varkensproductiesector en kan ernstige symptomen geven zoals meningitis (hersenvliesontsteking) en artritis (gewrichtsontsteking). Antibiotica worden hiervoor vaak ingezet. Dit door ImmunoValley geselecteerde project valt binnen het programma 'alternatieven voor antibiotica' (ALTANT) van het ministerie van LNV.

Voedselveiligheid

Onderzoek heeft uitgewezen dat het gebruik van fagen in levende dieren (vleeskuikens) een reductie van Campylobacter en Salmonella tot gevolg kan hebben. In het CARMA (Campylobacter Risk Management en Assessment)-project is vastgesteld dat een reductie van het aantal Campylobacterbacteriën in levende vleeskuikens een gunstig effect zal hebben op de humane ziektelast ten gevolge van Campylobacter. Binnen het huidige project, dat pas recent is gestart, worden fagen en lysines geïsoleerd, gekarakteriseerd, gezuiverd en geproduceerd. De meest geschikte kandidaten worden getest voor hun bruikbaarheid in de praktijk. Onder andere is duidelijk geworden dat de combinatie van type infectie, faag en gastheer van groot belang is op het uiteindelijke resultaat.