Nieuws

Groei wordt voor Nederlandse agrosector een uitdaging

Gepubliceerd op
23 november 2011

Tussen nu en 2025 loopt de agrarische productie in Nederland tegen milieugrenzen aan, vooral voor de afzet van mest. Toch blijft het perspectief voor deze hoogproductieve sector gunstig. Met verwerking, logistiek en distributie kan meer waarde worden gerealiseerd en er liggen ook kansen voor het opzetten van voedselproductie elders. Het vooruitzicht voor de plantaardige sectoren voor de komende 15 jaar is gunstiger dan dat voor de veehouderij. Dit concludeert het LEI in de vandaag verschenen studie In perspectief;Over de toekomst van de Nederlandse agrosector.

In de agrosector vindt de komende jaren een verschuiving plaats; er zal meer toegevoegde waarde en werkgelegenheid komen door akkerbouw, glastuinbouw en teelt in open grond. Het belang van de veehouderij daalt. Dit komt door de gunstiger prijsontwikkelingen voor de plantaardige sectoren. De groei van de veehouderij wordt bovendien beperkt door de hoge kosten voor de afzet van mest. Wel is in 2025 het grondgebonden veehouderijcomplex (rundvee, schapen, geiten, zuivelindustrie, rundveeslachterijen) nog steeds het belangrijkste onderdeel van de agrosector.

Aandeel van agrarische sector in de economie neemt af

Het aandeel van de agrarische productie in de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde van de nationale economie is de laatste jaren gestaag gedaald, tot circa 10% in 2009. De sector groeide weliswaar, maar de rest van de economie groeide harder. Uit berekeningen van het LEI komt naar voren dat het belang van de agrarische productie in 2025 verder zal zijn afgenomen, tot een aandeel van circa 8,5% in toegevoegde waarde en werkgelegenheid. De verwerkende en logistieke schakels groeien; het belang van de primaire en toeleverende schakels daalt.

Minder varkens in 2025

In de melkveehouderij is de verwachting dat ons land in 2025 met minder koeien meer melk zal produceren. Een risico vormt het gebrek aan maatschappelijk draagvlak voor een intensivering van de melkveehouderij.
Voor de pluimveehouderij wordt mondiaal een goede prijsontwikkeling verwacht, dankzij een sterke stijging van de consumptie. Ook hebben pluimveevlees en eieren een relatief gunstige ecologische ꞋfootprintꞋ in vergelijking met ander vlees en met zuivel, met name door de zeer efficiënte voederbenutting.

Voor de varkenshouderij wordt een halvering van het aantal bedrijven verwacht in 2025 (ten opzichte van 2009). De varkensstapel zal daarbij naar verwachting met maximaal 20% zijn afgenomen. Oorzaak hiervan zijn de lage marges, gecombineerd met hoge kosten van welzijns- en milieumaatregelen.

Verschuiving in akkerbouw, internationalisering van tuinbouw

In 2025 telen we minder aardappelen en meer graan in Nederland en, als de suikerquotering wordt afgeschaft, meer suikerbieten. Een kwetsbaarheid van de akkerbouw is de afnemende bodemgezondheid en –vruchtbaarheid. Het areaal glastuinbouw blijft naar verwachting min of meer stabiel. Nieuwe markten liggen buiten Europa en deze kunnen ofwel vanuit ons land bediend worden - nieuwe bewaartechnieken bieden daar steeds meer mogelijkheden voor- of ter plaatse vanuit satellietlocaties voor de productie.

Topsectorenbeleid biedt goede aanknopingspunten

Het kabinet heeft een nieuw bedrijvenbeleid in gang gezet, waarbij specifiek aandacht wordt gegeven aan de topsectoren Agro & Food en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. Uit de analyse in deze Perspectievenstudie komt naar voren dat deze aanpak essentieel is voor succes: een sterke verbinding tussen wetenschap, bedrijfsleven en overheid is een historische sterkte van ons land. Daarnaast blijkt uit de studie dat een zekere regie noodzakelijk is om bepaalde zwaktes te kunnen ondervangen.

Het rapport wordt gepresenteerd tijdens een bijeenkomst op dinsdag 29 november aanstaande in het Atrium van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Bezuidenhoutseweg 30, Den Haag. De bijeenkomst begint om 13.00 u en duurt tot circa 16.30 u. Tijdens de bijeenkomst zullen enkele sprekers een reactie geven op de uitkomsten van de studie.  

Het programma van de bijeenkomst is als volgt:

13.00 u. ontvangst;

13.30 u. introductie van de studie  (dhr. H.F. Massink, opdrachtgever);

13.40 u. presentatie van de belangrijkste resultaten en gelegenheid tot het stellen van vragen (mw. P. Berkhout, projectleider);
14.10 u. reacties op het onderzoek van:
- dhr. E. Mathijs, hoogleraar landbouw- en voedseleconomie, KU Leuven;
- dhr. H. Kool (waarnemend directeur Agroketens en visserij, ministerie van EL&I));
- dhr. N. van Ruiten (lid topteam Tuinbouw & Uitgangsmaterialen);
- dhr. T.C. de Groot, directeur Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO);
15.10 - 16.15 u. plenaire discussie;
16.30 u. afsluiting.

Aanmelding voor de bijeenkomst is tot maandag 28 november 12.00 u. mogelijk bij mevrouw A. van Lente-Haasnoot (A.H.vanLente-Haasnoot@minez.nl).