Hepatitis E - varkens

Hepatitis E

Hepatitis E is een leverziekte veroorzaakt door het Hepatitis E virus (HEV). In ontwikkelde landen komt HEV sporadisch voor en gaat het vooral om de genotypen 3 en 4 die van dieren afkomstig zijn. Besmetting met HEV verloopt in het algemeen vaak zonder ziekteverschijnselen. Maar de infectie kan ook leiden tot een acute leverontsteking die vooral bij zwangere vrouwen vaker en ernstiger complicaties kan veroorzaken.

Volgens de WHO zijn er jaarlijks 20 miljoen HEV-infecties, ruim 3 miljoen acute gevallen en zo’n 70.000 doden gerelateerd aan Hepatitis E. Deze getallen worden vooral bepaald door uitbraken in ontwikkelingslanden. In ontwikkelingslanden wordt het virus voornamelijk overgedragen via drinkwater dat verontreinigd is met ontlasting. In deze landen gaat het om genotype 1 of 2 van het virus en deze varianten komen uitsluitend bij mensen voor.

Waar komt HEV voor?

Hepatitis E bij mensen komt veel voor in ontwikkelingslanden (genotypen 1 en 2), vermoedelijk veroorzaakt door verontreinigd drinkwater en slechte hygiënische omstandigheden. Bij mensen in de geïndustrialiseerde landen komt de ziekte minder vaak voor. In Nederland en ook de rest van Europa heeft 5 tot 10% van de bevolking antistoffen tegen HEV, op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat zij ooit in aanraking zijn gekomen met dit virus.

De infectie met het HEV genotype 3, het meest voorkomende type in Nederland en de rest van Europa, kan opgelopen worden door het eten van besmet vlees of het drinken van besmet water. De oorzaak van de infectie is vaak moeilijk te achterhalen, omdat de incubatietijd tot 60 dagen en soms meer kan bedragen. Het virus kan ook overgedragen worden via bloedtransfusies en transplantatie van organen. Hepatitis E-virus genotype 3 is naast mensen aangetoond in gehouden varkens, wilde zwijnen, sommige hertensoorten en  schelpdieren.

HEV in Nederland

Het aantal ziektegevallen ten gevolge van HEV in Nederland wordt geschat op 1 tot 5 infecties per 100.000 personen per jaar. Varkens zijn waarschijnlijk de voornaamste bron van deze infecties. Op basis van diverse onderzoeken is vastgesteld dat HEV voorkomt op meer dan 50% van de mestvarkensbedrijven in Nederland. Er zijn geen aanwijzingen dat dit verandert. Erfelijk materiaal van het virus is aangetoond in varkenslevers die werden gekocht in slagerijen. In worst van rauwe varkenslevers in Frankrijk werd “levend virus” gevonden.

Ziekteverwekker Hepatitis E

Bij mensen en zoogdieren komen 4 typen van Hepatitis E virus voor. Genotype 1 en genotype 2 komen uitsluitend voor bij mensen in de tropische regio’s van Afrika en Azië. Genotype 3 en genotype 4 komen voor bij zowel mensen als dieren en zijn van dier op mens (zoonotisch) overdraagbaar. In Europa zien we vrijwel uitsluitend genotype 3 virussen en heel sporadisch genotype 4. Hepatitis E virus genotype 3 komt in Nederland voor bij gehouden varkens en bij wilde fauna, vooral wilde zwijnen en hertachtigen.

Ziektebeeld Hepatitis E

Bij mensen verloopt hepatitis E virus infectie meestal zonder ziekteverschijnselen. Bij een klein aantal mensen kan HEV echter leiden tot een acute leverontsteking met koorts en misselijkheid. Bij zwangere vrouwen zou de ziekte ernstiger verlopen en vaker complicaties kunnen veroorzaken. Directe natuurlijke besmetting van patiënten naar andere personen is zeldzaam.

Verspreiding/transmissie van Hepatitis E

Varkens, wilde zwijnen, sommige hertensoorten, schelpdieren en mensen kunnen geïnfecteerd worden met HEV genotype 3. Het virus wordt uitgescheiden via ontlasting en urine; als deze in (bronnen voor) drinkwater terechtkomen, kunnen dieren en mensen die dit water drinken ook besmet raken met het virus. Het is nog niet duidelijk wat de belangrijkste besmettingsroute is. Wageningen Bioveterinary Research doet onderzoek naar de transmissieroutes. De lever is het belangrijkste doelorgaan van het virus maar ook in andere organen en bloed kunnen hoge concentraties voorkomen. Bloedtransfusie en orgaantransplantatie zijn dan ook mogelijke oorzaken van transmissies bij mensen. Voldoende verhitting van besmet materiaal doodt het virus. Besmet voedsel dat rauw wordt gegeten, bijvoorbeeld oesters vormt een potentiële besmettingsroute.

Onderzoek naar hepatitis E virus is belangrijk om te zien of de incidentie toeneemt en daarmee het risico voor de mens. Verder is het belangrijk om te zien of er virulente varianten ontstaan en om beter inzicht te verkrijgen in de (belangrijkste) transmissieroutes.

Behandelingsmogelijkheden

Bij varkens kan hepatitis E virus een leverontsteking veroorzaken maar duidelijke ziekteverschijnselen ten gevolge van hepatitis E virus worden bij varkens eigenlijk nooit gezien. Varkens worden daarom eigenlijk nooit behandeld aan hepatitis E. Er is ook geen vaccin beschikbaar voor preventieve behandeling. Mensen die ernstige hepatitis ontwikkelen na een infectie met HEV kunnen behandeld worden met antivirale middelen maar dit is niet altijd succesvol en vereist een langdurige behandeling met ziekenhuisopname.

Preventie en controle van Hepatitis E

Bij zoogdieren kan hepatitis E virus ook een leverontsteking veroorzaken maar dit gaat niet gepaard met duidelijke ziekteverschijnselen. De ziekte is niet aangifteplichtig. Preventieve maatregelen bij varkens worden daarom niet genomen. Voor mensen is het aan te raden om geen verontreinigd water te drinken of producten die daarmee in aanraking zijn geweest. Ook het eten van onvoldoende verhit varkensvlees (met name lever) of wild  (vooral wild zwijn of hert) moet ontraden worden. 

Diagnostiek

Hepatitis E virus (HEV) is een zeer moeilijk kweekbaar virus. Voor het aantonen van HEV wordt vrijwel altijd gebruik gemaakt van PCR-techniek. Met behulp van PCR kan het virus (RNA) goed aangetoond worden in bloed en (lever)weefselmonsters; er zijn ook standaard procedures ontwikkeld voor de detectie van hepatitis E virus in voedsel- en water-monsters.

Voor de bepaling van antistoffen tegen hepatitis E virus wordt gebruik gemaakt van diverse immunoassays, vooral Elisa’s. De laatste jaren zijn deze tests sterk verbeterd maar er bestaan nog steeds behoorlijke kwaliteitsverschillen. Hoewel er 4 genotypen van HEV voorkomen bij zoogdieren (en mensen) wordt er maar 1 serotype onderscheiden. Dat wil zeggen dat de antilichaam-tests geen onderscheid kunnen maken tussen antistoffen opgewekt door een van deze 4 typen. Zowel de PCR als de antilichaam test kunnen door Wageningen Bioveterinary Research routinematig uitgevoerd worden in alle eerdergenoemde monsters.