Project

Herinrichting Geeserstroom: Inzicht in effecten van beekherstelmaatregelen

Beken en andere waterlichamen zijn in Nederland de afgelopen jaren op veel plekken hersteld.

foto van natuurbericht

In Drenthe is de Geeserstroom van een rechtgetrokken goot in een landbouwgebied veranderd in een meanderende beek. Over de effecten van dergelijke grootschalige beekherstelmaatregelen is nog niet veel bekend.

Het project Optimalisatie van herstelmaatregelen in aquatische ecosystemen van Wageningen Environmental Research (Alterra) heeft als doel het verkrijgen van inzicht in processen en factoren die leiden tot een succesvol herstel van aquatische ecosystemen. Daarvoor zijn monitoringsprogramma’s opgezet binnen verschillende projecten. Een voorbeeld hiervan is de herinrichting van het dal van de Geeserstroom. Het gaat daarbij om het volledig opnieuw graven van een (meanderende) bovenloop.

Op basis van de gegevens over de eerste twee jaren na de herinrichting van de Geeserstroom is een aantal onderzoeksvragen beantwoord. Onderzocht is bijvoorbeeld welke soorten zijn verdwenen na uitvoering van de herstelmaatregelen, welke soorten terugkeerden en wanneer.

Beekherstelprojecten

Ondanks dat de komende jaren veel herstelprojecten gepland staan, is nog weinig bekend over de ecologische effecten van grootschalige beekherstelprojecten. Om maatregelen te kunnen optimaliseren is onderzoek naar effecten van beekherstelmaatregelen nodig. Bovendien biedt de evaluatie van herstelprojecten de mogelijkheid om te leren van de praktijk, zodat deze kennis in andere projecten kan worden toegepast.

Vinger aan de pols

De sleutel voor een succesvol herstel ligt in de terugkeer van bepaalde soorten, de zogenoemde doelsoorten, en het bereiken van een ecosysteem van voldoende kwaliteit. In het proefgebied Geeserstroom zijn na herstel stapsgewijs zowel de abiotische veranderingen (niet-biologische effecten) na het uitvoeren van de herstelmaatregelen, als de daadwerkelijke terugkeer van de gewenste soorten gevolgd.

Het herstel van de Geeserstroom richtte zich op de realisatie van een natuurlijker beeksysteem, waarbij maatregelen als hermeandering, het verhogen van het waterpeil en de beekbodem en het aanbrengen van een vistrap onderdeel waren van het project.

De onderzoekers hebben een nulsituatie vastgesteld in 2004-2005. Gegevens die zijn verzameld na de uitvoering van de maatregelen zijn vergeleken met de gegevens van de nulsituatie om de effecten van het herinrichtingsproject te bepalen.

Effecten van herstel

De Geesterstroom was voor zijn herstel een rechte waterloop met een hoog talud en weinig verschillen in hoogte en stroming. Na de herstelmaatregelen is te zien dat door de meandering de beek langer is, met minder insnijding en meer variatie in stroming.

Nieuwe beek

Bijzondere beeksoorten zouden kunnen profiteren van deze verbeteringen. Daarom hebben de onderzoekers onder meer bekeken welke doelsoorten de beek heeft aangetrokken en na hoeveel tijd dit is gebeurd. Helaas blijkt dat veel beeksoorten de nieuwe beek niet bereiken, vooral zwemmende en kruipende soorten, zoals bloedzuigers en watermijten. Vliegende soorten, zoals wantsen en dansmuggen, zijn wel in staat snel de nieuwe beek te bereiken. Het zijn typische kolonistensoorten die goed bestand zijn tegen verstoringen in het leefmilieu.

Herinrichting van de Geeserstroom

Na twee jaar zijn de doelsoorten echter nog steeds niet aangetroffen. Mogelijk zijn er te veel obstakels om de beek te kunnen bereiken, zijn ze veeleisend in het kiezen van hun leefomgeving of zijn de condities in de Geeserstroom nog niet optimaal. Verbeteringen in een ecosysteem doen zich vaak pas na vijf tot tien jaar voor. Het bestuderen van de effecten van beekherstelprojecten, zoals de herinrichting van de Geeserstroom, over een langere periode kan daarom een ander en completer beeld geven van de effecten.

Links: