Nieuws

Hoge fosforconcentraties in zomer afkomstig uit waterbodem

Gepubliceerd op
20 maart 2012

De waterlopen in de Krimpenerwaard hebben hoge fosforconcentraties in het zomerhalfjaar. Deze kunnen niet worden verklaard door de bronnen die de waterlopen dan belasten. Onderzoek van Alterra, onderdeel van Wageningen UR, toont aan dat de waterbodem hieraan bijdraagt door in het winterhalfjaar fosfor te adsorberen, om dit fosfor in het zomerhalfjaar na te leveren aan het oppervlaktewater.

onderzoek fosforconcentraties

De waterbodem kan van grote invloed zijn op de fosforconcentraties in wateren. De waterbodem bevat fosfor geadsorbeerd aan ijzer- en aluminiumdeeltjes en fosfor dat is gebonden in organische stof. Dit fosfor kan door biochemische processen vrijkomen uit de waterbodem om zo te worden nageleverd aan de waterkolom. Deze fosfornalevering speelt vooral in de zomer en in het voorjaar wanneer de biochemische processen door de oplopende temperaturen op gang komen. Hoge fosforconcentraties in het oppervlaktewater zijn het gevolg.

Alterra-onderzoeker Luuk van Gerven: “Om de hoge fosforconcentraties in het zomerhalfjaar in de Krimpenerwaard te verklaren hebben we de waterbodem op drie locaties bemonsterd en in het laboratorium geanalyseerd op samenstelling en op de potentie om fosfor na te leveren. Onze resultaten tonen aan dat de waterbodem meer dan genoeg potentie heeft om de hoge fosforconcentraties in de waterlopen te verklaren. Alleen al de drie centimeter dikke toplaag van de waterbodem heeft voldoende potentie. De chemische naleveringspotentie van de waterbodem, dat is de nalevering door mobilisatie of desorptie van geadsorbeerd fosfaat, is naar schatting twee tot vier keer zo groot als de nalevering van in organisch materiaal gebonden fosfor door decompositie (de biotische naleveringspotentie). De chemische naleveringspotentie is afhankelijk van de redoxpotentiaal in de waterbodemtoplaag die wordt beïnvloed door de zuurstofcondities. Onder anaerobe omstandigheden, die voorkomen in het zomerhalfjaar, kan deze laag twee tot vijf keer zoveel fosfor naleveren als onder aerobe omstandigheden, zoals in het winterhalfjaar.”

Download