Inspirerende vrouwen van WUR: Eefke Weesendorp

Bij Wageningen University & Research geloven wij dat een inclusieve cultuur bijdraagt aan beter onderzoek & onderwijs. Binnen een inclusieve cultuur voelt iedereen zich veilig en welkom. Het projectteam Diversity & Inclusion bij WUR werkt op verschillende manieren aan meer inclusiviteit. Bijvoorbeeld door het empoweren van vrouwen. In de serie inspirerende vrouwen van WUR, deze keer: Eefke Weesendorp, afdelingshoofd diagnostiek en crisisorganisatie bij Wageningen Bioveterinary Research. “In mijn loopbaan van ‘stallenmeisje’ tot afdelingshoofd heb ik niet echt gender-ongelijkheid ervaren”

“In de high containment unit werken we allemaal in dezelfde (bedrijfs)kleding, waardoor rangen en standen wegvallen. Van directielid tot schoonmaker; we zien er allemaal hetzelfde uit. Dat bevordert de gelijkheid op ons werk en ik denk ook wel de toegankelijkheid.” Dat vertelt Eefke Weesendorp, die bij Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) in Lelystad werkt aan (besmettelijke) dierziekten.

Nu in coronatijd is deze afdeling gegroeid naar zo’n 100 mensen die helpen met de diagnostiek

Kun je in het kort je loopbaan beschrijven?

“Ik werk bij WBVR in Lelystad aan (besmettelijke) dierziekten en nu ook aan corona, veelal in de high containment unit. Na een Master Dierwetenschappen bij WUR kon ik in 2005 bij WBVR promotieonderzoek doen naar de klassieke varkenspest. Na mijn promotie koos ik voor een baan als onderzoeker op de afdeling Infectie Biologie van WBVR. Deels ingegeven door het WUR-brede programma Talent & Topic; een soort masterclasses voor wetenschappelijke verdieping, dat ik na mijn promotie kon doorlopen.

In 2013 werd ik gevraagd als teamleider van de virologische diagnostiek groep van zo’n 15 medewerkers. Diagnostiek was voor mij een nieuw vakgebied met routinematig onderzoek naar dierziektes bij export en onderzoek naar aangifteplichtige dierziektes. Enige tijd daarna kregen we te maken met een uitbraak van de vogelgriep. Een ontzettend dynamische periode, waarin niks viel te plannen, maar ik had het erg naar mijn zin.
Sinds 2015 ben ik afdelingshoofd van de afdeling Diagnostiek en Crisisorganisatie. Hier komen alle disciplines op het gebied van dierziektes - en nu dus corona - voorbij. Deze afdeling van oorspronkelijk 30 mensen is ondertussen gegroeid naar zo’n 65 mensen, en telt nu in coronatijd ongeveer 100 mensen, inclusief hulp van andere afdelingen. Gelukkig heb ik zeven projectleiders en vier teamleiders die projecten managen en ook een stukje personeelsmanagement doen. Over ons lab in coronatijd is er met mij ook een video (Science Talks Corona) opgenomen, waarin ik vertel over onze coronatestcapaciteit. Die moeten wij beperken tot 1500 testen per dag om ons andere reguliere en wettelijke werk te kunnen blijven doen.”

Bij WBVR heb ik niet gemerkt dat het feit dat ik vrouw ben tegen mij heeft gewerkt

Je bent PhD-er geweest, onderzoeker en nu afdelingshoofd. Je kunt vergelijken. Heb jij het idee dat gender-ongelijkheid in bepaalde functies of groepen meer speelt dan in andere?

“Bij WBVR heb ik niet gemerkt dat het feit dat ik vrouw ben tegen mij heeft gewerkt. Wel merk ik dat mensen bij elke stap die je maakt, anders tegen je aan gaan kijken. Vooral als je stappen omhoog maakt binnen dezelfde werkkring. Het mooie aan onze organisatie vind ik dat als je iets wil en ambitie laat zien, er veel ruimte is voor groei. Tijdens een stage dierverzorging en biotechnologie heb ik ook in Lelystad in de stallen gewerkt, en in de stallen bij Zodiac voor een onderzoeksproject. In mijn loopbaan van ‘stallenmeisje’ tot afdelingshoofd heb ik niet echt gender-ongelijkheid ervaren.

Op het niveau van analisten en projectleiders zie je dat binnen WBVR de man/vrouwverdeling 50/50 is. Dat is niet bij alle organisaties zo. In de wereld van de diagnostiek werken over de hele linie best veel vrouwen, maar in de private organisaties zie ik toch vaak meer mannen in de top.”

Ervaar jij verschil in hoe mannen en hoe vrouwen tegemoet getreden worden in je werkomgeving binnen WUR (werkgroepen, vergaderingen, projecten)?

“Toen ik in 2015 de overstap maakte naar het managementteam (MT) was ik de enige vrouw. Ondertussen zitten er evenveel mannen als vrouwen in ons MT. Ik ervaar binnen WBVR geen verschil in benadering tussen mannen en vrouwen. Mijn ervaring is dat kennis en ervaring tellen of men je serieus neemt.”

Je bent president van de European Association of Veterinary Laboratory Diagnosticians. Hoe is het in EU-verband gesteld met Gender en Diversity? Is dat een mannenwereld?

“Nee, het is zeker geen mannenwereld. Eerder andersom, je ziet dat er toch wel veel vrouwen werkzaam zijn in de dierdiagnostiek. Het grappige is dat de past president, de president en de vice president op dit moment allemaal vrouwen zijn. In de rest van het bestuur is het aantal mannen en vrouwen nagenoeg gelijk. Dat ik president ben, heb ik te danken aan het feit dat WUR mij als PhD-er heeft gestimuleerd om over de grenzen te kijken. Ik heb deelgenomen aan een EU-jongerennetwerk Young Epizone, waar ik workpackage leader was. Ik kon dus in mijn PhD-tijd internationale ervaring opdoen.”

Mijn ervaring is dat kennis en ervaring tellen of men je serieus neemt

Je hebt een drukke, leidinggevende functie. Wat doe jij om je werk in balans te houden met je privéleven?

“Ja, dat ervaar ik wel als een lastig aspect van mijn werk. Toen ik afdelingshoofd werd, had ik hele jonge kinderen. Dan moet je, samen met je leidinggevende, opletten dat je jezelf niet voorbijloopt. Vooral tijdens corona, met kinderen in de basisschoolleeftijd die ik thuis les moest geven, samen met een thuiswerkende partner en dat in één van de drukste periodes ooit op het lab. Het scheelt dat ik mijn werk altijd leuk heb gevonden en dat ik energie haal uit mijn werk.”

Heb je tips?

“Regel het zo dat je werk of je diensten behapbaar blijven; ik draai nu 1x per week avonddienst voor de Coronadiagnostiek en werk afwisselend in het weekend.

Regel het thuis ook goed. Ik heb gelukkig een hele praktische oplossing; een hele goede back-up van mijn ouders, die drie dagen in de week de kinderen op kunnen vangen.

Neem als je thuis bent voldoende ruimte om op te laden. Daarom sla ik nu niet meer ’s avonds om 22.00 uur mijn laptop open, want ons labwerk is nooit ‘klaar’. Als ze me echt nodig hebben, kunnen ze me altijd bellen.

Let op je collega’s. Wij bespreken dit soort dingen ook in het team. Wij sturen elkaar naar huis als we zien dat iemand het te zwaar heeft.

Je moet je ook afvragen of het bij je past; dit soort werk met deze werkdruk. Je maakt een keuze die veel inzet van je vraagt. In een uitbraakperiode moet iedereen er een schepje bovenop doen. Dat vraagt ook om een flexibele partner die dat begrijpt en daarachter staat.”

Ervaar jij een glazen plafond en wat kan je doen om dat te doorbreken?

“Nee, dat heb ik nooit zo ervaren. Integendeel, ik vind dat WUR veel mogelijkheden biedt aan mensen die door willen groeien. Begin vroeg met bedenken welke posities je ambieert. Als je zelf je ideale pad goed uitstippelt en met je leidinggevende bespreekt wat je wil en wat je daarvoor nodig hebt, dan kan er veel.”

“Qua hoeveelheid vrouwen zijn we binnen WBVR aardig divers, maar qua andere nationaliteiten kan het nog beter. Wij werken bijvoorbeeld volgens strakke protocollen (ook van het ministerie) die uitsluitend in het Nederlands zijn opgesteld. Dat is lastig voor mensen die onze taal niet spreken. Dat verander je niet even zomaar. In de high containment unit werken we ook met een doucheregime. In onze cultuur niet zo’n probleem, maar ik kan me voorstellen dat niet alle culturen het prettig vinden om naast je collega de douche uit te stappen.

We hebben wel mensen van diverse nationaliteiten aangenomen, maar dan zie je dat het voor iemand van Syrische komaf moeilijker is om bij ons te functioneren dan bijvoorbeeld voor mensen uit Polen. Dus WBVR is best divers, maar er is nog wel wat werk aan de winkel.”