Project

Inventarisatie Japanse Oesters

De Japanse oester is een smakelijk schelpdier, maar ook een dominante soort in de Nederlandse kustwateren die plaatselijk massaal voorkomt. IMARES doet onderzoek naar de invloed van deze exoot op het ecosysteem.

Foto: Onderzoekers te voet bepalen de dichtheid van een droogvallende oesterbank in de Oosterschelde

De exotische Japanse Oester is in de Oosterschelde uitgezet als alternatieve kweeksoort voor de inheemse platte oester die te lijden had van ziekte. De nieuwe soort oesters groeide goed en breidde zich sterk uit in de Deltawateren en de Waddenzee.

Japanse Oesters op kademuur in Westerschelde.
Japanse Oesters op kademuur in Westerschelde.

De oesters filtreren het zeewater om zich met algen te kunnen voeden. Doordat ze per uur een relatief groot volume aan water kunnen filtreren zijn ze grote voedsel concurrenten van andere schelpdieren geworden. In de Waddenzee heeft de Japanse oester zich sterk uitgebreid op bestaande mosselbanken, maar oesterbanken hebben zich ook ontwikkeld op andere plekken waar bijvoorbeeld veel schelpengruis lag of op oude kokkelbanken. De oesters en mosselen lijken prima samen te kunnen leven in gemengde banken. In de Oosterschelde bieden oesterbanken aan mosselen juist weer de gelegenheid om zich te ontwikkelen op de platen. Vele andere soorten vinden beschutting in oesterbanken, of zoeken hier voedsel.

Sinds de introductie van de Japanse oester in de jaren ’60 van de vorige eeuw is de soort alleen gebruikt voor kweek. In 2010 is in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken een proef gestart om te onderzoeken of de wilde bestanden extensief geëxploiteerd kunnen worden. De oesters worden hierbij handmatig geraapt. De proef moet uitwijzen of dit een economisch haalbare bedrijfstak is en of de natuur geen schadelijke effecten hiervan ondervindt.

Japanse oesters
Japanse oesters

IMARES voert in het Deltagebied en de Waddenzee bestandsopnames uit zowel op de droogvallende platen als in de geulen om de omvang in biomassa en areaal van het oester bestand vast te stellen. Dat gebeurt op diepe plaatsen met speciale daarvoor ontwikkelde apparatuur, terwijl op de platen de opnamen te voet worden gemaakt. Op deze wijze kan de hoeveelheid oesters en hun verspreiding worden vastgesteld. Dat dient niet alleen voor het handrapen (de ‘visserij’) maar ook om de ontwikkeling van deze exoot en eventuele gevolgen voor het ecosysteem te kunnen monitoren.