De Kleine wintervlinder is een groene spanrups met een groene kop - tot 20 mm lang. De weinig beweeglijke rups ligt vaak "gebogen in de vorm van een rookworstje" tussen samengesponnen blad (foto Leen Moraal).

Kleine wintervlinder

Van de Kleine wintervlinder Operophtera brumata is het mannetje geelgrijs gevleugeld (spanwijdte tot 25 mm). Het vrouwtje is ongevleugeld. De vlindermannetjes vliegen ‘s avonds en ‘s nachts in november en december.

De vrouwtjes kruipen uit de bodem langs de stammen omhoog waar ze door rondcirkelende mannetjes bevrucht worden. Ze leggen ze hun eitjes in kleine groepjes op de bladknoppen in de toppen van de bomen. Een vrouwtje legt in totaal wel 150 eitjes die overwinteren. De speldenknopgrote rupsjes komen het volgend voorjaar uit de eitjes. De rups is een spanrups (verplaatst zich al lussen makend). Aanvankelijk worden gaten in de aan elkaar gesponnen bladeren gegeten. Bij grote aantallen rupsen kunnen de bomen volledig kaal gevreten worden. Bij verstoring laat de rupsen zich van het blad vallen en blijven aan een zijden draad hangen, tot het gevaar geweken is. In juni dalen de volgroeide rupsen aan spinseldraden naar de grond af om daar te verpoppen. De poppen liggen de hele zomer in het strooisel waarna in het najaar de nieuwe generatie vlinders verschijnt.

Uit ons jaarlijkse monitoringssysteem vanaf 1946 blijkt dat de Kleine wintervlinder tot de meest voorkomende plaaginsecten in Nederland behoort. Periodiek kunnen laanbomen en eikenbossen op grote schaal worden kaalgevreten - de laatste pieken traden op in 1996 en 1997. Wintervlinders hebben een voorkeur voor eik maar ze kunnen zich op vele loofboomsoorten (beuk, populier, es, iep, fruitbomen etc.) ontwikkelen. Sommige soorten zoals Amerikaanse vogelkers en Vuilboom zijn oneetbaar. De plagen komen niet helemaal als een verrassing want in de donkere nachten van november/december (vandaar de naam wintervlinder) kunnen in het lamplicht van auto en fiets - in de jaren voorafgaand aan een plaag - opvallend veel vliegende mannetjesvlinders worden waargenomen.

grafiek kleine wintervlinder Leen Moraal

Gevolgen voor de boom

In principe kunnen eiken en andere loofbomen goed tegen kaalvraat. Ze lopen hetzelfde jaar nog uit en ze kunnen dan nog energie bijspijkeren. Maar wanneer eiken jaren achtereen worden kaalgevreten dan kunnen ze verzwakken en gevoelig worden voor aantastingen van de Eikenprachtkever. De larven van deze kever maken lange slingerende gangen onder de schors van verzwakte eiken waardoor deze afsterven.

Een door de Kleine en Grote wintervlinder kaalgevreten berkenbos, de onderstaande vuilbomen zijn niet aangetast (foto: Andries Arts).
Een door de Kleine en Grote wintervlinder kaalgevreten berkenbos, de onderstaande vuilbomen zijn niet aangetast (foto: Andries Arts).