Nieuws

Langs de kieskeurige meetlat

Gepubliceerd op
2 november 2011

Hoe kieskeurig is een plant? Een nieuwe meetlat van Alterra, onderdeel van Wageningen UR, geeft het antwoord in een simpel getal.

Sommige planten nemen het niet zo nauw. Die groeien vrijwel overal. Madeliefjes bijvoorbeeld, en straatgras. Of paardenbloemen, als je even niet kijkt naar de vele tientallen microsoorten. Maar er zijn er heel wat die een stuk kieskeuriger zijn. Die tref je alleen maar aan in bepaalde niches van het milieu. Voor die kieskeurigheid bedacht onderzoeker Albert Corporaal een eenvoudige meetlat. De kieskeurigheid van een plant als een getal tussen nul en honderd.

Stenoeciteit

Het begrip waar het allemaal om draait is stenoeciteit (spreek uit: steneuciteit). De term is door Corporaal zelf bedacht. 'Steno betekent kort of verkort. Oekos verwijst naar (o)ecologie. Het getal is dus een verkorte notatie van de ecologische kieskeurigheid is. Ecologische kennis over planten samengebald in een getal tussen nul en honderd. Hoe kleiner het getal, hoe kieskeuriger de plant.'

Kieskeurigheid als maat is op zichzelf niet nieuw, zegt Corporaal. Terreinbeheerders spreken over ecologisch kieskeurige soorten. Het zijn vooral kieskeurige soorten die bescherming nodig hebben en op lijsten komen als de bekende Rode Lijst. 'Maar met een Rode Lijst kan ik niet rekenen. Mijn getal is een alternatief, een manier om die ecologische kieskeurigheid te kwantificeren.'

17-77

In het kieskeurigheidsgetal zijn op een eenvoudige en systematische manier zeven milieuvariabelen verrekend van de plek waar de plant groeit. Het gaat om zuurgraad van de bodem, voedselrijkdom, zoutgehalte, vocht, bodemtextuur (korreligheid), bodemdynamiek en de hoeveelheid beschikbaar daglicht. De eindscore is de stenoeciteit of kieskeurigheid van de plant.

Corporaal heeft van alle 1750 in ons land vrij voorkomende planten de stenoeciteit berekend. Dat levert getallen op tussen 17 (priemkruid/kalkwalstro) en 77 (vogelmuur/Engels raaigras). Verreweg de meeste (ruim 1200) soorten zijn matig tot zeer kieskeurig. Het gaat om soorten die maar in een beperkte ecologische range voorkomen. Een minderheid is weinig of niet kieskeurig en komt veel voor.

Uitsterven

Met het nieuwe begrip kan Corporaal bijvoorbeeld exact aangeven wanneer een plant in ons land risico loopt op uitsterven. Dat gebeurt als de stenoeciteit onder de 26,5 daalt. Effecten van klimaatverandering (bv temperatuur of neerslag) zijn rechtstreeks door te rekenen in gevolgen voor planten. Datzelfde geldt voor de gevolgen van beheermaatregelen. Aan de hand van stenoeciteit is de ecologische bijzonderheid van gebieden te vangen in een paar getallen. En zo zijn er tal van toepassingen te bedenken.

Bruto Product

Stenoeciteit is bovendien niet beperkt tot de wereld van de planten. Corporaal: 'De methode is op de hele flora en fauna van toepassing. Ook op vogels, vlinders en andere dieren. Bovendien kan ik die groepen zo met elkaar vergelijken. Ik kan in feite appels met peren vergelijken.' Paardenbloemen bijvoorbeeld zijn de koolmezen onder de planten: beiden zijn koplopers in niet-kieskeurig zijn. Of wat te denken van het Bruto Nationaal Ecologisch Product, de tegenhanger van het bekende BNP. Volgens Corporaal kan het.

Corporaal heeft zijn idee samen met collega's van Alterra uitgewerkt in een rapportage aan het ministerie van EL&I. Hij werkt aan een wetenschappelijk artikel. Het zijn de eerste stappen naar een brede acceptatie. 'Uiteindelijk moet die getallenreeks een vast onderdeel van de Nederlandse Flora worden.' | Roelof Kleis. Foto: Albert Corporaal.

Bovenstaand bericht is geproduceerd door de redactie van Resource, het blad voor Wageningen UR (University & Research centre). Meer informatie bij Pers- en wetenschapsvoorlichting van Wageningen UR, e-mail: pers.communicatie@wur of bij de redactie van Resource, e-mail: resource@wur.nl. Zie ook www.resource.wur.nl.