Persbericht

Marktwerking staat duurzame kipfilet in de weg

Gepubliceerd op
17 december 2013

Kip is gezond, goedkoop en relatief duurzaam vlees. Dat is het gevolg van marktwerking, ‘superspecialisatie’ en innovaties. Maar diezelfde marktwerking belemmert een nieuwe innovatiesprong die hard nodig is, gericht op minder antibiotica, beter dierenwelzijn en een kleinere footprint. Dat stelt de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding in de nieuwe publicatie Kipfilet: het meest complexe stukje vlees.

Kipfilet, specialisatie en marktwerking

Kipfilet lijkt een simpel product, maar is in feite uiterst complex. De productieketen is verregaand opgesplitst in minstens 40 gespecialiseerde en innovatieve schakels. Die variëren van pluimveehouders, topfokbedrijven, vangploegen en transporteurs tot slachterijen; van sojatelers in Brazilië tot mengvoerbedrijven in Nederland; en van stallenbouwers, dierenartsen, farmaceutische bedrijven en mestverbranding tot fabrikanten van slachtmachines. Binnen elk van die schakels wordt scherp geconcurreerd, waardoor de marges ondanks alle innovaties flinterdun zijn. Dit benadert een markt zoals Adam Smith, de grondlegger van de economische wetenschap, die heeft bedoeld. Belangrijkste resultaat is een laag voerverbruik en daardoor een kleine carbon footprint en een lage kostprijs, die vrijwel geheel ten goede is gekomen aan de consument. Kipfilet is  veel goedkoper en voor vrijwel iedereen betaalbaar geworden. De jaarlijkse consumptie per persoon in Nederland is sinds 1960 meer dan vertienvoudigd: van 2,1 kg naar 22,4 kg per persoon in 2011.

Keerzijde

Na de kostprijsverlaging is een nieuwe innovatiesprong nodig, gericht op minder antibioticagebruik, beter dierenwelzijn en minder gebruik van soja uit Zuid-Amerika. Die veranderingen zijn moeilijk in te passen zolang de concurrentie draait om efficiëntie en laagste kostprijs. Eén van de nadelen van concurrentie is dat wantrouwen tussen bedrijven in de keten is geïnstitutionaliseerd en partijen daarom informatie voor elkaar achterhouden. Dat werkt belemmerend voor integrale duurzaamheid. Regie ontbreekt.

Vervreemding

Ook sociaal is er iets misgegaan. Producent en consument van kippenvlees zijn van elkaar vervreemd. Kipfilet is zorgvuldig ontdaan van alles wat herinnert aan een dier. De consument vindt dat prettig, er is sprake van "eten maar niet willen weten". Maar dezelfde consument levert wel kritiek op de plofkip. Van de weeromstuit hebben veel pluimveehouders een defensieve houding aangenomen en hun rug naar de samenleving gekeerd. 

Patstelling doorbreken

Het is mogelijk deze patstelling te doorbreken, maar dat vergt samenwerking, regie en communicatie. Integrale duurzaamheid wordt pas mogelijk als bedrijven door de hele keten kennis gaan delen. Er is dan nog wel concurrentie tussen ketens, maar binnen elke keten staat samenwerking centraal. Om ook het vertrouwen van de samenleving te winnen, moeten pluimveehouders en andere spelers intensief gaan communiceren met burgers en consumenten.

Kees-Jaap Hin, eerste auteur van het rapport: "Voor de volgende innovatiesprong is een nieuw business model noodzakelijk. Investeringen van ketenschakels moeten in verhouding worden gebracht met het rendement en het risico van de schakels. Als bijvoorbeeld pluimveehouders de duurste investeringen moeten doen, moeten ook andere schakels mee investeren. De pluimveesector kan daarbij een voorbeeld nemen aan chipmachinefabrikant ASML, die bij dure innovaties nauw samenwerkt met toeleveranciers en recent zelfs grote afnemers in het bedrijf laat investeren."

RIDLV

Het essay is geschreven in opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding. De Raad beoogt vanuit wetenschap en samenleving oplossingsrichtingen aan te dragen waarin verloren gegane relaties in de keten worden hersteld en waarin ook producent en consument weer rechtstreeks met elkaar communiceren. De Raad wil duurzaamheid en gezonde voeding niet apart benaderen maar in samenhang. Zij geeft daar onder meer invulling aan door casussen uit te werken voor specifieke sectoren. De pluimveevleessector is de tweede casus. Zie ook: www.ridlv.nl