Project

Maspnose: Grensoverschrijdende ruimtelijke ordening op de Noordzee

Grensoverschrijdende ruimtelijke ordening op zee (Maritime Spatial Planning - MSP) vereist een van tevoren overeengekomen werkwijze met een mandaat en duidelijke verantwoordelijkheden.

De belangrijkste richtlijnen voor ruimtelijke ordening op zee, die zijn opgesteld door de EU, bieden geen praktische oplossing. De plannen van de betrokken landen zijn vaak niet op elkaar afgestemd en er kunnen zelfs tegenstrijdige belangen zijn in verschillende gebieden. Grensoverschrijdende ruimtelijke ordening op zee is een extra uitdaging bovenop de algemene EU-richtlijnen over ruimtelijke ordening op zee.

Een studie genaamd MASPNOSE (Maritime Spatial Planning in the North Sea) is uitgevoerd door vijf kennisinstellingen (Centre for Marine Policy, Deltares, VTI, Universiteit Gent en DTU-Aqua) op verzoek van de EU-DG Mare. Het consortium heeft gesprekken gevoerd met private partijen en belanghebbenden (visserij, NGO's, industrie) om erachter te komen of de huidige richtlijnen voor ruimtelijke ordening op zee voldoen. Het blijkt dat ze vaak te vrijblijvend zijn en niet leiden tot een uniforme aanpak voor het gebied.

Twee case studies in de Noordzee zijn opgepakt: het ontwikkelen van een internationaal visserij-beheerplan voor de Doggersbank in de centrale Noordzee en een verkenning van de mogelijkheden voor samenwerking op de Thorntonbank in het zuidelijke deel van de Noordzee.

De Doggersbank valt onder de jurisdictie van het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland en Denemarken. Een aatal landen zoals Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hebben hun deel van de Doggersbank toegewezen als gebied van belang voor de natuur (Natura 2000). Het Verenigd Koninkrijk wil in dit gebied een offshore windpark bouwen en het is voor alle landen een belangrijk visgebied.

De uitdaging was om een internationaal beheersplan te ontwikkelen voor dit gebied, dat rekening houdt met deze beperkingen.

De Thornton Bank wordt beheerd door Nederland en Belgiƫ. Hier lag de focus op mogelijke samenwerking rondom windenergie en de uniformering van de MSP werkwijzen.