Nieuws

Melkveehouderij haalt milieudoelen niet

Gepubliceerd op
12 mei 2011

De Nederlandse melkveehouderij blijft teveel nitraat, ammoniak en methaan produceren.

Om de milieudoelen te halen zijn radicale veranderingen nodig, schrijven Wageningse onderzoekers in het laatste nummer van Livestock Science.

Melkveehouders hebben de afgelopen vijftien jaar zeker maatregelen genomen om milieuvervuiling tegen te gaan, schrijven de onderzoekers. De nitraatconcentratie in het grondwater en de ammoniakemissie zijn gehalveerd door de maatregelen en de emissie van broeikasgassen (waaronder methaan) is verminderd met 20 procent. Daarmee zijn de milieudoelen echter nog niet gehaald. De nitraatconcentratie in het grondwater moet met nog eens 30 procent dalen, de ammoniakuitstoot is nog 50 procent te hoog en de broeikasgassen moeten nog ruim 10 procent lager. Omdat alle voor de hand liggende maatregelen al zijn genomen, is die vervolgstap veel lastiger.

'De broeikasgassen verder terugdringen lukt nog wel met bestaand beleid', zegt eerste auteur Theun Vellinga van Wageningen UR Livestock Research. 'Als alle veehouders aan mestvergisting gaan doen, kun je de verlaging van de methaanuitstoot halen. Maar bij het terugdringen van nitraat en ammoniak loop je tegen dilemma's op. Je kunt de nitraatuitspoeling fors verminderen door de koeien op stal te zetten. Maar dan ga je in tegen de maatschappelijke wens om de koeien in de wei te houden en stijgt de ammoniakemissie uit de stallen weer.'

Een andere optie is om minder stikstof op het grasland uit te rijden. 'Maar dan daalt de voeropbrengst en heb je meer bouwland nodig voor de teelt van ruwvoeders', zegt Vellinga. Niet alleen is dat land schaars in het dichtbevolkte Nederland, maar bij omzetting van grasland naar bouwland komen ook nog eens veel broeikasgassen vrij, zodat de winst voor het milieu nihil is.

Interessanter lijkt de optie om de levensduur van melkkoeien te verlengen. Nu geven koeien gemiddeld drie jaar melk, zodat jaarlijks 33 procent van de koeien moeten worden vervangen. Door de productieperiode te verlengen naar vijf jaar, hoeven slechts 20 procent van de koeien jaarlijks te worden vervangen. Als gevolg zouden er veel minder kalveren nodig zijn om dezelfde melkproductie te halen. 'Voorwaarde is wel dat de diergezondheid en het management moeten verbeteren', zegt Vellinga. 'Het prettige van deze maatregel is dat een beter milieu en een betere diergezondheid ook nog eens financieel aantrekkelijk zijn voor de boer.' Maar ook deze maatregelen hebben een keerzijde. 'Door het kleiner aantal kalfjes dat geboren wordt daalt de vleesproductie van mestkalveren, zodat je dat vlees van elders moet halen.'

Vellinga's boodschap bij dit soort maatregelen is steeds: je helpt het milieu door als boer efficiƫnt en zorgvuldig met je dieren en meststoffen om te gaan. Maar dat is niet voldoende om de milieudoelen te halen. Want er dreigt uitbreiding van de melkveestapel als over enkele jaren het melkquotum wordt afgeschaft. De zuivelindustrie en de Rabobank verwachten dan een groei van de melkproductie van 20 procent. De verwachte groei van het aantal koeien kan de betere milieuprestaties van de afgelopen vijftien jaar volledig teniet doen, aldus de onderzoekers.

Wat dan? 'Ik weet het niet', zegt Vellinga. Er zijn volgens hem radicaal andere veehouderijconcepten nodig om de milieubelasting fors terug te dringen. Zijn artikel is vooral een oproep aan onderzoekers, beleidsmakers en boeren om die vernieuwing samen te bedenken.