jatropha

Met Jatropha in eigen energie voorzien

Met het olierijke zaad van de boom Jatropha curcas kan de lokale bevolking in tropische gebieden in haar eigen energie voorzien. Dat is te bereiken door de productie van deze nu nog wilde boom te verbeteren en in te passen in traditionele en innovatieve teeltsystemen. Hierdoor kan de markt beter bediend worden. Samen met andere onderzoekspartners uit Afrika, Europa, Zuid- en Midden-Amerika en Azië werkt PRI zo aan het gebruik van groene grondstoffen en een duurzamere economie.

Jatropha, ook wel purgeerboom genoemd vanwege de giftige bestanddelen, lijkt een wonderplant. De zaden aan deze boom bevatten veel olie waar goed biodiesel van te maken is. Zelfs de vliegtuigindustrie heeft hier belangstelling voor. Bovendien overleeft de boom op gronden waar vrijwel niets anders het doet. Daarmee concurreert deze biodiesel niet met de teelt van consumptiegewassen.

Helaas blijkt de werkelijkheid anders. Om de productie financieel aantrekkelijk te maken, moeten de planten dicht bij elkaar groeien en gaan elkaar beconcurreren. En dan blijkt dat ook deze wonderplant last krijgt van ziekten en plagen. Bovendien halen ze alleen hogere producties als ze op betere gronden groeien en goed worden behandeld, zodat ze dus toch concurreren met consumptiegewassen.

Teeltsystemen testen

Onze teeltkundigen testen nu samen met de buitenlandse partners teeltsystemen waarbij de bomen toch een goede opbrengst geven. Bij de teelt worden drie methodes vergeleken: monocultuur, als heggen rondom andere percelen en als gewas tussen andere gewassen in. Verder is het zaak een goede manier van bemesten en snoeien te vinden. In het wild rijpt de boom van beneden naar boven af: waar onderin de zaden al rijp zijn, bloeit hij bovenin nog. Voor de oogst is het praktischer als de zaden tegelijk rijpen. De snoei leidt ertoe dat de boom meer als een struik groeit.

DNA-merkers

Tegelijkertijd proberen onze veredelaars samen met de buitenlandse partners tot rassen te komen die weinig last hebben van ziekten, weinig giftig zijn, een hoog gehalte aan olie geven en er bijvoorbeeld goed tegen kunnen als ze dicht op elkaar staan. Hiervoor hebben ze over de hele wereld zaden verzameld en zoeken hierin naar DNA-merkers die overeenkomen met gunstige of juist ongunstige eigenschappen van de boom. Daarnaast ontwikkelen ze een methode om de substantie die overblijft na winning van de olie, te ontdoen van zijn giftigheid. Lukt dit dan is de perskoek geschikt als veevoer, wat nu niet het geval is. De veredelaars proberen de giftigheid van de perskoek ook op een andere manier te verminderen. Een van de giftige stoffen is phorbol-ester. Er zijn rassen die deze stof niet bevatten, maar deze produceren minder. Deze rassen worden gekruist met rassen die productiever zijn.