Nieuws

Milieueffecten van de koolstof- en nutriëntenkringloop

Gepubliceerd op
13 maart 2012

Mest en andere organische reststromen hebben waardevolle eigenschappen voor verschillende toepassingen. Voorbeelden zijn het gebruik als bodemverbeteraar, als voorziening van nutriënten voor gewassen en als energieleverancier. De manier waarop we deze organische-reststromen beheren kan grote invloed hebben op de belasting van het milieu. Het project ‘over de grenzen van mest’ heeft een aantal aanknopingspunten gevonden om de milieuprestatie te verbeteren in de keten van de productie van mest tot en met de toepassing in de gewasproductie.

Image.jpg

Mest en andere organische reststromen hebben waardevolle eigenschappen voor verschillende toepassingen. Voorbeelden zijn het gebruik als bodemverbeteraar, als voorziening van nutriënten voor gewassen en als energieleverancier. De manier waarop we deze organische-reststromen beheren kan grote invloed hebben op de belasting van het milieu. Het project ‘over de grenzen van mest’ heeft een aantal aanknopingspunten gevonden om de milieuprestatie te verbeteren in de keten van de productie van mest tot en met de toepassing in de gewasproductie.

Bij koolstof- en nutriëntenkringlopen is er ook vaak sprake van zogenaamde afwentelingen en perverse koppelingen. Verbeterde toepassingsmogelijkheden of besparingen in het ene ketenonderdeel (b.v. bij opslag) kunnen juist negatieve effecten hebben in een ander ketenonderdeel (b.v. bij toepassing) of een op ander milieueffect.

Bekende perverse koppelingen zijn bijvoorbeeld  de ammoniak en lachgas emissie bij mest toepassing. Injectie van drijfmest in plaats van verspreiden zonder inwerken, geeft minder ammoniak maar meer lachgas emissie. Een ander voorbeeld is energiewinning uit mest. Verbranden van (kippen)mest of vergisten van (drijf)mest levert energie op maar de organische stof uit de mest kan hiermee minder ten goed komen aan bodemvruchtbaarheid en koolstof opslag in de bodem.

Hoe het totale milieuplaatje uitpakt bij verschillende combinaties van mest- en bodemmanagement is vaak niet duidelijk. In studies rond milieueffecten van mest en bodemmanagement wordt regelmatig, vanwege ontbrekende kennis/ inzicht, maar een deel van het totale plaatje in kaart gebracht.

Het project ‘over de grenzen van mest’ heeft als doel om de milieuprestatie te verbeteren in de keten van de productie van de organische reststroom tot en met de toepassing in de gewasproductie. Dit door:

  • het ontwerpen van ketens die perspectief geven op het verlagen van de milieudruk,
  • het opzetten van een nauwkeurige levenscyclus analyse
  • het in kaart brengen van ontbrekende kennis voor het goed  doorrekenen van zo’n levenscyclus analyse
  • het uitvoeringen van metingen bij een  perspectiefvolle methode van mest management en bodembeheer-scheiding van urine en feces in de stal in combinatie met verschillende grondbewerkingssystemen: kerende grondbewerking (ploegen) en niet-kerende grondbewerking (minimale bewerking)
Eerste resultaten uit dit project zijn onder meer:

  • Uit een eerste verkennende analyse blijkt dat het gescheiden houden van urine en feces in de stal een goed uitgangspunt biedt om de milieubelasting te verminderen in een eerste stadium van de levenscyclus
  • Scheiding van feces en urine biedt mogelijkheden om de verschillende fracties op hun optimale tijdstip aan te wenden
  • De feces fractie dient te worden voorbewerkt om het materiaal goed  te kunnen toepassen
  • Uit het eerste proefjaar met emissiemetingen van broeikasgassen bij het toedienen van een variabel aantal mestproducten blijkt dat bodembewerkingsysteem geen verschil maakte
  • Toepassing van feces leidde in het eerste proefjaar tot een hogere lachgasemissie (N2O) dan toepassing van de urine, ongescheiden varkensdrijfmest en kunstmest.