bemonstering bodemecologie

Minder kunstmest en middelen voor gewasbescherming nodig als teler samenwerkt met het bodemleven


Het bodemleven zo beïnvloeden dat het ziektes onderdrukt en volop mineralen levert voor een goede productie. Dat is het toekomstbeeld waar Praktijkonderzoek Plant & Omgeving naar toe werkt. Dat betekent wel dat er nog veel nieuwe kennis nodig is over dat bodemleven.

Er is best veel bekend over het bodemleven. Micro-organismen in de bodem breken bijvoorbeeld plantaardig materiaal af in mineralen als nitraat en CO2. Ze graven gangen of klitten kleine bodemdeeltjes aan elkaar. Daardoor kan de bodem water opnemen en er ontstaat een goede structuur, waardoor gewassen optimaal kunnen groeien.

Onbekend bodemleven

Er is nog heel veel niet bekend over het bodemleven. Welke soorten moeten er minimaal in een bodem zitten om een goede opbrengst te waarborgen? En hoeveel van elke soort heb je dan nodig? Hoe beïnvloeden de soorten elkaar, hoeveel organische stof hebben ze nodig, en wat is het effect van het bodemleven op de mate waarin een bodem water vast kan houden? En wat is de invloed op de opbrengst van de gewassen?

Eerst veel meten

Dit zijn allemaal vragen waar de onderzoekers van PPO, samen met onderzoekers van andere onderzoeksinstellingen en de praktijk, antwoord op proberen te vinden. Omdat er nog zoveel onbekend is, moeten de onderzoekers vooral veel meten meten. Daarbij  bepalen ze niet alleen welke soorten in verschillende bodems aanwezig zijn. Ze kwantificeren ook andere bodemeigenschappen, zoals de mate waarin een bodem water opneemt, of de concentratie aan mineralen.

Dit onderzoek moet leiden tot adviezen voor de teler: welke maatregelen zorgen ervoor dat het bodemleven voor hem gaat werken. Gebeurt dit goed, dan hoeft de teler minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen te gebruiken en de bodem blijft ook op de lange termijn gezond.

Artikelen