verspreiding van overblijvende plantensoorten met behulp van modellen

Nieuws

Modellen laten soorten ten onrechte uitsterven

Gepubliceerd op
18 september 2012

Met modelonderzoek wordt gekeken naar de toekomstige verspreiding en het mogelijk uitsterven van soorten.

herfst_beuken_300.jpg

Bijvoorbeeld als gevolg van klimaatverandering. Onderzoekers Koen Kramer en Rienk Jan Bijlsma van Alterra, onderdeel van Wageningen UR, ontdekten met collega’s dat veel modellen soorten ook laten uitsterven als de groeiomstandigheden juist verbeteren. Onterecht, zo blijkt. Dit onderzoek is vandaag verschenen in het International Journal of Biological Sciences.

“We bestuderen de effecten van klimaatverandering op de verspreiding van overblijvende plantensoorten veelal met behulp van modellen,” zegt Koen Kramer. Zulke modellen zijn in twee categorieën in te delen: envelopmodellen en procesmodellen. “We hebben nu de onderliggende aannamen van beide typen modellen op een rijtje gezet en geanalyseerd. We kwamen tot de conclusie dat de modellen het lokale uitsterven van soorten kunnen voorspellen terwijl de groeiomstandigheden in feite verbeteren.”

De onderzoekers hebben dit getoetst door een groot aantal envelopmodellen toe te passen op de verspreiding van beuk. Daarnaast hebben ze een veelgebruikt procesmodel toegepast, ook voor beuk. Gemiddeld genomen over alle gebruikte envelopmodellen blijkt het onterecht lokaal uitsterven inderdaad veel op te treden, vooral aan de zuidgrens van het areaal. Ook het procesmodel kan het onterecht lokaal uitsterven voorspellen, maar dat trad veel minder vaak op.

Koen Kramer: “Deze discussie kan verstrekkende gevolgen hebben voor de voorspellingen van effecten van klimaatverandering op het voorkomen van soorten en daarmee op te verwachten veranderingen in biodiversiteit. Dezelfde aannamen liggen namelijk ten grondslag aan modellen van andere soorten dan planten en aan modellen die alleen lokaal toegepast worden.”

In hun artikel stellen de onderzoekers een methode voor om deze fout te herstellen. Het gebruik van functionele morfologische en fysiologische kenmerken om de response van soorten op veranderende klimaatfactoren te analyseren staat daarbij centraal. Deze benadering gaat uit van de theorie van veerkracht: het functioneren van ecosystemen kan zich aanpassen dankzij de diversiteit in functionele kenmerken. Ze willen deze benadering verder uitwerken en toepassen op de effecten van klimaatverandering op het functioneren van Nederlandse ecosystemen.

Meer informatie:

» Mini-Review ‘Why would plant species become extinct locally if growing conditions improve?’ International Journal of Biological Sciences door Koen Kramer, Rienk-Jan Bijlsma, Thomas Hickler en Wilfried Thuiller.