Project

Monitoring herintroductie Korenwolf

De Europese hamster of korenwolf bevindt zich in Nederland aan de rand van zijn verspreidingsgebied. De hamster is sterk gebonden aan de löss plateaus in Zuid-Limburg en daarbij behorende akkergronden. Van een vroegere plaagsoort die de oogst kon aantasten was eind jaren negentig niet veel meer over: een kleine populatie aan de rand van het plateau van Margraten.

korenwolf

Intensieve landbouw en versnippering van bestaand habitat eisten hun tol. Met de laatste exemplaren is in 1999 een fokprogramma gestart en op diverse plaatsen in Limburg vinden momenteel herintroducties plaats. Wageningen Environmental Research (Alterra) begeleidt het fokprogramma en de herintroducties (monitoring & onderzoek) in opdracht van LNV.

Hoe kunnen we de hamsters waarnemen?

Wilde hamsters zijn moeilijk waarneembaar, daarom zoeken we naar burchten in graanakkers en nemen het aantal burchten per ha als maat voor de dichtheid van de hamsters. Hamsters uit het fokprogramma die weer worden losgelaten, voorzien we van een zender. Aan de hand van de zender kunnen individuen actief worden opgezocht, kunnen we nagaan waar zich nog hamsters bevinden en hoe de overleving is van de uitgezette dieren. Tevens gebruiken we haarvallen, i.e. stukken kleefband waar hamsterharen aan blijven plakken. Uit de haren halen we DNA en omdat we van alle uitgezette hamsters het genetisch profiel hebben bepaald kunnen we ook via DNA nagaan waar een hamster zich bevindt. De combinatie van burchten tellen, telemetrie en genetica verschaft ons inzicht in de populatie dynamica van de hamster.

Wat wordt er allemaal gedaan?

  • Veldmedewerkers gaan in het voorjaar op zoek naar hamsterburchten op de graanakkers om een idee te krijgen van de dichtheid.
  • Ieder voorjaar worden in nieuw ingerichte leefgebieden populaties gesticht met dieren uit het fokprogramma en/of bestaande populaties worden versterkt met ‘nieuw bloed’ (genetisch onverwante dieren).
  • Via telemetrie wordt de overleving van de hamsters bepaald gedurende het jaar. Ook wordt dit gedaan via genetische methoden, omdat er soms hamsters met een specifiek genetisch profiel worden uitgezet.
  • De laboratorium medewerkers bepalen van dood gevonden dieren en verzamelde haren het genetisch profiel.
  • De desk medewerkers proberen vervolgens uit de DNA profielen en telemetrische gegevens het verhaal van de verschillende hamster populaties te achterhalen en na te gaan hoe de populaties zich ontwikkelen (sterfte, reproductie, dispersie, kolonisatie en uitwisseling tussen populaties).
  • Ieder jaar wordt er een nieuw fokschema opgesteld: wie mag met wie paren. Leidend daarbij is een sturing op maximale diversiteit en minimale verwantschap. Via genetica proberen we ook te achterhalen welke buitenlandse hamster populaties als donor-populatie kunnen worden gebruikt om de genetische basis te versterken.
  • In samenwerking met agrarische verenigingen wordt gekeken wat er nodig is voor effectief hamster beheer. Dit kan bestaan uit het minder frequent oogsten of in de winter graan op de akker laten liggen. Gezamenlijk moet dan gekeken worden hoe dit productie verlies is te compenseren. Een nieuwe Europese CAP (Common Agricultural Policy) kan hier mogelijk een bijdrage leveren.

Hoe gebruiken we de resultaten?

De verzamelde gegevens geven inzicht in de factoren die de populatie dynamiek van hamsters het meest beïnvloeden. Ook laten ze zien dat kleine, genetisch weinig variabele populaties, het altijd moeilijk zullen hebben. Het is inmiddels duidelijk dat er zonder beheer voor de hamster geen toekomst meer is in Nederland. Daarom wordt nu gezamenlijk met agrariërs gekeken naar de meest geschikte vorm van beheer in het huidige Zuid-Limburgse landschap.

Links

Wetenschappelijke artikelen