Nieuws

Naar gebieden waar de grutto wél goed beschermd wordt

Gepubliceerd op
19 maart 2012

Het huidige weidevogelbeheer is, in ieder geval voor de grutto, weinig succesvol. Sinds de jaren zeventig is er veel in geïnvesteerd, maar het aantal grutto’s neemt jaarlijks met 5 tot 8 procent af. Daarom wordt van verschillende kanten aandacht gevraagd voor ‘weide-vogelkerngebieden’ om de achteruitgang te stoppen. Gaat dat wel werken?

grutto

Weidevogelkerngebieden zijn gebieden die nu al een grote populatie weidevogels herbergen of daarvoor zeer geschikt zijn. Denk daarbij aan zaken als een hoge grondwaterstand, kruidenrijkdom, extensief beheer en dergelijke. Dick Melman en Alex Schotman van Alterra, onderdeel van Wageningen UR, onderzoeken samen met Altenburg & Wymenga en SOVON de kansen van deze nieuwe benadering. “Een weidevogelkern-gebied moet een brongebied zijn, wat wil zeggen dat er meer dieren bijkomen dan er sterven,” zegt Dick Melman. “Het moet robuust genoeg zijn om populaties te herbergen die groot genoeg zijn om incidentele tegenslagen op te kunnen vangen. Het beheer moet langjarig geregeld zijn en het omringende landschap moet bij het kerngebied aansluiten. Zo is belangrijk dat kernen over een afstand van zo’n twee kilometer worden omringd door open gebied.”

Vooruitlopend op geschiktheidskaarten die naar verwachting eind juni worden gepresenteerd, waarop de meest kansrijke gebieden worden aangegeven, stelt Melman dat op dit moment van het huidige collectieve weidevogelbeheer slechts zo’n 30 procent in robuuste, potentieel geschikte gebieden plaatsvindt: “Er kan dus heel wat worden verbeterd. Er zijn veel kleine, relatief geïsoleerd liggende gebieden met hoge dichtheden, minder dan 100 ha groot, maar wij denken dat zulke gebieden te klein zijn. Er hoeft maar wat te gebeuren of de populatie ter plekke redt het niet.”

Daarnaast stelt Melman dat het onverstandig is om álle aandacht op de kerngebieden te richten: “Daarmee geef je andere gebieden op, en dus ook het jarenlange opgebouwde draagvlak voor weidevogelbeheer in die gebieden.” Dat draagvlak is essentieel. De beste oplossing lijkt dan ook de financiële middelen te focussen in de grotere gebieden waar aan álle relevante eisen wordt voldaan en daarnaast het vrijwillig beheer in de benen te houden. In de kernen liggen de relevante eisen niet alleen op ecologisch gebied, maar ook op bestuurlijk gebied. “Om duurzame weidevogelpopulaties te krijgen, moeten die kerngebieden niet alleen nú worden beschermd, maar voor altijd. Dat werd tijdens een congres in Eernewoude waar dit alles aan de orde was ook onderkend door gedeputeerde Johannes Klamer van de Friese Provinciale Staten, waar in mei besluitvorming zal plaatsvinden.”