Nieuws

Nederlanders eten minder vlees maar willen niet zonder

Gepubliceerd op
8 juni 2012

Bijna één op de vijf Nederlanders gebruikt de hoofdmaaltijd vleesarm of vleesloos, en nog eens ruim twee op elke vijf eet niet meer dan vier dagen in de week vlees. Dat blijkt uit het onderzoek 'Vlees vooral(snog) vanzelfsprekend; Consumenten over vlees eten en vleesminderen', op basis van een representatieve enquête door LEI Wageningen UR. De cijfers brengen een verschuiving in het consumptiepatroon naar minder vlees aan het licht, die nog maar weinig aandacht krijgt van overheden in Europa.

Verschuivend consumptiepatroon krijgt weinig aandacht van overheden


2012029Dagevos_fotoomslagbewerktKEY_300.jpg
Vleesminderen is in Nederland geen marginaal verschijnsel meer. Zo’n twee tot drie van elke tien ondervraagden geeft aan in het afgelopen jaar minder vlees te zijn gaan eten of dat voor het komende jaar van plan te zijn. Samen genomen met de vegetariërs en veganisten - de 4,5% die er al voor had gekozen geen vlees te eten - betekent dat dat een kwart tot een derde van de consumenten actief bezig is met het beperken van de vleesconsumptie. Bijna 20% van de ondervraagden at in 2011 vleesarm of vleesloos. Van hen is een kwart veganist of vegetariër en driekwart behoort tot de groep die het bij een of twee keer in de week vlees houdt.

Aan de andere kant omvat de groep 'vleesminnaars' - de mensen die elke dag een stukje vlees eten bij de hoofdmaaltijd - ook zo'n 20% van de consumenten. Dat betekent tegelijk dat de vleesminderaars ‘light’ – die minimaal een dag in de week vleesloos eten – in Nederland een ruime meerderheid vormen. De laatste twee jaar is die meerderheid gegroeid van 69% naar 77%.


figuur1_Dagevos_persbericht_NL_501.jpg
Vleesminderen is ingeburgerd, als we afgaan op deze omvangrijke groep. Aan de hand van hun gedrag zijn veel mensen als vleesminderaar of vleesmijder te omschrijven. Toch geven de meeste mensen aan dat er de laatste twee jaar niets aan de eigen vleesconsumptie is veranderd en dat dat het komende jaar ook niet staat te gebeuren. Maar 13% van de ondervraagden noemt zich ‘vleesminderaar’.
Ondanks de dalende tendens in het aantal vleeseters wordt vlees door velen nog steeds beschouwd als een noodzakelijk onderdeel van de maaltijd. Een meerderheid van 63% reageert bevestigend op de stelling dat vlees de maaltijd compleet maakt.

Tussen betrokkenheid bij dierenwelzijn en minder eten van vlees bestaat geen helder verband, vonden de onderzoekers ook. Ze spreken van een ‘vleesparadox’: mensen die afkeuren dat dieren pijn lijden terwijl ze worden gemest en/of geslacht, blijken tegelijk verknocht aan het eten van vlees. Vleesminderen wordt dan ook niet altijd aangedreven door morele overtuigingen. Praktische of financiële overwegingen kunnen net zo goed een rol spelen.

Campagnes in Europa voor een vleesloze dag zijn regionaal en lokaal. Voorvechters van vleesloze dagen zijn vooral te vinden bij non-gouvernementele organisaties (NGO’s), zoals vegetariërsbonden en natuur-, milieu- en dierenorganisaties, nemen de onderzoekers waar. Opvallend vinden zij dat vleesloze dagen en de vleesminderende tijdgeest nauwelijks openlijke en actieve steun krijgen vanuit rijksoverheden in Europese landen.


Meer over dit onderwerp: Rapport 2012-029 - Vlees vooral(snog) vanzelfsprekend; Consumenten over vlees eten en vleesminderen