Nieuws

Nederlandse pluimveevleesketen concurrerend door hoge productiviteit en efficiëntie

Gepubliceerd op
5 juni 2013

De Nederlandse kostprijs voor het houden en slachten van vleeskuikens is vergelijkbaar met Duitsland, maar lager dan in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk (VK). In vergelijking met concurrent Polen is de kostprijs hoger. Om concurrerend te blijven zal het Nederlandse product zich moeten onderscheiden op basis van een meer duurzame productie met een hoger niveau van dierenwelzijn en voedselveiligheid. Dit blijkt uit LEI Wageningen UR-onderzoek naar de concurrentiekracht van de Nederlandse pluimveevleessector in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Productschap Pluimvee en Eieren.

Foto:De Beeldkuil/Marcel Bekken

In het onderzoek is gekeken naar de positie van de Nederlandse pluimveevleesketen ten opzichte van de belangrijkste concurrenten. Nederlands kuikenvlees wordt voor meer dan de helft geëxporteerd, waarbij Duitsland, het VK en Frankrijk de belangrijkste bestemmingen zijn. De Nederlandse pluimveevleesketen kent een lagere voerprijs, goede technische resultaten in de primaire sector en een efficiënte ketenorganisatie van de slachterijen die retailmarkten goed weet te bedienen. Ongunstig zijn de mestafzetkosten en de hogere energiekosten (energiebelasting).

De vergelijking is gemaakt voor het gangbare kuikenvlees. In Noordwest-Europa neemt de productie van het tussensegment toe. In Nederland is dit vooral de productie met het Beter Leven kenmerk (‘scharrelvleeskuikens’). Ook in Duitsland, het VK en Frankrijk kent men dergelijk onderscheidend pluimveevlees. De houderij-eisen wijken per land iets af.  De toenemende vraag naar duurzamer en diervriendelijker geproduceerd pluimveevlees op de Noordwest-Europese consumentenmarkt stelt extra eisen maar biedt ook nieuwe kansen voor de Nederlandse sector.

De Nederlandse en Europese pluimveevleesketen heeft te maken met allerlei regelgeving op het gebied van dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid. Het aandeel van kosten direct gerelateerd aan Nederlandse en Europese wetgeving was in 2011 bijna 7%. Een belangrijk deel van deze kosten geldt ook voor andere EU-landen omdat het Europese wetgeving betreft. Landen buiten de EU, zoals Brazilië en Thailand, kennen dergelijke regelgeving niet en kunnen goedkoper pluimveevlees produceren dan Europa. In de huidige situatie beschermen invoerheffingen en importquota de EU van grote hoeveelheden invoer van pluimveevlees uit derde landen.