Newcastle disease

Newcastle disease (pseudovogelpest)

Newcastle disease (ND), ook wel pseudovogelpest genoemd, is een zeer besmettelijke ziekte bij vogels. Kippen, kalkoenen, kwartels, duiven, struisvogels en kanaries zijn zeer gevoelig voor Newcastle disease.

Papegaaiachtigen, eenden en ganzen kunnen het virus bij zich dragen en uitscheiden, maar worden niet altijd ziek van het virus. Mensen die direct in aanraking komen met hoge concentraties ND-virus kunnen daarbij ontstoken ogen krijgen. De ontsteking geneest vanzelf zonder blijvende schade.

In Nederland is het verplicht om bedrijfsmatig gehouden kippen en kalkoenen te vaccineren tegen Newcastle disease. Dit geldt ook voor hobbyvogels en postduiven die deelnemen aan tentoonstellingen en wedstrijden. De NDV-stammen die geen ziekteverschijnselen veroorzaken worden vaak in levende vaccin gebruikt.

Ziekteverwekker

De ziekteverwekker is een aviair paramoxyvirus 1 behorend tot de familie van de Paramyxoviridae. Virusstammen van Newcastle disease verschillen echter sterk in ziekteverwekkend vermogen. De schaal varieert van stammen die geen of hele licht ziekteverschijnselen veroorzaken (niet-virulent) tot stammen die heel veel sterfte tot 100% van de geïnfecteerde dieren veroorzaken (hoog virulent). Er is slechts sprake van ND indien virulente of hoog-virulente stammen worden aangetroffen in pluimvee.

Ziektebeeld

Het virus wordt ingedeeld aan de hand van de virulentie van het virus. De virulentie van het virus wordt bepaald aan de hand van de virulentie van het virus in eendagskuikens. Klinische verschijnselen variëren sterk and hangen af van aard van het virus, de vogelsoort, de leeftijd en de vaccinatiestatus.

Op grond van de ziekteverschijnselen onderscheiden we:

Niet-virulente stammen (lentogeen)

  • symptomen vaak subklinisch (nauwelijks symptomen waarneembaar)
  • lichte ademhalingsproblemen
  • tijdelijk verlies van voeropname
  • daling in eiproductie
  • vrijwel geen uitval door de ziekte

Mild-virulente stammen (mesogeen)

  • acute problemen met de luchtwegen (gapen, reultelen, snotterig)
  • snelle verspreiding
  • ontwikkelende diarree en niet altijd gevolgd door zenuwverschijnselen (ataxie, torticollis, verlammingen)
  • mortaliteit varieert maar vaak minder dan 10%
  • legdaling gedurende 1 tot 3 weken
  • bij oudere dieren groene diarree

Virulente stammen (velogeen)

  • viscerotropic velogenichoge
  • hoge mortaliteit sterfte
  • bloederige darmontsteking
  • oedeem in kopgebied
  • groene diarree
  • acuut verloop

Neurotropic (velogenic)

  • zenuwverschijnselen (draainekken verlammingen)
  • ademhalingsproblemen
  • sterfte kan ook hoog zijn

Besmetting en verspreiding

Besmetting met het virus vindt plaats door direct contact met besmette vogels, of indirect door contact met besmet materiaal, bijvoorbeeld voer of drinkwater, verontreinigd door uitwerpselen, maar ook door besmette gereedschappen of kleding. Besmetting van nabij gelegen bedrijven kan ook door de lucht plaatsvinden.

Het ND-virus wordt waarschijnlijk niet door het ei overgebracht, maar kuikens kunnen besmet worden door virus dat in mest zit aan de buitenkant van het ei. Het ND-virus kan niet buiten de gastheer overleven maar blijft afhankelijk van de omstandigheden (concentratie, temperatuur, luchtvochtigheid etc.) langere tijd infectieus.

Newcastle disease wordt ook bij wilde vogels aangetroffen. Het gaat dan meestal om niet-virulente vormen. Er is een heel kleine kans dat deze niet-virulente stammen virulentie ontwikkelen waarneer zij vrijelijk in pluimvee kunnen circuleren.

In veel plaatsen zoals in delen van het Nabije Oosten, Zuidoost-Azië, Afrika is Newcastle-virus endemisch onder pluimvee. Ook siervogels (met name papagaaiachtigen) kunnen drager zijn en daardoor kan handel in deze dieren het virus over grote afstanden verspreiden. Ook duiven zijn in toenemende mate geïnfecteerd met ND virus en zijn vooral de laatste tijd veelvuldig de oorzaak van uitbraken in met name Zuidoost-Europese lidstaten. Binnen een groep gedomesticeerde vogels vindt de verspreiding van het ND-virus plaats door direct contact met besmette mest of neusuitvloeiingen. Ook kan het virus door de lucht worden verspreid vooral als de dieren niezen of proesten.

Binnen Europa komen regelmatig uitbraken van ND voor. Wanneer in een EU-lidstaat ND heerst worden er gebieden ingesteld met o.a. vervoersverboden en wordt exporteurs en transporteurs van levend pluimvee verplicht of geadviseerd om extra reinigings- en ontsmettingsmaatregelen te nemen voordat vanuit dat gebied voermiddelen terugkeren naar Nederland. Reizigers worden aangeraden geen boerderijen en markten met pluimvee te bezoeken in die gebieden.

Diagnostiek

Diagnostiek berust op het herkennen van ziekteverschijnselen. De infectie moet in het laboratorium worden bevestigd door het  aantonen van het virus middels viruskweek dan wel het aantonen van het virusgenoom door een PCR-test. Serologie is alleen van waarde in regio’s waar niet wordt gevaccineerd.

Monsters

Voor de laboratoriumdiagnostiek worden dode of ge-euthanaseerde, zieke dieren ingezonden. Op contactbedrijven waar geen ziekteverschijnselen worden gezien worden trachea swabs genomen.

Bestrijding

Het preventief bestrijden van de ziekte van Newcastle is goed mogelijk door middel van vaccinatie.

Voor de vaccinatie worden zowel levende als geïnactiveerde niet-virulente paramoxyvirus 1 varianten gebruikt. Binnen de Europese Unie hanteren de lidstaten verschillende regelingen betreffende vaccinatie. In Nederland is het verplicht bedrijfsmatig gehouden pluimvee te vaccineren tegen het virus. Bedrijfsmatig gehouden pluimvee moet worden gevaccineerd op een wijze beschreven in paragraaf 3 van de 'Regeling preventie, bestrijding en monitoring besmettelijke dierziekten en zoonosen en TSE's’. In deze regeling zijn de randvoorwaarden neergelegd waaraan vaccinatie moet voldoen. Het gaat hierbij om een doelregeling. Doel is dat koppels door vaccinatie antilichaamtiters verkrijgen die voldoen aan de waarden neergelegd in artikel 94 van deze regeling. Vaccinatie wordt meestal uitgevoerd door het toedienen van levende vaccins door middel van sprayen of aerosolen. Voor hobbypluimvee is vaccinatie in Nederland niet verplicht tenzij de dieren naar tentoonstellingen gaan.

Volgens wetgeving in Europese Unie spreken we alleen van een uitbraak indien sprake is van een infectie met mild-virulente tot virulente stammen (mesogeen en velogeen). Een uitbraak wordt bestreden door het ruimen van geïnfecteerde koppels. Daarnaast kunnen noodvaccinatie of preventief ruimen worden gebruikt voor de controle van de ziekte.