Nieuws

Onderzoek naar extended spectrum beta-lactamase (ESBL) producerende bacteriën bij kippen

Gepubliceerd op
27 mei 2013

Mensen blijken in toenemende mate bacteriën bij zich te dragen die resistent zijn tegen beta-lactam antibiotica, zoals penicillines en cefalosporines, zonder dat zij zelf antibiotica hebben gebruikt of in een ziekenhuis behandeld zijn. Daardoor kan behandeling van bacteriële infecties steeds lastiger worden. De bron van deze bacteriën is onbekend, maar kan besmet voedsel zijn.

In haar proefschrift beschrijft Cindy Dierikx, veterinair microbioloog in opleiding bij het Central Veterinary Institute (CVI), onderdeel van Wageningen UR, het vóórkomen van deze resistente bacteriën in vleeskuikens. Dierikx promoveert op 30 mei bij de Faculteit Diergeneeskunde van Universiteit Utrecht.

Sinds 2003 neemt in vleeskuikens het percentage van bacteriën die ongevoelig zijn voor antibiotica toe. Dit blijkt uit de monitoring van antibioticaresistente bacteriën afkomstig van voedselproducerende dieren. De beta-lactam resistente bacteriën zijn in de gehele vleeskuikenproductieketen aangetroffen en vooral op vleeskuikenbedrijven.

Bacteriën worden resistent tegen beta-lactam antibiotica door bepaalde enzymen te produceren die antibiotica afbreken. De twee belangrijkste groepen enzymen zijn de ‘extended spectrum beta-lactamasen (ESBL’s) en AmpC beta-lactamasen. De genetische code van deze enzymen bevindt zich op overdraagbare genetische elementen, plasmiden genaamd. Deze plasmiden kunnen uitgewisseld worden tussen bacteriën, waardoor de antibioticumresistentie zich verspreidt - niet alleen tussen bacteriën van dezelfde soort maar ook tussen verschillende soorten bacteriën.

Het mechanisme waarmee bacteriën in vleeskuikens resistent worden, komt volgens Dierikx overeen met dat van één op de vijf E. coli bacteriën in urineweginfecties bij mensen. Ook bleek dat in 94% van het kippenvlees in verschillende winkels in Nederland ESBL-producerende bacteriën zitten. Dit suggereert dat pluimveevlees een bron voor de mens kan zijn.

Ongeveer 10% van de mensen draagt ESBL-producerende bacteriën bij zich in het darmkanaal. Bij vleeskuikenhouders blijkt dat percentage 33% te zijn. Overigens zijn ook bij gezelschapsdieren en paarden ESBL-producerende bacteriën aangetroffen. Ook daar zijn overeenkomsten gevonden tussen resistentiemechanismen in bacteriën van gezelschapsdieren en mensen. Uitwisseling van ESBL’s tussen mens, gezelschapsdier en paard kan daarom niet uitgesloten worden.

Dierikx concludeert dat maatregelen om ESBL-producerende bacteriën in de vleeskuikenproductieketen te reduceren wenselijk zijn. De laatste jaren is er al veel verbeterd door een afname in het gebruik van antibiotica. De vleeskuikensector heeft de moeilijke taak om een gezond, veilig en diervriendelijk product te maken, waarbij nog minder antibiotica gebruikt worden.