Nieuws

Onderzoek toont reactie ondernemers op nieuw GLB

Gepubliceerd op
14 april 2011

Het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) zoals dat geldt vanaf 2014, geeft naar verwachting op den duur flinke inkomensveranderingen op intensieve melkvee- en veenkoloniale akkerbouwbedrijven. De omvang van de verandering wordt vooral bepaald door het huidige niveau van de bedrijfstoeslag per ha, de bedrijfsgrootte en de hoogte van een eventuele extra regionale toeslag voor gebieden met landbouwkundige beperkingen.

GLB raakvlakken

Dat blijkt uit een onderzoek, waarbij onder andere gebruik is gemaakt van het LEI-programma “Spelsimulatie”. Hieraan deden 35 melkveehouders en 12 akkerbouwers mee, uit vier regio’s. Dit staat beschreven in het rapport 'Meer groei dan vergroening', van Wageningen UR.

De precieze invulling van het nieuwe Europese landbouwbeleid is pas eind 2013 duidelijk. In het onderzoek is gewerkt met fictieve scenario’s: mogelijke toekomstige spelregels voor het vaststellen van bedrijfstoeslagen. Tot de spelregels in dit onderzoek behoorden o.a. een vaste toeslag van € 250,-per ha – flat-rate genoemd – en regionale toeslagen voor maatschappelijk waardevolle gebieden waar melkveehouders te maken hebben met extra beperkingen als gevolg van milieu, landschap en natuur.   

Wijziging inkomen

De algemene lijn was dat de inkomens het meest daalden op bedrijven die nu een hoge bedrijfstoeslag per ha ontvangen. Bedrijven die een lage toeslag per ha ontvangen, zagen hun inkomen juist stijgen. Regionale toeslagen hadden ook een gunstig effect op het inkomen. Eén van de spelregels was dat ondernemers vergoedingen konden krijgen voor groenblauwe diensten. Dat zijn extra inspanningen voor het beheer van natuur, landschap en water. De agrarische ondernemers vonden in het algemeen de voorgestelde vergoedingen voor deze diensten te laag. Daarnaast vonden ze het voor diensten belangrijk dat ze weinig of geen extra werk met zich meebrachten en dat ze zo min mogelijk opbrengstderving van gewassen veroorzaakten.

Geen nieuwe strategie

Voor alle ondernemers bleek schaalvergroting de belangrijkste bedrijfsstrategie, zowel bij het huidige als bij het nieuwe GLB. Ze veranderden hun strategie dus vrijwel niet bij de overgang naar het nieuwe GLB. Bedrijven met grote inkomensdalingen toonden wel meer interesse voor groenblauwe diensten. Dit was het geval bij zowel veenkoloniale akkerbouwers als intensieve melkveehouders. Bij de eerste groep zorgde dat ervoor dat de inkomensdaling werd gedempt. Bij de tweede groep kwamen de vergoedingen en de extra kosten van de diensten meer met elkaar overeen zodat er vrijwel geen effect op het inkomen was.

Hoe verder?

De melkveehouders stelden voor om weidegang op te nemen als groenblauwe dienst. Verder zouden ze graag betere subsidie- en innovatieregelingen zien rond mestverwerking, productie en besparing van energie. De akkerbouwers stelden voor om akkerranden mee te nemen in hun rotatieplan.

De resultaten bevestigen dat er voor de overheid mogelijkheden zijn om via GLB-spelregels de ontwikkeling van de landbouw te beïnvloeden. Bijvoorbeeld om extensivering van de melkveehouderij te stimuleren in gebieden waar men dat zou willen. Om bij ondernemers en burgers meer draagvlak te creëren voor de betaling van groenblauwe diensten, zou samen ontwikkelen een goed middel zijn. Bijvoorbeeld in een samenwerking tussen provincie, waterschap, ondernemers en maatschappelijke organisaties.

Publicatie