One Health EJP

Project

One Health EJP

Per 1 januari 2018 is het One Health European Joint Programme (EJP) gestart. Door integratie en afstemming van de onderzoeksprogramma’s van instituten die werkzaam zijn op het gebied van volksgezondheid, diergezondheid en voedselveiligheid wordt een duurzaam Europees samenwerkingsverband opgezet. Binnen dit programma hebben ook een aantal Nederlandse instituten een rol. Het RIVM is verantwoordelijk voor de strategische onderzoeksagenda van het programma.

Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) is mede verantwoordelijk voor de Joint Research Projecten en het Educational Work package voor promovendi tevens zijn ook andere partners binnen het Netherlands Centre for One Health (NCOH) actief. 

Zowel RIVM, WBVR en Netherlands Centre for One Health werken mee in verschillende onderzoeksprojecten en activiteiten gericht op kennisintegratie. Dit draagt ook weer bij aan versterking van de samenwerking binnen Nederland. Het programma wordt geleid door het Franse instituut Anses.

Projecten waar WBVR bij betrokken is

Hieronder staat meer informatie over de gezamenlijke onderzoeksprojecten waarbij Wageningen Bioveterinary Research is betrokken.

Joint Research Projects

1. IMPART: IMproving Phenotypic Antimicrobial Resistance Testing

Dit project bevat vier werkpakketten ter ondersteuning van de diverse aspecten van de ontwikkeling en harmonisering van fenotyperingsmethoden voor de detectie van antimicrobiële resistente bacteriën en gevoeligheidstesten:

  1. Selectieve isolatie en detectie van colistine-resistente Enterobacteriaceae
  2. Selectieve isolatie en detectie van carbapenemase-resistente Enterobacteriaceae
  3. Opstellen van epidemiologische cut-offwaarden (ECOFF’s) voor veterinaire pathogenen
  4. Verbeteren van de gevoeligheidstesten van Clostridium difficile

Ons consortium stimuleert partners op het gebied van humane en veterinaire gezondheid en voedselveiligheid om de krachten te bundelen in de strijd tegen AMR door vaardigheden en kennis te delen en te upgraden naar een geharmoniseerd niveau.

Kees Veldman van Wageningen Bioveterinary Research vervult de rol van projectleider IMPART.

Zie ook: One Health EJP IMPART

2. RADAR: Risk And Disease burden of Antimicrobial Resistance

Antimicrobiële resistentie (AMR) is zowel in de humane als in de veterinaire geneeskunde een groeiend probleem voor Europa en de rest van de wereld. AMR leidt bij tal van ziekten tot beperkte of slechte opties voor behandeling. De ontwikkeling van een modellingmethodologie en de systematische integratie van gegevens is daarom van cruciaal belang om de risico's van AMR te beheersen. Het project RADAR werkt aan diverse aspecten van de verspreiding en terugdringing van AMR in het veld en binnen de volksgezondheid. Tijdens de beoordeling van mogelijke bestrijdingsmaatregelen zal de ziektelast en de impact van AMR op de volksgezondheid worden geëvalueerd.

Binnen het RADAR-samenwerkingsverband richt Wageningen Bioveterinary Research zich op twee taken. Allereerst werken we samen met het Julius Institute (Universiteit Utrecht) aan de begeleiding van een PhD-student (woonachtig in Utrecht) die zich zal bezighouden met het ontwikkelen en analyseren van methodes voor het kwantificeren van risicobrontoeschrijving. Hierbij wordt specifiek rekening gehouden met de variatie binnen Europa en de verschillende knooppunten van overdracht. Ten tweede zijn we belast met de samenwerking en synthese van twee modellingwerkpakketten. Eén pakket is gericht op het modelleren van de dynamiek van AMR in dierproductiesystemen en in een volledig systeem met alle soorten hosts (mens en dier). Het andere pakket richt zich op de doorstroming van AMR van veestapel en andere bronnen, via voedsel, milieu en contact naar de mens, waarmee dus ook de volksgezondheid wordt beïnvloed.

Zie ook: One Health EJP RADAR

3. ARDIG: Antibiotic Resistance Dynamics: the influence of geographic origin and management systems on resistance gene flows within humans, animals and the environment

Antimicrobiële resistentie (AMR) is zowel in de humane als de veterinaire geneeskunde een groeiend probleem voor het behandelen van infectieziekten met antibiotica. Om deze reden wordt de prevalentie van AMR per land in de EU bijgehouden, samen met het antibioticum gebruik, zowel bij mensen en in de veehouderij. Het project ARDIG zal verzamelde gegevens uit verschillende nationale monitoringsprogramma’s vergelijken tussen 6 Europese landen (Nederland, UK, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Noorwegen).

Naast deze ‘cross-sectional’ data zal in alle landen ook longitudinale data verzameld worden in ziekenhuizen en op veehouderijen. De longitudinale monstername betekent dat meerdere monsters verspreid worden genomen door de tijd. Ook zal in deze periode data verzameld worden per bedrijf of ziekenhuis over het gebruik van antibiotica. Door deze data te combineren kan een beter beeld bepaald worden van de verspreiding van AMR over tijd.

Uiteindelijk wordt ook de moleculaire achtergrond bepaald van de DNA elementen die AMR verspreiden tussen bacteriën. Ook deze data zal vergeleken worden tussen de verschillende landen om te bepalen of trends op nationaal niveau ook breder in Europa voorkomen.

Zie ook: One Health EJP ARDIG

4. MOMIR-PPC: Monitoring the gut microbiota and immune response to predict, prevent and control zoonoses in humans and livestock in order to minimize the use of antimicrobials

Binnen het One Health European Joint Project MoMIR-PPC coördineert WBVR het werkpakket ‘Modelling the transmission of zoonotic agents to improve intervention strategies on livestock farms’. Onze hoofdtaak hierin is het ontwikkelen van een basis om betere bestrijdingsstrategieën te kunnen ontwerpen, met name tegen de overdracht van Campylobacter op pluimveekoppels. Hiervoor moet meer inzicht komen in de ‘indirecte’ overdracht van bacteriën via het milieu. Om tot dit verbeterde inzicht te komen, wordt gebruik gemaakt van overdrachtsexperimenten en wiskundige modellen. Een gezamenlijke PhD-student met Wageningen University (leerstoel Quantitative Veterinary Epidemiology, via NCOH) dient als hoofdkatalysator van dit onderzoekswerk. Collega's van Wageningen Livestock Research en Wageningen Economic Research leveren een bijdrage door het analyseren van de bioveiligheid in de praktijk en van de rendabiliteit van maatregelen. We werken ook samen met Franse partners, zowel aan het maken van modellen als aan overdrachtsexperimenten met Salmonella.

Zie ook: One Health EJP MOMIR

Gezamenlijke integratieve projecten

1. ORION: One health surRveillance Initiative on harmOnization of data collection and interpretatioN

Het doel van dit project is te komen tot een geïntegreerde strategie voor interinstitutionele samenwerking en transdisciplinaire kennisoverdracht tussen veterinaire en volksgezondheidsinstellingen op het gebied van One Health Surveillance (OHS). Dit wordt bereikt door een interdisciplinaire samenwerking van dertien veterinaire en/of volksgezondheidsinstellingen uit zeven Europese landen.

De verwachte resultaten van dit project zijn:

  1. Een “OH Surveillance Codex”: een hoogwaardig kader voor een geharmoniseerde, transversale omschrijving en categorisering van surveillancegegevens die alle surveillancefasen en alle kennistypen omvatten;
  2. Een “OHS Knowledge Hub”: een domeinoverschrijdende inventaris van beschikbare gegevensbronnen, methoden/algoritmes/instrumenten, die OHS-gegevensgeneratie, gegevensanalyse, modellering en beslissingsondersteuning ondersteunen;
  3. “OHS Infrastructural Resources”: technische en infrastructurele bronnen die de basis vormen voor een succesvolle harmonisering en integratie van surveillancegegevens en -methoden. Deze infrastructurele bronnen omvatten geharmoniseerde gegevensstandaarden, softwarebibliotheken, ontologieën, terminologiemappings, softwaretools die gebruik van de “OHS Codex” ondersteunen.

Zie ook: One Health EJP ORION

2. COHESIVE: One Health Structure in Europe

In dit project werken achttien partners uit negen Europese lidstaten samen ter verbetering van een vroege opsporing van opkomende zoönosen en bedreigingen via een actieve interactie met humane en veterinaire geneesmiddelen.

De doelen van het project zijn:

  • Stimuleren van duurzame One Health-benaderingen op nationaal niveau binnen EU-landen, toegespitst op versterking van humane-veterinaire samenwerking met betrekking tot het vroeg signaleren en beoordelen van zoönotische bedreigingen;
  • Stappenplan richting een EU-structuur voor risicobeoordeling en risicoanalyse van zoönosen;
  • Ontwerp van een gemeenschappelijk IT-platform met bijbehorende gebruiksvriendelijke tools voor de verzameling en analyse van surveillance- en uitbraakgegevens over (door voedsel overgedragen) zoönosen en geharmoniseerde risicobeoordeling;
  • Opbouw van vaardigheden binnen en tussen EU-landen op diverse niveaus op het gebied van zoönotische ziekten.

Om deze doelen te behalen, is het werk onderverdeeld in vier werkpakketten, waarvan WP1 draait om de coördinatie, collaboratie en communicatie binnen het project. WP2 streeft naar de implementatie van forums voor een vroege signalering in EU-lidstaten. In diverse landen zijn dit soort signaleringsforums al succesvol in gebruik. We willen hiervan de best practices overnemen en richtlijnen bieden om met deze forums te beginnen. In WP3 willen we tot een EU One Health-structuur en een flexibel instrument voor risicobeoordeling komen om signalen uit het domein van volksgezondheid en het veterinaire domein snel en grondig te kunnen evalueren. Er zijn al veel gegevens voorhanden, maar deze zijn verspreid over tal van nationaal georiënteerde databases. Wij willen samen met EFSA en ECDC de mogelijkheden van een EU-breed gegevensplatform verkennen. Dit zal een enorme bijdrage leveren aan het analyseren van de risico's en het beheersen van uitbraken.

Wageningen Bioveterinary Research neemt deel aan dit project via alle vier de werkpakketten en fungeert als vervangend projectleider. Dit integratieve project zal drie jaar lopen.

Zie ook: One Health EJP COHESIVE