Nieuws

Openheid landschap steeds beter in kaart gebracht

Gepubliceerd op
12 maart 2012

Het Nederlandse landschap wordt steeds gelijkvormiger. Niettemin zijn er nog uitersten in openheid te vinden. Iedereen die er rondloopt kan het zelf zien: de grote wateren, het noordelijke zeeklei- en veengebied en de IJsselmeerpolders zijn zeer open gebieden.

Die openheid wordt bepaald door het ontbreken van elementen hoger dan ooghoogte in de wijde omgeving: hellingen, opgaande begroeiing, bebouwing. Kleinschalige gebieden, waar landbouwpercelen afgewisseld worden met veel kleine bosjes, bomenrijen en houtwallen komen vooral voor op de zandgronden. Die worden als minder open ervaren.

kaart openheid landschap

Openheid is een van de indicatoren waarmee het Planbureau voor de Leefomgeving de toestand van het landschap beschrijft. Dat gebeurde tot op heden met het model KELK. Henk Meeuwsen en René Jochem van Alterra, onderdeel van Wageningen UR, werken met het op Alterra ontwikkelde model ViewScape, dat betere resultaten blijkt te geven.

“Openheid is een subjectief begrip,” zegt Henk Meeuwsen. “De mate waarin een landschap als open wordt ervaren is het gevolg van een combinatie van factoren. Eén daarvan is de totale oppervlakte van het zichtbare deel van het omringende landschap. Dat is een objectieve maat. Met ViewScape hebben we hier dan ook de nadruk op gelegd. Het model werkt met zichtlijnen en kan worden toegepast op grote datasets. Het berekent de oppervlakte van het landschap voor zover dat vanuit een analysepunt kan worden overzien. Tegen een licht oplopend onbegroeid terrein stopt een zichtlijn al na enkele honderden meters terwijl het toch als open wordt ervaren. We hebben ViewScape daarom zo aangepast dat het pas vanaf een bepaalde hoek tussen de top van de helling en het grondvlak aangeeft dat er sprake is van zichtbelemmering. En met ViewScape kunnen we ook over de achterkant van hellingen heenkijken. Het terrein wordt dan weliswaar niet gezien, maar het zicht wordt ook niet belemmerd.”

Het onderzoek is uitgevoerd op een grondgebruikskaart van heel Nederland met een resolutie van 25 meter, met op elke 100 meter een analysepunt. Henk Meeuwsen: “Dat zijn in totaal 4,5 miljoen punten en 1,6 miljard zichtlijnen.” Het gebruikte model is vrij eenvoudig aan te passen en uit te breiden. Bijvoorbeeld voor studies naar horizonvervuiling of natuurlijkheid en verrommeling van het landschap.

Download