Project

PLONS

Wat stuurt het zelfreinigend vermogen van sloten aan? Hoe kun je een rijk planten- en dierenleven in sloten stimuleren en het beste baggeren en schonen? Wanneer kunnen er in een sloot veel verschillende waterdieren leven? Een vernieuwend onderzoek naar het ecologisch functioneren van sloten zoekt naar antwoorden.

Nederland is een slotenland bij uitstek. Zo’n 300.000 kilometer aan sloten staan ten dienste van de landbouw en waterhuishouding en zijn een thuis voor waterplanten en -dieren. Toch is over deze soortenrijkdom en bijvoorbeeld over het mechanisme achter het zelfreinigend vermogen van sloten nog maar weinig bekend. Ook missen waterbeheerders handvatten om sloten effectief, kostenbesparend en duurzaam te onderhouden. Om hierin verandering te brengen, brengt het Project Langjarig Onderzoek Nederlandse Sloten (PLONS) het ecologisch functioneren van sloten in kaart. PLONS bestaat uit drie deelprojecten:

  • Zelfreiniging
  • Beheer & Herstel
  • Diversiteit

Zelfreinigend vermogen

Het deelproject Zelfreiniging kijkt naar het effect van slootecosystemen op de zelfreinigende werking van sloten. Slootecosystemen zijn groepen planten, dieren en micro-organismen in de sloot die met elkaar samenhangen. Het slootwater en de planten en dieren erin worden door intensief gebruik van weilanden belast met meststoffen. Belangrijke bestanddelen van mest zijn fosfor en stikstof. Teveel van deze voedingsstoffen in de sloot zorgt voor een uitbundige kroos- en algengroei. Hierdoor gaat de ecologische kwaliteit van sloten sterk achteruit. Tegelijkertijd treedt bij veel mest denitrificatie op. Bij dit proces zetten bacteriën in de sloot nitraat uit meststoffen om in stikstofgas. Via het gas verdwijnt de stikstof uit het water. Zo ‘reinigt’ de sloot zichzelf. De onderzoekers willen van meerdere groepen waterplanten en -dieren weten wat hun effect is op het zelfreinigend vermogen. Daarmee wordt duidelijk wat ze bijdragen aan het herstel van de ecologische kwaliteit van sloten.

Invloed van slootbeheer

In sloten groeien doorgaans veel planten. Als plantenresten zich ophopen en voor een steeds dikkere baggerlaag in de sloot zorgen, wordt de waterdiepte minder. Andere waterplanten krijgen zo een kans. Zonder schonen of baggeren zal een sloot uiteindelijk dichtgroeien en land worden. Meer voedsel in het water bevordert de groei van waterplanten en daarmee uiteindelijk ook het verlanden. Beheer is dus nodig om dichtgroeien tegen te gaan. Na het schonen of baggeren begint de ontwikkeling van de vegetatie in de sloot weer van voren af aan: pionierssoorten vestigen zich en worden later vervangen door andere soorten. Het deelproject Beheer & Herstel wil inzichtelijk maken hoe schonen en baggeren de variatie en groei van waterplanten in de sloot kunnen verhogen en welke rol voedselrijkdom hierbij speelt.

Dieren in sloten

Waterplanten zijn onmisbaar voor dieren die in een sloot leven. Ze bieden vissen, amfibieën en ongewervelde zoetwaterdieren een geschikte woonplek. Ook zorgen ze voor voedsel en beïnvloeden ze onder meer het verloop van processen binnen slootecosystemen. Door teveel mest in de sloot en verkeerd onderhoud verarmen steeds meer waterplantenrijke sloten. In het deelproject Diversiteit willen de Wageningse wetenschappers weten welke onderliggende mechanismen meer diersoorten in het slootwater genereren en welke variatie aan waterdieren voor de sloot functioneel is.

Brede aanpak

Voor alle deelprojecten passen de onderzoekers van PLONS meerdere onderzoeksmethoden toe. Eerst ontrafelen ze alle bestaande gegevens over sloten. Daarna nemen ze met een groot veldexperiment 80 sloten onder de loep. Zo krijgen ze een compleet beeld van slootvarianten in Nederland. In het laboratorium worden verschillende omstandigheden en mechanismen afzonderlijk bekeken. Alle onderzoeken zijn overigens nog in volle gang. Om de resultaten goed te kunnen interpreteren, passen de onderzoekers bestaande en nieuwe modellen toe. De uitkomsten helpen om mogelijke effecten van ingrepen te voorspellen en een uitgebalanceerd beheer van sloten te bevorderen. De geelgerande waterkever, zeldzame fonteinkruiden en larven van kokerjuffers kunnen dan terugkeren op plekken waar ze verdwenen zijn.