modernisering Ede 1945-1995 paradoxale

Promotie

Paradoxale Modernisering Ede, 1945-1995: groot geworden, herkenbaar gebleven

Promovendus ms. Drs. J.R. (Janny) Bloembergen-Lukkes
Promotor prof.dr. P (Pim) Kooij
Copromotor dr. AJAM (Anton) Schuurman
Organisatie Wageningen University, Rural and Environmental History
Datum

wo 17 december 2014 16:00 tot 17:30

Locatie Auditorium, building number 362
Generaal Foulkesweg 1
362
6703 BG Wageningen
0317-483592

Samenvatting:

Welke ruimte heeft een gemeentebestuur om een eigen invulling te geven aan de veranderingen die de Nederlandse samenleving doormaakte na de Tweede Wereldoorlog? Dat wordt hier onderzocht voor de gemeente Ede. Deze gemeente maakte tussen 1945 en 1995 een sterke groei door mede dankzij de komst van veel nieuwe bewoners. Hierdoor ontstonden spanningen tussen stedelijke ambities en rurale belangen. Een deel van vooral de protestants-christelijke bewoners maakte zich zorgen om zaken als behoud van de zondagsrust en bijzonder onderwijs. Janny Bloembergen analyseert welke keuzes het gemeentebestuur heeft gemaakt op het gebied van de ruimtelijke ordening, het onderwijs, migranten, en vrijetijd en cultuur. Zij concludeert dat, ondanks de uniformerende werking die van het moderniseringproces uitging, in de praktijk tegengestelde bewegingen mogelijk waren, waardoor de lokale eigenheid stand kon houden binnen het nationale eenwordingsproces.

Stellingen:

  1. Het voorbeeld van Ede laat zien dat geografische mobiliteit een grotere concentratie van het orthodox protestants-christelijke bevolkingsdeel tot gevolg kan hebben. (dit proefschrift)
  2. Ondanks het feit dat het gemeentebestuur haar al vroeg het predicaat stad heeft verleend, is het maar de vraag of Ede dat is geworden. (dit proefschrift)
  3. Historisch onderzoek kan een wezenlijke bijdrage leveren aan citymarketing omdat het juist laat zien waar de sterke kanten van een stad liggen.
  4. De ruimtelijke ordening overstijgt het lokale en het provinciale belang en behoort daarmee primair de verantwoordelijkheid van de nationale overheid te zijn.
  5. Integratie als uitgangspunt voor beleid, biedt migranten een betere positie in de samenleving dan beleid dat uitgaat van de tijdelijkheidsgedachte.
  6. De landelijke partijen lijken lokaal vooral electoraal succesvol te zijn als zij er in slagen om hun landelijke partij-ideologie af te stemmen op de plaatselijke omstandigheden.
  7. Contemporaine politiek en beleid behoren evengoed als kunst en cultuur een integraal onderdeel te zijn van de Cultuurwetenschappen.
  8. Het motto van de OU: een leven lang leren dient in een kenniseconomie letterlijk genomen te worden.