Planten veredelen die geen allergische reacties veroorzaken

Niet meer bang zijn voor een allergische reactie van voedsel of planten. Dat is het streefbeeld waar onderzoekers van Plant Research International naar toe werken. Zij achterhalen welke eiwitten in planten een allergische reactie veroorzaken, wat uiteindelijk moet leiden tot niet-allergene rassen. Zo draagt PRI-onderzoek bij aan de gezondheid van de mens en zijn omgeving.

Planten bevatten diverse stoffen die de gezondheid van mensen negatief kunnen beïnvloeden. Tal van mensen hebben last van hooikoorts door bijvoorbeeld berkenpollen. Anderen kunnen niet tegen tarwegluten (zij hebben coeliakie), of ze krijgen een prikkelend gevoel of blaren in de mond als ze appels eten.

In de strijd tegen allergenen testen onze onderzoekers de verschillen tussen rassen. Het ene ras veroorzaakt van nature minder allergische reacties dan een ander ras. Een screening van vele appelrassen op allergene eiwitten leidde tot de vondst van een ras dat veel minder allergische reacties veroorzaakt: Santana. De helft van de mensen die last heeft van appelallergie kan dit ras veilig eten.

Bij berken leverde een dergelijke screening geen positief resultaat. De pollenkorrels van alle geteste berkensoorten en -rassen bevatten een mengsel van verschillende eiwitten, waarvan er altijd wel een of meer bij zaten waar mensen erg allergisch voor zijn.

Op weg naar preventie

Een screening van tarwerassen liet zien dat er wel verschillen tussen rassen bestaan, maar geen enkel ras bleek veilig genoeg voor mensen met coeliakie. De volgende stap is dan ook om daaraan te werken. Preventie van allergische reacties is nu eenmaal het beste, zeker bij coeliakie. Ongeveer 1 procent van de bevolking heeft deze ziekte, maar de meerderheid weet dat niet. Zij klagen wel voortdurend over buikpijn of moeheid, maar de link naar coeliakie wordt vaak niet gelegd. Dat is ook lastig omdat de tarwegluten toegevoegd worden aan diverse producten, van brood tot vlees- en visproducten tot zelfs in medicijnen.

Onze onderzoekers werken dan ook samen met onderzoekers van het Leiden Universitair Medisch Centrum, die eiwitdeeltjes van gluten identificeren die de allergische reacties veroorzaken. De onderzoekers kijken vervolgens of en in welke hoeveelheid deze deeltjes vóórkomen in de verschillende tarwerassen. Vinden ze varianten van die eiwitdeeltjes, dan testen de medici of die al dan niet een allergische reactie geven. Op deze manier zijn er niet-allergene varianten opgespoord en is een methode ontwikkeld om veilige glutengenen te maken. Op basis hiervan kunnen onze onderzoekers een veredelingsstrategie opstellen die kan leiden tot de ontwikkeling van rassen die helemaal veilig zijn.

Naar