Project

Plantenindicatorsysteem bodemtoestand

De meest directe manier om de toestand van de bodem te bepalen, is het verzamelen en analyseren van bodemmonsters, en het slaan en monitoren van peilbuizen. Dit is een kostbare en tijdsintensieve methode, welke de meest accurate metingen op een bepaald moment in tijd geeft. Wij hebben een methode ontwikkeld, die minder tijd kost en toch een goede schatting van de bodemtoestand kan geven, wanneer bodemmetingen geen optie is. Daarvoor zijn behalve ons plantenindicatorsysteem alleen vegetatieopnamen nodig.

Met het indicatorsysteem hebben wij voor vrijwel alle plantensoorten in Nederland een indicatorwaarde voor een groot aantal abiotische parameters vast kunnen stellen(zoals pH, grondwaterstand en stikstofgehalte). De indicatorwaarden van de soorten worden vervolgens gebruikt om per vegetatieopname de bodemomstandigheden te berekenen.

Het planten indicatorsysteem lijkt op het veel gebruikte Ellenberg indicatorsysteem, maar is gebaseerd op veldmetingen in plaats van op expertkennis. Deze veldmetingen zijn afkomstig uit een groot aantal verschillende bronnen. Voor combinaties van vegetatieopnamen en gemeten bodemparameters hebben wij per plantensoort een indicatorwaarde voor deze bodemparameters kunnen schatten. Die indicatiewaarden zijn vervolgens gekalibreerd op de dataset die ten grondslag ligt aan de boekenreeks 'De Vegetatie van Nederland'.

Abiotische randvoorwaarden voor habitattypen en plantenassociaties

Met het systeem kan ook berekend worden of een habitattype of associatie goed ontwikkeld kan voorkomen op een bepaalde locatie. Voor vegetatietypen zijn analoog aan de soorten responsies voor abiotiek geschat, waarna de range van voorkomen voor het type is vastgesteld. Als een habitattype niet goed ontwikkeld kan voorkomen, kan berekend worden welke bodemvariabelen een beperking vormen. Deze methode is voor Provincie Gelderland al met succes toegepast.


grafiek

Responsecurve van Gewoon duizendblad voor bodem pH. De kans op voorkomen (y-as) is gebaseerd op het voorkomen van de soort in de database van het indicatorsysteem. De drie getallen onder de x-as geven respectievelijk het 5 percentiel, het gemiddelde (indicatorwaarde) en het 95 percentiel. Met behulp van minimaal 5 van deze indicatorwaarden kan voor een vegetatieopname de bijbehorende bodemtoestand worden bepaald.

grafiek

Abiotische ranges voor vijftien variabelen voor Achillea millefolium (Duizendblad), Achillea ptarmica (Wilde bertram) en het habitattype Hoogveenbossen. Hoewel de soorten nauw met elkaar verwant zijn, laten ze verschillende voorkeuren zien. De dunne lijn geeft de in het veld waargenomen range voor de abiotische variabele, de dikke lijn geeft de range voor de abiotische variabele op basis van het 5- en 95-percentiel. De waarden per abiotische variabele zijn gestandaardiseerd, de grijze cirkels geven het 0-, 20-, 40-, 60- en 80-percentiel van de totale gemeten range in de database.

Publicaties