Populatie Gewone Zeehonden in de Nederlandse Waddenzee

Populatie Gewone Zeehonden in de Nederlandse Waddenzee

Gedetailleerde aantallen en ruimtelijke verspreiding van gewone zeehonden in de Nederlandse Waddenzee.

De tellingen van gewone zeehonden in de Waddenzee worden jaarlijks internationaal tussen Nederland, Duitsland en Denemarken gecoördineerd en gerapporteerd. In 2019 kwam de totaaltelling van de hele Waddenzee op 27.763 dieren (~1% meer dan in 2018) en is de schatting voor de totale populatie 40.800 dieren (Galatius et al. 2019). Hierbij wordt ervan uitgegaan dat ongeveer 32% van de zeehonden tijdens de vliegtuigtellingen in het water is, en dus niet gezien wordt (Ries et al. 1998). Omgerekend is de schatting voor het aantal gewone zeehonden in het Nederlandse deel ongeveer 9.500 dieren.

De populatiegrootte van gewone zeehonden in Nederland, maar ook in de internationale Waddenzee, blijkt sinds 2013 ongeveer gelijk te blijven. Het beeld van een duidelijke trendbreuk sinds 2013 wordt steeds scherper. Dit ten opzichte van de analyse van de groei in de populatie tussen 1974 en 2014 (Brasseur et al. 2018), waar de populatie praktisch continu groeide. De ontwikkeling van het aantal zeehonden is afhankelijk van de beschikbaarheid van geschikt habitat, van voedsel, en van de gezondheid van de dieren. Daarnaast kan sterfte beïnvloed worden door bijvoorbeeld ziekte, bijvangst of zoals vroeger, de jacht. De afvlakking in de telling zou kunnen betekenen dat de populatie een plafond bereikt heeft, veroorzaakt door natuurlijke omstandigheden of door menselijk toedoen.

Moeilijk te verklaren is dat er toch nog veel jongen worden geboren (in de internationale Waddenzee >35% t.o.v. de totale aantallen). Omdat er ook geen grote groei is in omringende gebieden (ICES WGMME 2019) en er dus geen migratie is uit de Waddenzee, is de vraag waarom deze groei niet gezien worden in de tellingen. Sterven deze dieren (bijna 10.000 per jaar)? Of is het gedrag (bijv. ligplaatsbezoek) van de dieren aan het veranderen, zodat de telresultaten veranderen? Dankzij de tellingen kunnen deze aantalsveranderingen worden waargenomen, maar om de veranderingen te verklaren zal additionele informatie nodig zijn, zoals sterfte en gedragsveranderingen.

Lees hier meer over de aantallen in de (internationale) Waddenzee in 2018.

Tellingen

Sinds de jaren ‘60 van de vorige eeuw telt Wageningen Marine Research (WMR) de gewone zeehonden op de zandbanken in de Nederlandse Waddenzee. Dat gebeurt in opdracht van het ministerie van LNV. Tijdens een telling wordt met een vliegtuig het hele Nederlandse waddengebied afgevlogen van Den Helder tot in de Dollard. Alle bekende plekken waar zeehonden tijdens laagwater op de zandbanken liggen worden bezocht. Omdat er wordt gevlogen op minstens 500 voet (ruim 150 meter) zijn de zeehonden goed te zien.

Vroeger, toen er erg weinig zeehonden in de Waddenzee leefden, werden de aantallen tijdens de vlucht genoteerd. Maar met de groei van de populatie is geleidelijk overgegaan naar digitale fotografie. De opnames worden later op het instituut geanalyseerd en uitgewerkt. De GPS-locaties* worden tijdens de vlucht ook geregistreerd. Zo ontstaat er tevens een beeld van de verspreiding van de zeehonden over de verschillende gebieden in de Waddenzee. Praktisch alle zeehonden die dan op de kant liggen zijn hiermee geregistreerd.

Toch komt het voor dat het niet lukt om een groep te fotograferen. Deze wordt dan apart genoteerd en in de analyse meegenomen. Het kan ook voorkomen dat een locatie om een bepaalde reden niet kan worden bezocht, bijvoorbeeld omdat een deel van de Waddenzee voor het vliegverkeer is afgesloten (bij een militaire oefening of andere activiteit). In dat geval zijn we afhankelijk van andere informatiebronnen, bijvoorbeeld de schepen van de Waddenunit van het ministerie van LNV die toezicht houden in het Waddengebied. In zo’n geval kijken we ook naar eerdere of latere vliegtuigtellingen op dezelfde locatie en de trend die we in eerdere jaren hebben waargenomen. Meestal betreft het een klein deel van een gebied met hooguit enkele zeehondengroepen.

Tijdens een augustusvlucht in 2010, 2012, 2017 en 2018 werd een heel gebied (gebied 2 tussen Texel en Vlieland) gemist; het gebied was voor een militaire oefening afgesloten.

Figuur 1: Verdeling van de Nederlandse Waddenzee in de telgebieden.
Figuur 1: Verdeling van de Nederlandse Waddenzee in de telgebieden.

Telperiode

Het tellen van de gewone zeehondenpopulatie vindt op twee momenten plaats; tijdens de geboorteperiode (mei-juli) en wanneer de dieren verharen (augustus). Om een goed beeld te krijgen van het aantal geboren dieren en het moment van de geboortepiek wordt er drie keer in de geboorteperiode geteld. Tijdens de vliegtuigtellingen wordt onderscheid gemaakt tussen de pups en de volwassen dieren. Uit de tellingen blijkt dat de geboortepiek in de afgelopen 30 jaar een maand naar voren is geschoven (Reijnders et al., 2010). Tijdens de verharingsperiode in augustus wordt twee keer geteld. Dan zijn de jongen niet meer te onderscheiden van de 1- à 2-jarige dieren.

In Europa is afgesproken dat de maximumtelling in augustus wordt gebruikt om de populatieontwikkelingen in de verschillende jaren met elkaar te vergelijken (Ecological Quality Objectives, OSPAR). Met de andere Waddenlanden (Duitsland en Denemarken) zijn strengere afspraken gemaakt om de tellingen in de drie landen te synchroniseren en te standaardiseren. Uit de twee augustustellingen van de drie Waddenlanden wordt de meest betrouwbare en volledige telling gebruikt als index (zie informatieblok onderaan) voor de populatiegrootte in de gehele Waddenzee. Met deze index wordt de populatieontwikkeling in dit gebied van jaar op jaar gevolgd.

De indexen worden jaarlijks gepubliceerd, soms samen met een persbericht van het ministerie van LNV. De tellingen van de hele internationale Waddenzeepopulatie worden online gepresenteerd op de site van het Common Wadden Sea Secretariat (CWSS; zie voor het laatste rapport "Aerial Surveys of Harbour Seals in the Wadden Sea in 2018"). De aantallen in Nederland (t/m 2016), inclusief die in het Deltagebied staan ook op de site van het Natuurcompendium van het Planbureau voor de leefomgeving ("Gewone en grijze zeehonden in Waddenzee en Deltagebied, 1960 - 2018"). In 2017 is in het kader van de Wettelijke Onderzoekstaken een rapport uitgebracht over de aantallen gewone en grijze zeehonden sinds 2002 (Monitoring van gewone en grijze zeehonden in de Nederlandse Waddenzee, 2002-2017 - Cremer et al. 2017).

Aantallen en verspreiding

Tijdens de verharingsperiode in augustus 2019 konden alle gebieden worden geteld en werden in de Nederlandse Waddenzee 7.338 gewone zeehonden geteld. In Tabel 1 wordt het getelde aantal gewone zeehonden opgesplitst in 12 deelgebieden (figuur 1) die gescheiden worden door wantijen: ondiepe zones die tijdens laagwater moeilijk zijn over te steken. Hieronder worden per gebied de jaarlijkse gepubliceerde aantallen in augustus weergegeven vanaf 2002 (figuur 2).

Figuur 2. Aantallen gewone zeehonden geteld in de verschillende gebieden in augustus vanaf 2004
Figuur 2. Aantallen gewone zeehonden geteld in de verschillende gebieden in augustus vanaf 2004
Tabel 1. Aantallen gewone zeehonden per telgebied in augustus voor de jaren 2002 tot 2019
Tabel 1. Aantallen gewone zeehonden per telgebied in augustus voor de jaren 2002 tot 2019

Download

*Toelichting op de aantallen

De data worden jaarlijks aan het CWSS  (Common Wadden Sea Secretariat) doorgegeven. In een aantal gevallen wijken deze getallen af van de gepresenteerde data:

  • In 2010, 2012,  2017 en 2018 kon het gebied 2 (tussen Texel en Vlieland) niet worden overvlogen vanwege militaire oefeningen.
  • In 2010 en 2018 werd het aantal in dat gebied geschat aan de hand van de andere tellingen in dat jaar en zijn de tellingen van de voorgaande jaren gebruikt om ook rekening te houden met de trend gedurende het seizoen. Het geschatte aantal voor gebied 2 kwam zo in 2010 op 800 dieren en in 2018 op 1151 dieren. Dit getal is ook in deze rapportage gebruikt.
  • In 2012 en 2017 werd voor de internationale telling een gecorrigeerde onvolledige telling gebruikt, omdat voor de schatting van de omvang van de populatie door de TSEG (Trilateral Seal Expert Group) de augustus-tellingen uit de drie Waddenzeelanden zo dicht mogelijk bij elkaar dienen te liggen, Voor de rapportage in Nederland hebben we ervoor gekozen die tellingen te gebruiken die wel volledig waren.

Telresultaten ten opzichte van de werkelijke populatiegrootte

Hoeveel zeehonden uit de populatie op de kant komen is afhankelijk van een aantal factoren zoals de getijdecyclus, tijd van de dag, seizoen, weer, verstoring, tijdsduur waarin de zandbanken droogvallen, voedselbeschikbaarheid en periode waarin geboortes, zogen en paartijd vallen. Er blijkt een duidelijke seizoensinvloed te zijn op het aantal dieren dat wordt geteld. Bij gewone zeehonden worden de hoogste aantallen op de zandbanken waargenomen in de maand juni, en augustus. In beide periodes worden verschillende segmenten uit de populatie geteld. Tijdens de geboorte- en zoogperiode zien we vooral de zwangere vrouwtjes en de moederdieren met hun jongen. In augustus tijdens de verharingsperiode worden juist weinig jongen gezien, zij hoeven immers niet te verharen en zijn druk bezig te leren vis te vangen.

Uit het feit dat in de verschillende seizoenen andere groepen uit de populatie worden geteld, is al af te leiden dat op geen enkel tijdstip in het jaar de gehele populatie op de zandbanken wordt gezien. Daarom is de telling een index, geen werkelijk aantal in het gebied. De index kan wel gebruikt worden om bijvoorbeeld de groei van de populatie te volgen. Wil je weten hoeveel dieren in het gebied aanwezig zijn, dan moet er gecorrigeerd worden voor de gemiste dieren. Uit onderzoek (o.a. Ries et al. 1998) is berekend dat tijdens de verharingstellingen ongeveer ⅓ van de populatie niet op de kant is als er geteld wordt en dus wordt de totale populatie met dat percentage onderschat.

Referenties