Populatie Gewone Zeehonden in de Nederlandse Waddenzee

Populatie Gewone Zeehonden in de Nederlandse Waddenzee

Gedetailleerde aantallen en ruimtelijke verspreiding van gewone zeehonden in de Nederlandse Waddenzee.

In 2017 telden onderzoekers in augustus bijna 26.000 gewone zeehonden op de droogvallende zandplaten van de internationale Waddenzee, van Den Helder tot Esbjerg in Denemarken. In het Nederlandse deel was de maximale telling 8427 dieren. Echter voor de internationale telling is een telling gebuikt die qua timing dicht bij de andere tellingen ligt, maar niet volledig kon worden uitgevoerd, waardoor deze beduidend lager was (5920 dieren). Het deel bij Vlieland is geschat op basis van de aantallen in voorgaande jaren. Op basis van de internationale tellingen schatten de onderzoekers dat de totale populatie ongeveer 38.100 dieren omvat. Hierbij wordt aangenomen dat ongeveer 32% van de zeehonden tijdens de tellingen in het water is en dus niet gezien wordt (Ries et al 1998). De ontwikkeling in het aantal zeehonden is in belangrijke mate afhankelijk van de ruimte en het voedsel dat beschikbaar is. Onlangs is een analyse gepubliceerd van de internationale tellingen tussen 1974 en 2014. Na jarenlange groei lijkt het getelde aantal gewone zeehonden de laatste jaren te stabiliseren. Dat zou kunnen betekenen dat de populatie een natuurlijk plafond bereikt heeft, maar ook dat menselijke activiteiten hun leefgebied verstoren. Onderzoek en telresultaten zullen moeten uitwijzen of dit werkelijk zo is en welke factoren de groei in dat geval beperken (Cremer et al 2017).

Lees hier meer over de aantallen in de (internationale) Waddenzee in 2017.

Tellingen

Sinds de jaren ‘60 van de vorige eeuw telt WMR (voorheen IMARES) de gewone zeehonden op de zandbanken in de Nederlandse Waddenzee. Dat gebeurt in opdracht van het ministerie van LNV. Tijdens een telling wordt met een vliegtuig het hele Nederlandse waddengebied afgevlogen van Den Helder tot in de Dollard. Alle bekende plekken waar zeehonden tijdens laagwater op de zandbanken liggen worden bezocht. Omdat er wordt gevlogen op minstens 500 voet (ruim 150 meter) zijn de zeehonden goed te zien. Vroeger, toen er erg weinig zeehonden in de Waddenzee leefden, werden de aantallen tijdens de vlucht genoteerd. Maar met de groei van de populatie is geleidelijk overgegaan naar digitale fotografie. De opnames worden later op het instituut geanalyseerd en uitgewerkt. De GPS-locaties* worden tijdens de vlucht ook geregistreerd. Zo ontstaat er tevens een beeld van de verspreiding van de zeehonden over de verschillende gebieden in de Waddenzee. Praktisch alle zeehonden die dan op de kant liggen zijn hiermee geregistreerd. Toch komt het voor dat het niet lukt om een groep te fotograferen. Deze wordt dan apart genoteerd en in de analyse meegenomen. Het kan ook voorkomen dat een locatie om een bepaalde reden niet kan worden bezocht, bijvoorbeeld omdat een deel van de Waddenzee voor het vliegverkeer is afgesloten (bij een militaire oefening of andere activiteit). In dat geval zijn we afhankelijk van andere informatiebronnen, bijvoorbeeld de schepen van de Waddenunit van het ministerie van LNV die toezicht houden in het Waddengebied. In zo’n geval kijken we ook naar eerdere of latere vliegtuigtellingen op dezelfde locatie en de trend die we in eerdere jaren hebben waargenomen. Meestal betreft het een klein deel van een gebied met hooguit enkele zeehondengroepen. Tijdens een augustusvlucht in 2010, 2012 en 2017 werd een heel gebied (gebied 2 tussen Texel en Vlieland) gemist; het gebied was voor een militaire oefening afgesloten.

Figuur 1: Verdeling van de Nederlandse Waddenzee in de telgebieden.
Figuur 1: Verdeling van de Nederlandse Waddenzee in de telgebieden.

Telperiode

Het tellen van de gewone zeehondenpopulatie vindt op twee momenten plaats; tijdens de geboorteperiode (mei-juli) en wanneer de dieren verharen (augustus). Om een goed beeld te krijgen van het aantal geboren dieren en het moment van de geboortepiek wordt er drie keer in de geboorteperiode geteld. Tijdens de vliegtuigtellingen wordt onderscheid gemaakt tussen de pups en de volwassen dieren. Uit de tellingen blijkt dat de geboortepiek in de afgelopen 30 jaar een maand naar voren is geschoven (Reijnders et al., 2010). Tijdens de verharingsperiode in augustus wordt twee keer geteld. Dan zijn de jongen niet meer te onderscheiden van de 1 a 2 jarige dieren.

In Europa is afgesproken dat de maximumtelling in augustus wordt gebruikt om de populatieontwikkelingen in de verschillende jaren met elkaar te vergelijken (Ecological Quality Objectives, OSPAR). Met de andere Waddenlanden (Duitsland en Denemarken) zijn strengere afspraken gemaakt om de tellingen in de drie landen te synchroniseren en te standaardiseren. Uit de twee augustustellingen van de drie Waddenlanden wordt de meest betrouwbare en volledige telling gebruikt als index (zie informatieblok rechts) voor de populatiegrootte in de gehele Waddenzee. Met deze index wordt de populatieontwikkeling in dit gebied van jaar op jaar gevolgd.

De indexen worden jaarlijks gepubliceerd, soms samen met een persbericht van het ministerie van LNV. De tellingen van de hele internationale Waddenzee-populatie worden online gepresenteerd op de site van het Common Wadden Sea Secretariat (CWSS; zie voor het laatste rapport "Aerial Surveys of Harbour Seals in the Wadden Sea in 2017"). De aantallen in Nederland (t/m 2016), inclusief die in het Deltagebied staan ook op de site van het Natuurcompendium van het Planbureau voor de leefomgeving ("Gewone en grijze zeehonden in Waddenzee en Deltagebied, 1960 - 2016"). In 2017 is in het kader van de Wettelijke Onderzoektaken een rapport uitgebracht over de aantallen gewone en grijze zeehonden sinds 2002 (Monitoring van gewone en grijze zeehonden in de Nederlandse Waddenzee, 2002-2017 - Cremer et. al. 2017).

Aantallen en verspreiding

Tijdens de verharingsperiode in augustus 2017 werden in de Nederlandse Waddenzee 8427 gewone zeehonden geteld. In Tabel 1 wordt het getelde aantal gewone zeehonden opgesplitst in 12 deelgebieden (figuur 1) die gescheiden worden door wantijen: ondiepe zones die tijdens laagwater moeilijk zijn over te steken. Hieronder worden per gebied de jaarlijkse gepubliceerde aantallen in augustus weergegeven vanaf 2002 (figuur 2).

Figuur 2. Aantallen gewone zeehonden geteld in de verschillende gebieden in augustus vanaf 2002
Figuur 2. Aantallen gewone zeehonden geteld in de verschillende gebieden in augustus vanaf 2002
Tabel 1. Aantallen gewone zeehonden per telgebied in augustus voor de jaren 2002 tot 2017.
Tabel 1. Aantallen gewone zeehonden per telgebied in augustus voor de jaren 2002 tot 2017.

Download:

* Toelichting op de aantallen:

De data worden jaarlijks aan het CWSS (Common Wadden Sea Secretariat) doorgegeven. In een aantal gevallen wijken deze getallen af van de gepresenteerde data:

- In 2010, 2012 en 2017 kon het gebied 2 (tussen Texel en Vlieland) niet worden overvlogen vanwege militaire oefeningen.

In 2010 werd het aantal in dat gebied geschat aan de hand van de andere tellingen in dat jaar en zijn de tellingen van de voorgaande jaren gebruikt om ook rekening te houden met de trend gedurende het seizoen. Het geschatte aantal voor gebied 2 kwam zo in 2010 op 800 dieren. Dit getal is ook in deze rapportage gebruikt.

In 2012 en 2017 werd voor de internationale telling een gecorrigeerde onvolledige telling gebruikt, omdat voor de schatting van de omvang van de populatie door de TSEG (Trilateral Seal Expert Group) de augustus-tellingen uit de drie Waddenzeelanden zo dicht mogelijk bij elkaar dienen te liggen, Voor de rapportage in Nederland hebben we ervoor gekozen die tellingen te gebruiken die wel volledig waren.