Populatie Gewone Zeehonden in de Nederlandse Waddenzee

Gedetailleerde aantallen en ruimtelijke verspreiding van gewone zeehonden in de Nederlandse Waddenzee.

De tellingen van gewone zeehonden in de Waddenzee worden jaarlijks internationaal tussen Nederland, Duitsland en Denemarken gecoördineerd en gerapporteerd. In 2021 kwam de totaaltelling van de hele Waddenzee op 26.939 dieren (~5% minder dan in 2020) en is de schatting voor de totale populatie 39.500 dieren (Galatius et al. 2021). Hierbij wordt ervan uitgegaan dat ongeveer 32% van de zeehonden tijdens de vliegtuigtellingen in het water is, en dus niet gezien wordt (Ries et al. 1998).

De populatiegrootte van gewone zeehonden in de internationale Waddenzee, maar ook in Nederland, blijkt sinds 2012 ongeveer gelijk te blijven. In Denemarken is in het afgelopen jaar een afname in het aantal zeehonden waargenomen Dit is een duidelijke trendbreuk ten opzichte van de groei tussen 1974 en 2014 (Brasseur et al. 2018), waar de populatie praktisch continu groeide. De ontwikkeling van het aantal zeehonden is afhankelijk van de beschikbaarheid van geschikt habitat, voedsel en van de gezondheid van de dieren. Daarnaast kan sterfte beïnvloed worden door bijvoorbeeld ziekte, bijvangst of - zoals vroeger - de jacht. De afvlakking in de telling zou kunnen betekenen dat de populatie een plafond heeft bereikt, mogelijk veroorzaakt door natuurlijke omstandigheden of door menselijk toedoen.

Moeilijk te verklaren is dat er toch nog veel jongen worden geboren (in de internationale Waddenzee >35% t.o.v. de totale aantallen). Omdat er ook geen grote groei is in omringende gebieden (ICES WGMME 2021) en er dus geen migratie is uit de Waddenzee, is de vraag waarom deze groei niet gezien worden in de tellingen. Sterven deze dieren (bijna 10.000 per jaar)? Of is het gedrag (bijv. ligplaatsbezoek) van de dieren aan het veranderen, zodat de telresultaten veranderen? Dankzij de tellingen kunnen deze aantalsveranderingen worden waargenomen, maar om de veranderingen te verklaren zal meer informatie nodig zijn over bijvoorbeeld sterfte en gedragsveranderingen.

Lees meer over de aantallen in de (internationale) Waddenzee in 2021 op waddensea-secretariat.org.

Telmethodiek

Sinds de jaren ‘60 van de vorige eeuw telt Wageningen Marine Research (WMR) de gewone zeehonden op de zandbanken in de Nederlandse Waddenzee. Dat gebeurt in opdracht van het ministerie van LNV. Tijdens een telling wordt met een vliegtuig het hele Nederlandse waddengebied afgevlogen van Den Helder tot in de Dollard. Alle bekende plekken waar zeehonden tijdens laagwater op de zandbanken liggen worden bezocht. Omdat er wordt gevlogen op minstens 500 voet (ruim 150 meter) zijn de zeehonden goed te zien. Vroeger, toen er erg weinig zeehonden in de Waddenzee leefden, werden de aantallen tijdens de vlucht genoteerd. Maar met de groei van de populatie is geleidelijk overgegaan naar digitale fotografie. De opnames worden later op het instituut geanalyseerd en uitgewerkt. De GPS-locaties worden tijdens de vlucht ook geregistreerd. Zo ontstaat er tevens een beeld van de verspreiding van de zeehonden over de verschillende gebieden in de Waddenzee. Praktisch alle zeehonden die dan op de kant liggen zijn hiermee geregistreerd. Toch komt het voor dat het niet lukt om een groep te fotograferen. Deze wordt dan apart genoteerd en in de analyse meegenomen. Het kan ook voorkomen dat een locatie om een bepaalde reden niet kan worden bezocht, bijvoorbeeld omdat een deel van de Waddenzee voor het vliegverkeer is afgesloten (bij een militaire oefening of andere activiteit). In dat geval zijn we afhankelijk van andere informatiebronnen, bijvoorbeeld de schepen van de Waddenunit van het ministerie van LNV die toezicht houden in het Waddengebied. In zo’n geval kijken we ook naar eerdere of latere vliegtuigtellingen op dezelfde locatie en de trend die we in eerdere jaren hebben waargenomen. Meestal betreft het een klein deel van een gebied met hooguit enkele zeehondengroepen. Tijdens een augustusvlucht in 2010, 2012, 2017 en 2018 werd een heel gebied (gebied 2 tussen Texel en Vlieland) gemist; het gebied was voor een militaire oefening afgesloten.

Figuur 1: Verdeling van de Nederlandse Waddenzee in de telgebieden.
Figuur 1: Verdeling van de Nederlandse Waddenzee in de telgebieden.

Telperiode

Het tellen van de gewone zeehondenpopulatie vindt op twee momenten plaats; tijdens de geboorteperiode (mei-juli) en wanneer de dieren verharen (augustus). Om een goed beeld te krijgen van het aantal geboren zeehonden en het moment van de geboortepiek wordt er drie keer in de geboorteperiode geteld. Tijdens de vliegtuigtellingen wordt onderscheid gemaakt tussen de pups en de volwassen dieren. Uit de tellingen blijkt dat de geboortepiek in de afgelopen 30 jaar een maand naar voren is geschoven (Reijnders et al., 2010). Tijdens de verharingsperiode in augustus wordt twee keer geteld. Dan zijn de jongen niet meer te onderscheiden van de andere dieren.

In Europa is afgesproken dat de maximumtelling in augustus wordt gebruikt om de populatieontwikkelingen in de verschillende jaren met elkaar te vergelijken (Ecological Quality Objectives, OSPAR). Met de andere waddenlanden (Duitsland en Denemarken) zijn strengere afspraken gemaakt om de tellingen in de drie landen te synchroniseren en te standaardiseren. Uit de twee augustustellingen van de drie Waddenlanden wordt de meest betrouwbare en volledige telling gebruikt als index (zie informatieblok rechts) voor de populatiegrootte in de gehele Waddenzee. Met deze index wordt de populatieontwikkeling in dit gebied van jaar op jaar gevolgd.

De tellingen van de hele internationale Waddenzee-populatie worden online gepresenteerd op de site van het Common Wadden Sea Secretariat (CWSS; zie voor het laatste rapport " EG-Marine Mammals harbour seal surveys in the Wadden Sea and Helgoland in 2020-2021"). De aantallen in Nederland, inclusief die in het Deltagebied staan ook op de site van het Natuurcompendium van het Planbureau voor de leefomgeving ("Gewone en grijze zeehonden in Waddenzee en Deltagebied"). In 2017 is in het kader van de Wettelijke Onderzoektaken een rapport uitgebracht over de aantallen gewone en grijze zeehonden sinds 2002 (Monitoring van gewone en grijze zeehonden in de Nederlandse Waddenzee, 2002-2017  - Cremer et al. 2017).

Aantallen en verspreiding

Tijdens de verharingsperiode in augustus 2021 konden alle gebieden worden geteld en werden in de Nederlandse Waddenzee 8.245 gewone zeehonden geteld. De getelde aantal gewone zeehonden worden opgesplitst in twaalf deelgebieden (figuur 1) die gescheiden worden door wantijen: ondiepe zones die tijdens laagwater moeilijk zijn over te steken. Hieronder worden per gebied de jaarlijkse gepubliceerde aantallen in augustus weergegeven vanaf 2002 (figuur 2).

De grafiek laat zien dat de hoeveelheid gewone zeehonden verschilt per telgebied, maar globaal gezien nam de populatie de afgelopen twintig jaar eerst toe en bereikte toen een plateau.

Figuur 2. Aantal getelde gewone zeehonden in de Nederlandse Waddenzee (grijze kolommen) en in de Nederlandse deelgebieden (gekleurde lijnen) vanaf 2002 tot 2021

Download

*Toelichting op de aantallen

De data worden jaarlijks aan het CWSS  (Common Wadden Sea Secretariat) doorgegeven. In een aantal gevallen wijken deze getallen af van de gepresenteerde data:

  • In 2010, 2012, 2017 en 2018 kon het gebied 2 (tussen Texel en Vlieland) niet worden overvlogen vanwege militaire oefeningen.
  • In 2010 en 2018 werd het aantal in dat gebied geschat aan de hand van de andere tellingen in dat jaar en zijn de tellingen van de voorgaande jaren gebruikt om ook rekening te houden met de trend gedurende het seizoen. Het geschatte aantal voor gebied 2 kwam zo in 2010 op 800 dieren en in 2018 op 1151 dieren. Dit getal is ook in deze rapportage gebruikt.
  • In 2012 en 2017 werd voor de internationale telling een gecorrigeerde onvolledige telling gebruikt, omdat voor de schatting van de omvang van de populatie door de TSEG (Trilateral Expert Group Marine Mammals) de augustus-tellingen uit de drie Waddenzeelanden zo dicht mogelijk bij elkaar dienen te liggen, Voor de rapportage in Nederland hebben we ervoor gekozen die tellingen te gebruiken die wel volledig waren.

Telresultaten ten opzichte van de werkelijke populatiegrootte

Hoeveel zeehonden uit de populatie op de kant komen is afhankelijk van een aantal factoren zoals de getijdecyclus, tijd van de dag, seizoen, weer, verstoring, tijdsduur waarin de zandbanken droogvallen, voedselbeschikbaarheid en periode waarin geboortes, zogen en paartijd vallen. Er blijkt een duidelijke seizoensinvloed te zijn op het aantal dieren dat wordt geteld. Bij gewone zeehonden worden de hoogste aantallen op de zandbanken waargenomen in de maand juni, en augustus. In beide periodes worden verschillende segmenten uit de populatie geteld. Tijdens de geboorte- en zoogperiode zien we vooral de zwangere vrouwtjes en de moederdieren met hun jongen. In augustus tijdens de verharingsperiode worden juist weinig jongen gezien, zij hoeven immers niet te verharen en zijn druk bezig te leren vis te vangen.

Uit het feit dat in de verschillende seizoenen andere groepen uit de populatie worden geteld is al af te leiden dat op geen enkel tijdstip in het jaar de gehele populatie op de zandbanken wordt gezien. Daarom is de telling een index, geen werkelijk aantal in het gebied. De index kan wel gebruikt worden om bijvoorbeeld de groei van de populatie te volgen. Wil je weten hoeveel dieren in het gebied aanwezig zijn, dan moet er gecorrigeerd worden voor de gemiste dieren. Uit onderzoek (o.a. Ries et al. 1998 ) is berekend dat tijdens de verharingstellingen ongeveer ⅓ van de populatie niet op de kant is als er geteld wordt en dus wordt de totale populatie met dat percentage onderschat.

Referenties

    * GPS (global positioning system) is een wereldwijd satellietplaatsbepalingssysteem dat bijvoorbeeld ook door automobilisten gebruikt wordt.