Populatie Grijze Zeehonden in de Nederlandse Waddenzee

Populatie Grijze Zeehonden in de Nederlandse Waddenzee

Gedetailleerde aantallen en ruimtelijke verspreiding van Grijze zeehonden in de Nederlandse Waddenzee.

Na honderden jaren van afwezigheid zijn de grijze zeehonden in de loop van de vorige eeuw teruggekeerd in de Nederlandse Waddenzee (Reijnders et al. 1995), waarschijnlijk vanuit overgebleven populaties langs de kust van Schotland en Engeland. Hoewel er in de jaren ’50 al af en toe een grijze zeehond in de Waddenzee werden gezien, zijn de eerste pups pas in 1980 op de zandbanken van Terschelling waargenomen. In de volgende dertig jaar is de populatie flink gegroeid. In 2020 telden onderzoekers ruim 7649 grijze zeehonden in de hele Waddenzee, waarvan bijna driekwart (5687 dieren) in Nederland. Uit modelberekeningen blijkt dat deze groei niet alleen aan geboortes kan worden toegeschreven (Brasseur et al., 2015). Import van grijze zeehonden uit Groot-Brittannië blijkt nog steeds een grote rol te spelen in de populatieontwikkeling. Grijze zeehonden worden niet overal op het Nederlandse wad evenveel gezien. Veruit de meeste zijn er in het gebied tussen Vlieland en Terschelling.

Lees hier meer over de aantallen in de (internationale) Waddenzee in 2019-2020.

Telmethodiek

Sinds 2001 zijn de grijze zeehonden opgenomen in de reguliere monitoring, die in het kader van de Wettelijke Onderzoekstaken (WOT) in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wordt uitgevoerd. Daarvoor tellen onderzoekers elk jaar vanuit een vliegtuig de grijze zeehonden in de Waddenzee. Dit gebeurt in de twee perioden dat zij het meest op de zandbanken liggen: tijdens de geboorteperiode (december) en wanneer de dieren verharen (maart/april). Om een goed beeld te krijgen zijn er drie tellingen tijdens de geboorteperiode en twee in de verharingsperiode. De tellingen vinden plaats tijdens laagwater en bestrijken het hele Waddengebied, van Den Helder tot de Eems. Hierbij worden alle bekende ligplaatsen vanaf een hoogte van ten minste 500 voet (ruim 150 meter) gefotografeerd.

De route van de vlucht wordt m.b.v. GPS geregistreerd. Zo ontstaat er tevens een beeld van de verspreiding van de zeehonden over de verschillende zandbanken in de Waddenzee. Praktisch alle zeehonden die dan op de kant liggen zijn hiermee geregistreerd. Toch komt het voor dat het niet lukt om een groep te fotograferen; deze zeehonden worden apart genoteerd en in de analyse meegenomen. Sommige tellingen kunnen niet volledig worden uitgevoerd, bijvoorbeeld omdat een deel van de Waddenzee voor het vliegverkeer is afgesloten. In dat geval kunnen we gebruik maken van andere informatiebronnen om toch een volledig beeld van de aantallen in het gebied te krijgen. Vaak kunnen de tellingen worden aangevuld met informatie van de schepen van de Waddenunit van het ministerie van LNV die toezicht houden in het Waddengebied. En in zo’n geval kijken we ook naar eerdere of latere vliegtuigtellingen op dezelfde locatie en de trend die we in eerdere jaren hebben waargenomen. Meestal betreft het een klein deel van een gebied met hooguit enkele zeehondengroepen.

Tijdens de geboorteperiode wordt bij de telling onderscheid gemaakt tussen de pups en de volwassen dieren. De geboorteperiode bestrijkt een relatief lange periode. De eerste jongen worden in november gezien, terwijl er ook half januari soms nog pasgeboren pups worden waargenomen. Het maximaal getelde aantal pups bepaald tijdens een van de tellingen is een onderschatting van het werkelijke aantal, omdat er op dat ogenblik altijd pups zijn die al gespeend zijn of die nog geboren moeten worden. Daarom wordt er drie keer geteld; op deze manier is de kans kleiner het hoogtepunt van de geboortes te missen. Tijdens de verharingsperiode in maart/april wordt twee keer geteld. Ook hier is er kans het hoogtepunt te missen, want ook de verharing gaat niet helemaal synchroon - sommige zijn al verhaard terwijl anderen net beginnen. Tijdens de verharingsperiode kunnen pups dan niet meer worden onderscheiden van de oudere dieren.

Andere waddenlanden

Verreweg de meeste grijze zeehonden in het oostelijk deel van de Noordzee (dus niet het Verenigd Koninkrijk), maken gebruik van de ligplaatsen in het Nederlandse deel van de Waddenzee. Ongeveer 75% van de grijze zeehonden in de Waddenzee worden in dit gebied gezien. De afgelopen jaren verspreiden de dieren zich iets meer naar het oosten in het Duitse en Deense waddengebied, waardoor dit percentage geleidelijk zakt. In het kader van de trilaterale samenwerking worden sinds 2008 in Duitsland ook speciaal op grijze zeehonden gerichte tellingen uitgevoerd. In Denemarken, waar de aantallen laag zijn, is dit pas sinds 2014 het geval.

Net als bij de gewone zeehonden worden in overleg met de andere Waddenlanden de teldatums gesynchroniseerd en zijn de tellingen gestandaardiseerd. Uit de twee voorjaars- (verharings-)tellingen van de Waddenlanden wordt de meest betrouwbare en volledige telling gebruikt als index voor de populatiegrootte in de gehele Waddenzee (zie informatieblok onderaan). Met deze index wordt de populatieontwikkeling in dit gebied van jaar op jaar gevolgd.

De getelde aantallen worden jaarlijks gepubliceerd: de tellingen van de hele internationale Waddenzeepopulatie zijn online gepresenteerd op de site van het Common Wadden Sea Secretariat (CWSS; zie voor het laatste rapport "EG-Seals: grey seal surveys in the Wadden Sea and Helgoland in 2019-2020").

De aantallen in Nederland, inclusief die in het Deltagebied, staan ook op de site van het Natuurcompendium van het Planbureau voor de leefomgeving ("Gewone en grijze zeehonden in Waddenzee en Deltagebied, 1960 - 2020"). Daarnaast worden de gegevens in groter internationaal verband gepresenteerd, zoals in de ICES-rapportage van de WORKING GROUP ON MARINE MAMMAL ECOLOGY (WGMME).

In 2017 is in het kader van de Wettelijke Onderzoektaken een rapport uitgebracht over de aantallen gewone en grijze zeehonden sinds 2002 (Cremer et al., 2017).

Aantal en verspreiding tot en met 2020

In de afgelopen vijf jaar zijn de getelde aantal grijze zeehonden in de internationale Waddenzee gemiddeld jaarlijks met ongeveer 9% gestegen tijdens de verharingsperiode. Dit weerspiegelt vooral de groei in Nederland. De toename is in lijn met de verwachting dat de grijze zeehonden zich vanuit het westelijk deel van de Waddenzee en mede door import vanuit het Verenigd Koninkrijk verder uitbreiden. In de hele Waddenzee werden in 2020 6538 grijze zeehonden geteld, waarvan 890 op Helgoland, 218 in Sleeswijk-Holstein, 587 in Nedersaksen, 267 in Denemarken en 5687 in Nederland. Mogelijk speelde de rust door de corona-lockdown een rol bij deze hoge telling.

In Tabel 1 wordt het getelde aantal grijze zeehonden voor de Nederlandse Waddenzee opgesplitst in 12 deelgebieden (figuur 1) die gescheiden worden door wantijen: ondiepe zones die tijdens laagwater moeilijk zijn over te steken. Hieronder wordt per gebied de jaarlijks gepubliceerde aantallen in maart/april weergegeven vanaf 2008 (figuur 2). De meeste grijze zeehonden worden al jaren gezien in gebied 3 tussen Vlieland en Terschelling. In toenemende mate speelt het gebied tussen Den Helder en Texel (gebied 1) ook een rol.

Figuur 1. Verdeling van de Nederlandse Waddenzee in zeehondentelgebieden.
Figuur 1. Verdeling van de Nederlandse Waddenzee in zeehondentelgebieden.
Figuur 2. Aantallen grijze zeehonden geteld in de verschillende gebieden in maart/april vanaf 2008
Figuur 2. Aantallen grijze zeehonden geteld in de verschillende gebieden in maart/april vanaf 2008
Tabel 1. Aantallen grijze zeehonden per telgebied in maart/april vanaf 2008.
Tabel 1. Aantallen grijze zeehonden per telgebied in maart/april vanaf 2008.

*Mogelijk heeft dit jaar de uitzonderlijk koude lente een rol gespeeld.

Download

Telresultaten ten opzichte van de werkelijke populatiegrootte

Hoeveel zeehonden uit de populatie op de kant komen is afhankelijk van een aantal factoren zoals de getijdecyclus, tijd van de dag, seizoen, weer, verstoring, tijdsduur waarin de zandbanken droogvallen, voedselbeschikbaarheid en periode waarin geboortes, zogen en paartijd vallen. Er blijkt een duidelijke seizoensinvloed te zijn op het aantal dieren dat wordt geteld. Bij grijze zeehonden worden de hoogste aantallen op de zandbanken waargenomen in de maanden maart/april. In de winter (nov-jan) worden de pups geboren. In beide periodes worden verschillende segmenten uit de populatie geteld. Tijdens de geboorte- en zoogperiode (december) zien we vooral de zwangere vrouwtjes, de moederdieren met hun jongen, en volwassen mannetjes. In maart/april tijdens de verharingsperiode worden dieren van alle leeftijden gezien, alleen de pups die net na de zoogtijd zijn verhaard wellicht wat minder.

Uit het feit dat in de verschillende seizoenen andere groepen uit de populatie worden geteld is al af te leiden dat op geen enkel tijdstip in het jaar de gehele populatie op de zandbanken wordt gezien. Daarom is de telling een index, geen werkelijk aantal in het gebied. De index kan wel gebruikt worden om bijvoorbeeld de groei van de populatie te volgen.

Referenties