Nieuws

Riviergedrag in de Amazone van Azië: de Kapuas op Borneo

Gepubliceerd op
24 mei 2012

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen heeft een Nederlands-Indonesisch samenwerkingsproject over de hydrologie en geomorfologie van het Kapuas riviersysteem op Kalimantan van Ton Hoitink van Wageningen University goedgekeurd.

De complexiteit van dit gebied maakt bestudering ervan tot een grote wetenschappelijke uitdaging.

kapuas2.jpg

De Kapuas op Borneo is het grootste Indonesische riviersysteem, en met zijn 1143 kilometer ’s werelds langste eilandrivier. Borneo wordt wel de Amazone van Azië genoemd en was een favoriet studieobject van onder andere Charles Darwin. Hij noemde het 'one great wild untidy luxuriant hothouse made by nature for herself'. De rivier kenmerkt zich door een complexe geomorfologie en een netwerk van waterwegen en hydrologische verbindingen met omringende veenmoerassen en wetlands. “Dat maakt het tot een bij uitstek interessant wetenschappelijk studiegebied,” zegt Ton Hoitink. “We kunnen hier nieuwe methoden van monitoring en modellering ontwikkelen, sedimenttransport en riviermorfologie bestuderen, en de hydrologische interacties tussen de rivier, de wetlands en de veengebieden beter leren begrijpen. We weten nog relatief weinig van tropische rivieren, die een heel ander meandergedrag vertonen dan de rivieren die we kennen in de gematigde zone. Een blik op Google Earth laat zien dat de Kapuas vreemde patronen vertoont, waarbij delen met scherpe bochten worden afgewisseld door lange rechte trajecten. We denken dat er meer hydrologische kennis nodig is om de geomorfologie te verklaren.”

Behalve een wetenschappelijke motivatie heeft het project ook een maatschappelijke relevantie. In het gebied worden veel palmolieplantages aangelegd, met een toenemende verhuizing van mensen naar het stroomgebied van de Kapuas als gevolg. Ton Hoitink: “Met ons project kunnen we in zijn algemeenheid de basis van een wetenschappelijk verantwoord waterbeheer en riviermanagement verstevigen. Daarmee kunnen we straks hopelijk de schade door verdroging van veenbossen en wetlands verminderen, evenals die van overstroming en verzilting in de benedenstroomse laaglanden. Daarbij gaat het om de planning van olieplantages en andere landbouwkundige activiteiten in relatie tot een duurzame waterbeschikbaarheid. Onze modellen kunnen behulpzaam zijn bij landgebruiksplanning, de aanleg van cultuurtechnische werken en de ontwikkeling van ecotoerisme. Ook de drinkwatervoorziening in het gebied is daarbij belangrijk.”