varkensstaart

Nieuws

Staartcouperen voor varkenshouders nog steeds de belangrijkste maatregel om staartbijten te voorkomen

Gepubliceerd op
22 januari 2010

Ondernemers in de gangbare varkenshouderij zien couperen nog steeds als de meest geëigende maatregel om staartbijten te voorkomen.

Zij zien een lange staart als risicofactor en vinden een krul in de staart niet erg belangrijk voor het imago van de varkenshouderij. Zo blijkt uit een enquête die in het kader van het project ‘verantwoord omgaan met varkensstaarten’ door LEI Wageningen UR is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Het ministerie van LNV heeft onder andere in haar Nota Dierenwelzijn als doelstelling opgenomen dat alle ingrepen bij dieren in 2023 tot het verleden behoren. Staartcouperen is zo’n ingreep. Het wordt door de varkenshouders toegepast om staartbijten te voorkomen. Staartbijten veroorzaakt niet alleen welzijns- en gezondheidsproblemen bij varkens; het leidt ook tot economische schade en verminderde arbeidsvreugde voor de varkenshouder.

In een telefonische enquête is aan 487 gangbare en 33 biologische varkenshouders gevraagd naar hun opvattingen over staartbijten en staartcouperen. Hoewel het onderzoek vooral gericht was op de gangbare intensieve varkenshouderij zijn er ook biologische varkenshouders bij betrokken omdat zij geen staarten mogen couperen en dus al ervaring hebben met het huisvesten en verzorgen van ongecoupeerde varkens.

Staartbijten

Gevraagd naar de belangrijkste welzijnsproblemen in de varkenshouderij, gaf bijna de helft van de varkenshouders aan dat die er niet waren of dat ze niet wisten welke ze zouden moeten noemen.

Bijten - niet alleen staartbijten maar ook bijten aan oren en andere ledematen - werd door 8% van de respondenten genoemd, 7,6% noemde gebrek aan ruimte en 6,8% noemde ziektedruk.  

Op de vraag naar de frequentie van staartbijten bij de dieren, antwoordde 36,4% van de gangbare varkenshouders met opfokgelten, 50% van de gangbare varkenshouders met gespeende biggen en 44% van de gangbare varkenshouders met vleesvarkens dat staartbijten niet voorkwam op hun bedrijven. Waar staartbijten wel voorkwam, ging het meestal om 1-5% van de dieren.

De ervaringen van varkenshouders die geprobeerd hebben om met couperen te stoppen zijn doorgaans negatief. Een derde van de respondenten heeft dat ooit gedaan maar de helft hiervan gaf aan dat toen bij meer dan 20% van de dieren staartbijten optrad.

Afleidingsmateriaal

Om de noodzaak tot couperen te verminderen, gebruiken gangbare varkenshouders vaak afleidingsmateriaal voor de dieren in de vorm van een ketting (52 tot 53%, afhankelijk van het type bedrijf) of een hangende rubber of plastic bal (22 tot 30%). Het verstrekken van zaagsel of houtkrullen wordt zelden genoemd, terwijl de biologische varkenshouders dat het vaakst noemen (88 tot 100%), naast ruwvoer en een ketting voor vleesvarkens.

Gangbare varkenshouders zien weinig in het toevoegen van stro of ander verrijkingsmateriaal als afleidingsmateriaal. Ook vinden zij een krulstaart minder indicatief voor het dierenwelzijn en het imago van de sector dan hun biologische collega’s. Zij zijn het eens met hun biologische collega’s dat een verbeterd stalklimaat (meer licht, meer aparte ruimtes en voederplaatsen) preventief kan werken bij staartbijten. Financiële ondersteuning van overheidswege vinden ze hierbij noodzakelijk.

Bijna 30% van de ondervraagden wil meewerken aan een vervolgonderzoek. De onderzoekers pleiten ervoor die betrokkenheid te benutten door samen met de varkenshouders te werken aan een manier om tot varkens met langere staarten of een krul in de staart te komen. Daarbij lijken vooral kennisoverdracht over het gebruik van gevarieerd afleidingsmateriaal en andere praktijkrijpe maatregelen tegen staartbijten perspectief te bieden.

Publicatie