Nieuws

Stap verder in ontrafeling raadsel nierziekten

Gepubliceerd op
10 december 2013

Nierziekten zijn heel vervelend voor mensen die daar aan lijden, vooral ook omdat een therapie vaak niet voorhanden is. Het ontrafelen van de onderliggende oorzaken is een zaak van lange adem. Prof. Sander Kersten, hoogleraar Voeding en gezondheid aan Wageningen University, houdt zich al enige tijd bezig met het nefrotisch syndroom. Met Amerikaanse en Utrechtse collega’s ontdekte hij dat een bepaald eiwit hierbij een cruciale rol speelt. Zij publiceerden hun onderzoek in Nature Medicine van 8 december.

Het nefrotisch syndroom is een aandoening waarbij de filterfunctie van de nieren verstoord is waardoor grote hoeveelheden eiwit via de urine het lichaam verlaten. Dat kan nare gevolgen hebben voor de patiënt, zoals vochtophoping (oedeem) of een te hoog vetgehalte in het bloed als gevolg van de afname van eiwit in het bloed. Prof. Kersten: “Je ziet vaak dat mensen die lijden aan het nefrotisch syndroom een verhoogde kans hebben op hart- en vaatziekten. Tot voor kort was het onduidelijk hoe verhoogde vetgehalte in het bloed samenhing met het verlies aan eiwit in de urine.”

Onderzoek van de groep van Dr. Sumant Chugh van de University of Alabama in Birmingham, waaraan Sander Kersten heeft meegewerkt, toont aan dat het een speciaal eiwit, het Angiopoietin-like 4 eiwit (Angptl4),  een belangrijke rol speelt bij het nefrotisch syndroom.

Sander Kersten: “Dit eiwit blijkt als schakelpunt te fungeren tussen eiwitverlies in de urine en een verhoogd vetgehalte in het bloed. En dat is een stap op weg naar het ontrafelen van deze aandoening. In het verleden hebben wij bij de afdeling Humane Voeding van Wageningen University al laten zien dat een verhoogde productie van Angptl4 leidt tot een verhoogd vetgehalte in het bloed. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat de Angptl4 concentratie in het bloed van patiënten met nefrotisch syndroom aanzienlijk hoger is dan bij gezonde mensen. Waarschijnlijk is dat een direct gevolg van het lage eiwitgehalte in het bloed. Door het verlaagde eiwitgehalte in het bloed zijn er meer vetzuren vrij aanwezig in het bloed, die vervolgens de productie van Angptl4 in diverse weefsels waaronder vet en spierweefsel stimuleren. Tegelijkertijd remt de verhoogde concentratie Angptl4 het eiwitverlies in de urine.”

Prof. Sander Kersten benadrukt dat het hier gaat om fundamenteel onderzoek om het mechanisme achter het nefrotisch syndroom bloot te leggen: “Het is zeker een belangrijke stap. Maar we hebben nog wel een slag te maken voor helemaal duidelijk is hoe het werkt, en waarbij we wellicht uiteindelijk kunnen inzetten op een therapie om de verhoging van het eiwitgehalte te voorkomen of te beïnvloeden. Het zal nog wel even duren voor het zover is. Deze stap geeft daar wel hoop op.”