mug

Project

Stekende insecten

Tot de belangrijkste stekende insecten behoren de steekmuggen, knutten en dazen. Deze groepen van insecten kunnen plaatselijk veel overlast veroorzaken.

Vooral steekmuggen en knutten zijn vaak in het nieuws. Steekmuggen omdat ze plaatselijk tot overlast voor mensen zijn, knutten omdat ze vaak ziekten voor mens en dier overdragen.

Steekmuggen

  • Huissteekmuggen

    Huissteekmuggen ontwikkelen zich in kleine, vaak tijdelijke waterpartijen (vrijwel alle tijdelijke wateren, emmers, badkuipen, regentonnen, blikjes, autobanden, dakgoten en overige antropogene waterpartijen) met sterke wisselingen in milieuomstandigheden.
  • Moerassteekmuggen

    Moerassteekmuggen ontwikkelen zich meestal in geïsoleerde, ondiepe wateren zoals die voorkomen in moerassen, greppels en inundatiezones.
  • Malariamuggen

    Malariamuggen ontwikkelen zich in permanente wateren met veel plantengroei (vooral flab en kroossloten of sloten met een ruige oevervegetatie (achterstallig onderhouden)). De meeste malariamuggen brengen geen malaria over en de Europese malariaparasiet komt niet in Nederland voor.
  • Plantenboorsteekmuggen

    Plantenboorsteekmuggen ontwikkelen zich aan (de larve boort in zachte plantendelen en blijft aan de plant aangehecht) dieper groeiende emergente (boven het water uitstekende) water- en oeverplanten.
  • Boomholtesteekmuggen

    Boomholtesteekmuggen ontwikkelen zich in in boomholtes. Tot deze groep behoort de nog niet inheemse maar wel waargenomen tijgermug.

In Nederland komen in totaal circa 38 soorten steekmuggen voor. Van meerdere soorten is bekend dat ze vectoren kunnen zijn van zowel humane als animale ziekteverwekkers. Voor dieren is tot op heden geen overlast gemeld, noch door steken noch door ziekten.

Knutten

Knutten ontwikkelen zich in allerlei habitats, zoals mest, mierennesten, rottend hout, plantensappen, meren, oeverzones, rivieren, temporaire wateren, boomholten, natte graslanden, laagveenwateren, brakke en zoute wateren en zoute bodems. Overlast voor mensen en dieren wordt vooral veroorzaakt door soorten uit het geslacht Culicoides. 

Dazen

Dazen leven als larve in (1) oevers van stilstaande en stromende wateren, (2) bezinksels van goten, (3) moerassige weilanden, graslanden en akkers en (4) veenmoerassen.

Onderzoek

Het onderzoek aan stekende insecten richt zich op zes hoofdthema’s:

  1. Het inventariseren van de soorten stekende insecten die voorkomen in de belangrijkste Nederlandse (natte) landschapstypen (laagveenmoeras, nat schraalland, hoogveenmoeras, rivieruiterwaard, moerasbos, urbane omgeving).
  2. Het onderzoeken van de soortensamenstelling en aantalsontwikkeling van stekende insecten bij vernattingsprojecten van a) verschillende ouderdom, in b) verschillende relevante landschapstypen (cq. habitattypen/beheerstypen), met c) verschillende typen maatregelen, en onder d) verschillende ruimtelijke inpassing.
  3. Het ontwikkelen en toetsen van eenvoudige, kosten-effectieve monitoringsmethoden voor verschillende levensstadia van steekmuggen en knutten in Nederland.
  4. Het ontwikkelen en toetsen van kosten-effectieve methoden/benaderingen die een hoge ruimtelijke en temporele meetdichtheid mogelijk maken bij het monitoren van stekende insecten.
  5. Het bundelen van bestaande soortspecifieke kennis van verschillende levensstadia van steekmuggen en knutten, met de nadruk op maatregel-effect relaties.
  6. Het opstellen van een leidraad en monitoringsprotocol die gebruikt kunnen worden bij het voorspellen van effecten van maatregelen op het al dan niet massaal optreden van steekmuggen en knutten.