Streptococcus suis

Streptococcus suis

Streptococcus suis is een bacterie die ernstige ziekteverschijnselen kan veroorzaken bij varkens.

Infectie met S. suis kan leiden tot hersenvliesontsteking, gewrichtsontsteking, bloedvergiftiging en zelfs tot sterfte. Ziekte veroorzaakt door S. suis komt wereldwijd voor en veroorzaakt vooral ziekte bij biggen van de speenleeftijd (rond zes weken). S. suis is economisch een belangrijke schadepost voor de varkenshouder met name in landen met een intensieve varkenshouderij. De schade bestaat uit verlies van varkens als gevolg van sterfte, uit kosten voor (antibioticum) behandeling, kosten vanwege verminderde groei en kosten van preventieve maatregelen.

S. suis is een zoönose, hetgeen betekent dat de bacterie van varkens kan worden overgedragen naar de mens. Ook in mensen kan S. suis hersenvliesontsteking tot gevolg hebben. In de Westerse landen blijken vooral varkenshouders en slachters te behoren tot de risicogroep. In Nederland wordt jaarlijks een enkel humaan geval van S. suis gemeld. In de Aziatische landen komen humane gevallen van S. suis echter veel vaker voor. In 2005 werd een grote uitbraak van S. suis gemeld vanuit China met 206 infecties in mensen, waarvan 38 met een fatale afloop.

Er is veel diversiteit binnen S. suis. Tot nu toe zijn  33 verschillende serotypes beschreven. Niet al deze serotypes zijn even belangrijk. Wereldwijd wordt serotype 2 het meest frequent geïsoleerd uit zieke varkens, maar ook de serotypes 1, 7 en 9 worden vaak aangetroffen. Er zijn regionale verschillen in het voorkomen van serotypes; serotype 9 wordt in Nederland het meest gevonden.

Er is niet alleen variatie tussen serotypes, ook binnen een serotype is variatie en kunnen er subtypes onderscheiden worden. Zo zijn er van S. suis serotype 2 ziekmakende (virulente) en onschuldige (avirulente) subtypes beschreven.

Op zeer veel varkensbedrijven komen infecties met S. suis voor. Zeugen kunnen de bacterie bij zich dragen op de tonsillen (amandelen), zonder daar zelf ziek van te worden. Zeugen kunnen meerdere types van S. suis tegelijkertijd bij zich dragen. De zeugen zijn verantwoordelijk voor het overdragen van de bacterie naar de gevoelige jonge biggen. De besmetting vindt waarschijnlijk oraal of via de neus plaats.

Diagnostiek van S. suis-infecties op bedrijven met klinisch zieke dieren wordt gewoonlijk bevestigd door een bacteriologisch en pathologisch post mortem onderzoek van het zieke dier. Voor de detectie van varkens die S. suis bij zich dragen, maar die niet ziek zijn kan een bacteriologisch onderzoek worden uitgevoerd op de tonsil. Dit is echter een erg ongevoelige methode. Daarom zijn er bij Wageningen Bioveterinary Research testen ontwikkeld op basis van een polymerase chain reaction (PCR), waarmee de meest voorkomende serotypes kunnen worden aangetoond. Ook zijn PCR-testen gemaakt waarmee virulente serotype 2 stammen kunnen worden onderscheiden van avirulente serotype 2 stammen. Deze testen zijn geschikt om te gebruiken voor epidemiologisch onderzoek en het ontwikkelen van bestrijdingsprogramma’s.

Momenteel is er geen vaccin beschikbaar dat effectief beschermt tegen alle S. suis-infecties. Dit heeft vooral te maken met de hoeveelheid aan serotypes. Vaccins op basis van afgedode S. suis-bacteriën blijken goed te beschermen tegen een infectie veroorzaakt door een S. suis-bacterie van hetzelfde serotype, maar niet tegen een ander serotype. Er is dan ook veel behoefte aan een vaccin dat bescherming biedt tegen de meest belangrijke serotypes. Bij Wageningen Bioveterinary Research wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een dergelijk vaccin.