Project

Uitstoot van broeikasgassen meten

Broeikasgassen verplaatsen zich door de atmosfeer.

Om vast te kunnen stellen hoeveel uitstoot er per gebied plaatsvindt, zijn innovatieve atmosferische metingen en modelberekeningen nodig.

Scintillometers meten de uitwisseling van warmte en waterdamp tussen het aardoppervlak en de atmosfeer, ook wel de oppervlaktefluxen van warmte en waterdamp genoemd. Met ceilometers bepalen onderzoekers de dikte van de turbulente laag in de atmosfeer (de zogenaamde grenslaag). De onderzoekers combineren deze metingen met modelberekeningen en krijgen zo meer inzicht in het gedrag van de turbulente atmosfeer en de manier waarop broeikasgassen zich verplaatsen in de atmosfeer.

Scintillometer

Op sommige plekken in Nederland wordt al sinds 1999 gemeten, waardoor veel gegevens beschikbaar zijn. In het verzamelen en analyseren van de gegevens werkt de Environmental Sciences Group van Wageningen University & Research samen met het KNMI. De resultaten zijn tevens bruikbaar voor andere onderzoeksprojecten en worden ook gebruikt in het onderwijs en onderzoek van de leerstoelgroep Meteorologie en Luchtkwaliteit. Deze leerstoelgroep ontwikkelde voor het onderzoek de Large Aperture Scintillometer (LAS), het eerste meetinstrument dat over afstanden tot tien kilometer de oppervlakteflux kan meten. De scintillometer kijkt naar de intensiteitsfluctuaties (scintillaties genoemd) van infrarood licht of radiogolven die worden veroorzaakt door de atmosfeer. De zender stuurt een lichtbundel naar de ontvanger. In de atmosfeer wordt die lichtbundel verstoord. Hoe hoger de turbulentie, hoe meer verstoring.

Klimaattop

De metingen en modelberekeningen maken het mogelijk om de uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteiten te monitoren. Dat is belangrijk omdat tijdens de klimaattop in Kyoto is afgesproken dat er in 2012 acht procent minder broeikasgasemissie is dan in 1990. Nederland heeft zich gecommitteerd om in 2012 de emissies met zes procent omlaag te brengen.

Links