Nieuws

Unieke aanpak om phytophthora in aardappel beter te bestrijden

Gepubliceerd op
11 december 2013

Nieuwe snelle technieken voor genetische identificatie maken het mogelijk om de aardappelziekte phytophthora gerichter aan te pakken. Dat verwachten onderzoekers van Wageningen UR, die samen met het bedrijfsleven de genetische variatie van de ziekteverwekker verder willen analyseren en koppelen aan praktijkadviezen. Hierdoor kunnen aardappeltelers straks de keuze voor een bestrijdingsmiddel of resistent ras afstemmen op de variant van de ziekte die in hun regio voorkomt. “Een unieke aanpak dus, die ook mogelijkheden biedt voor andere gewassen”, zeggen phytophthoradeskundigen Huub Schepers en Geert Kessel.

Genetische vingerafdruk

Het verzamelen van informatie over de genetische samenstelling van phytophthorapopulaties gebeurt al langer. In Nederland is vrij goed bekend welke genetische varianten van phytophthora infestans actief zijn en hoe deze zich door de jaren heen hebben ontwikkeld.

In 2013 vond er voor het eerst ook in Europees verband een inventarisatie plaats, vanuit het overlegplatform EuroBlight. Buitendienstmedewerkers van de deelnemende bedrijven (gewasbeschermingsfirma’s, aardappelkweekbedrijven, onderzoeksinstituten) hebben afgelopen groeiseizoen genetische vingerafdrukken verzameld. Dat deden zij door aangetaste plantendelen te stempelen op een speciale kartonnen kaart. Twee laboratoria, in Nederland en Schotland, bepalen momenteel aan de hand van deze monsters de DNA-profielen van de varianten. De resultaten worden openbaar gemaakt op de website van EuroBlight.

Monitoring voorkomt schade in aardappel

phytophthora.jpg

Wageningen UR wil nu met een groep Nederlandse bedrijven een stap verder gaan, in de vorm van een publiek private samenwerking (PPS). Naast het nemen van meer monsters, willen zij kennis verzamelen over de eigenschappen van de verschillende varianten. Recent onderzoek van Schepers en zijn collega’s heeft aangetoond dat bepaalde bestrijdingsmiddelen plotseling hun werking hebben verloren door het ontstaan van nieuwe agressieve varianten van phytophthora. Deze verbanden zijn door toeval ontdekt, nadat er al op veel percelen schade was opgetreden. Door varianten te toetsen op hun gevoeligheid voor werkzame stoffen, kan schade in de toekomst voorkomen worden en de doelmatigheid van gewasbeschermingsmiddelen verder worden verbeterd.

Precompetitief onderzoek

Tot dusver hebben zeven bedrijven uit de chemiebranche zich aangesloten bij het initiatief. Zij zien het belang van precompetitief onderzoek en kunnen met de nieuwe kennis hun adviezen voor telers verbeteren. Ook een groot aardappelveredelingsbedrijf neemt deel aan de samenwerking. Voor veredelaars is het belangrijk om verschuivingen in de pathogeen varianten te kennen, omdat resistente rassen hierdoor effectiever kunnen worden ingezet.

Als de overheid het projectvoorstel honoreert, gaan de partijen met ingang van volgend groeiseizoen aan de slag.

Geïntegreerde gewasbescherming

Trialsprayer.jpg
Het monitoren van de ziekteverwekkers wordt sinds kort expliciet genoemd in de nieuwe richtlijnen voor geïntegreerde gewasbescherming, de Europese visie op een geïntegreerde aanpak van ziekten en plagen. Het is niet toevallig dat de maatregel juist voor phytophthora als eerste grootschalig uitgewerkt gaat worden. De Nederlandse aardappelsector is met 1.400 ton actieve stof per jaar koploper in het fungicidengebruik en de ziekte kost de Nederlandse telers jaarlijks meer dan 100 miljoen euro aan gewasbescherming en opbrengstverlies.